Vroeger had ik een doos vol met Hip Comics. Volgens mij had ik ze van een vriendelijke volwassene gekregen, een collega van mijn vader of iemand die ergens op een verre, dunne tak van de familie zat. In ieder geval, het was vast iemand die had gehoord dat de kleine Frank dol was op superhelden. Zo dol zelfs dat hij af en toe satéprikkers op zijn handen vastplakte en dacht dat hij Wolverine was. Of zijn eigen creatie, Silver Cat, maar daar zwijg ik liever over (al doen mijn broers en zus dat nog steeds niet). Trouwens, voor een oud-superheld is het niet chique om over het verleden te palaveren. Het kan zelfs gevaarlijk zijn. Oud-vijanden zouden me op kunnen zoeken voor een revanche! (Al twijfel ik of de snode maisplanten die vroeger voor ons huis groeiden dezelfde kwaadaardigheid uitstralen als toen.) Hoe dan ook, die Hip Comics verslond ik. Ook al kwamen ze uit de jaren zestig en werden helden als Spider-Man en The Hulk vertaald als Spinneman en Rauwe Bonk. (Voor de duidelijkheid; ik kom niet uit de jaren zestig. Maar ik vond het wel leuk om deze verhalen te lezen.)

 

In de doos zat ook een speciale uitgave waarin alle bekende superhelden een eigen alinea kregen met daarin hun echte naam, wat hun speciale krachten waren en hoe ze aan die krachten kwamen. Hier konden nerds urenlang over bekvechten. Doen ze nog steeds trouwens. Roep maar eens tegen de verkeerde mensen dat Batman je favoriete superheld is en je hebt de superpoppen aan het dansen. Batman is namelijk geen superheld, gewoon een man die zich goed heeft uitgesloofd in de sportschool. JA!!? Neem dan fotojournalist Peter Parker, daar heeft een radioactief spinnetje aan zitten knagen en toen kon hij opeens aan muren blijven plakken als Spider-Man. Destijds heb ik de speciale uitgave aan stukken geknipt en heb ik alle superhelden aan het kleine stukje slaapkamermuur dat ik tot mijn beschikking had geplakt. Ik deelde de kamer met mijn broer – tot op hoge leeftijd – en zodoende kon ik alle helden in mijn geheugen prenten. Zo weet ik nu nog dat Canonball op jonge leeftijd zijn sluimerende krachten ontdekte terwijl er een mijnschacht op zijn kop viel en dat de dertienjarige Kitty Pryde er via een fikse hoofdpijn achterkwam dat ze door muren en vloeren kon lopen. Ja, dat waren nog eens puberproblemen.

De doos met Hip Comics verkocht ik op mijn zestiende aan een louche verkoper voor 40 gulden, waarvan ik een zonnebril en een chocoladereep kocht (de eerste om de puistjes van de tweede te verdonkeremanen). Een idioot lage prijs, maar ik was zestien en dan is ons een zekere mate van onnozelheid wel toegestaan.

Van de week heb ik via Marktplaats een doos met Suske en Wiske stripboeken gekocht. Naast Hip Comics verslond ik deze vroeger namelijk ook. Ik heb er nog een paar uit die tijd en het is aandoenlijk om te zien hoe de tienjarige Frank zijn “handtekening” oefende op de kaft van De Klepperende Klipper. Maar wat ik nog veel leuker vind, is dat ik bij veel van de stripavonturen letterlijk kan voorspellen wat er gezegd wordt door de hoofdpersonen. Vijfentwintig jaar nadat ik de strips van Suske en Wiske voorgoed in de trapkast stopte, kan ik de verhalen bijna woordelijk herhalen. Zo las ik gisterenavond De Parel in De Lotusbloem en toen Suske van plan was om een dolk van een Nepalees te kopen, zei ik hardop; “Doe maar niet, die is al in zoveel buiken geploft.” Een paar kadertjes later kraaide de Nepalees dat de dolk al in “honderden buiken was geploft”, wat Suske van schrik van de koop deed afzien. Bladerend door andere verhalen zag ik de ene bekende uitspraak na de andere aan mij voorbijgaan. Blijkbaar heb ik als kind veel taalonderwijs gekregen van Suske en Wiske!

Van de week neem ik de doos met stripboeken mee naar school in de hoop dat er een paar kinderen zijn die net zo van de avonturen gaan genieten als ik dat destijds heb gedaan toen ik tussen de middag thuiskwam voor een boterham en een glas ranja. Ik vond het leuk (en een beetje raar) om weer tijdelijk teruggeslingerd te zijn naar dat jongetje dat ik toen was. Ik kwam grappen tegen waarvan ik weet dat ik er vroeger dubbel om had gelegen, spannende scenes die ik eng vond en verdrietige stukjes (zeker in De Parel in De Lotusbloem) die ik toen moeilijk te verteren vond. Net alsof ik mijzelf aan het observeren was. Alsof ik (let op, Trouwe Lezer, komt ‘ie) in een Teletijdmachine had gezeten.

Rest mij u nog te vragen; wat las u vroeger als kind en wat ziet u dat er tegenwoordig vooral gelezen wordt?

10 Reacties op “Suske en Wiske en De Wonderbaarlijke Woordenschat”

  1. Inger zegt:

    Ik las vroeger bijna alles! Toen ik alle boeken uit de series voor meisjes gelezen had, begon ik aan de 'jongensboeken' en heb dus de complete serie van de Kameleon en Snelle Jelle gelezen. Verder was het vrijdag vaste prik voor de Donald Duck waar ik van mijn ouders een abonnement op had gekregen. 
    In de klas zie ik een grote diversiteit aan wat de leerlingen lezen. De spannende boeken die je kan sparen bij de Total zijn bij een aantal leerlingen favoriet. Verder worden de boeken van Superjuffie vooral door de meiden in groep 5 gelezen en vinden de strips van Donald Duck en Suske en Wiske gretig aftrek.
    Groep 3 geniet vooral van het lezen van boeken die ze begrijpen. Eens in de 4 tot 6 weken ga ik met 2 leerlingen uit groep 5 naar de bibliotheek en dan haal ik voor groep 3 een serie boeken op hun leesniveau. Zo leuk als ze trots komen vertellen welke woorden ze allemaal begrepen. In de bibliotheek gaan de leerlingen van groep 5 dan op zoek naar boeken voor zichzelf en hun klasgenoten. 

  2. Kristel zegt:

    Ik las vroeger ook Suske en Wiske. Die hadden we een heleboel, omdat mijn vader de humor en de taal ook zo kon waarderen. Vanaf groep 7 verslond ik alle boeken van Carry Slee. Als beginnende puber liet ik me helemaal meeslepen in de verhalen en bedacht ik een glansrol voor mezelf als hoofdrol speler in de verfilming van het boek. 
    In mijn huidige groep wordt ook veel gelezen. De keuze loopt heel erg uiteen. Van voetbalboeken, Donald Duck tot dichtbundels en hedendaagse sprookjes. 
    Het mooiste zijn de aandachtige koppies van de kinderen als ik ze voorlees uit Roald Dahl. Actrice ben ik helaas nooit geworden maar tijdens het voorlezen heb ik toch elke keer een nieuwe rol! 

  3. Frank Jongbloed zegt:

    Haha, bravo! Wat een mooie reactie.

  4. LisetteH zegt:

    Mijn absolute lievelingsboek was "Scheepsjongens van Bontekoe".
    Ik nam het een aantal jaren geleden nog een mee uit de bieb voor mijn eigen kinderen, ze kwamen er absluut niet doorheen!
    Ik heb het zelf nog eens gelezen en me er over verbaasd, hoezeer het taalgebruik in kinderboeken veranderd is. Niet meer te vergelijken met de kinderboeken die nu geschreven worden!
    Ook Suske en Wiske boeken worden bij ons veel (voor) gelezen, al vanaf dat ze klein zijn. Onze dochter was vijf toen ze 's morgens vroeg zei: De film van gisteren was best een beetje eng, maar ik heb nochtans goed geslapen!
    Hoe ze aan het woord nochtans kwam? Uit Suske en Wiske!
    Van mij mogen ze ook strips lezen hoor!

  5. Frank Jongbloed zegt:

    Ik snap je punt, Lisette. Lees tegenwoordig maar eens een boek van Paul Biegel voor. Schitterende verhalen maar de kinderen haken af door het taalgebruik.

  6. Frank Jongbloed zegt:

    Die boeken van de Total hebben wij allemaal van een stel ouders gekregen. Aardig hè? Wij hebben een overeenkomst met de bieb. Zij komen op school.

  7. Ruth zegt:

    ik las vroeger álles, van Roald Dahl (mijn favoriet totdat ik zijn korte verhalen voor volwassenen las en erachter kwam dat hij maar een naar mannetje was) tot Jan, Jans en dr kinderen, maar ik ben afgehaakt na het verplichte lezen (op hoop van zegen, karel ende elegast en dan nog de onvertaalde versies) op de havo. Heel af en toe ligt er een boek op mijn nachtkastje (nu: het huis met de schaduw).
    Mijn jongens (groep 4) kunnen goed lezen, maar doen het niet voor hun lol. Nu is me ook opgevallen dat het voor die leeftijd goed zoeken is naar een goed boek voor jongens. Goed idee om eens een paar Suske en Wiske boeken aan te schaffen! Zij versieren zichzelf trouwens ook vaak en zijn dan een Marvel-held of een Ninja Turtle
    Bij mij op het werk merk ik precies hetzelfde: het is makkelijk om boeken voor tienermeiden te vinden, maar voor jongens blijft het lastiger. Zonde eigenlijk. 

  8. LisetteH zegt:

    Hmmmm…. je ziet, jouw column heeft me aan het denken gezet.
    Nu weet ik opeens niet meer zeker, of "Scheepsjongens van Bontekoe" nu mijn lievelingsboek was of "Meester van de zwarte molen".
    Die was ook spannend zeg!!

  9. Barbara Everts zegt:

    Ik las de Franse literatuur voor mijn lijst in het Nederlands. Ik probeerde het wel in het Frans, maar meestal snapte ik er niets van. In het begin legde ik het Franse en Nederlandse boek naast elkaar. Ik snap niet dat ik nog met een 6 slaagde voor Frans…

  10. Loes van Alphen zegt:

    Hanne Simonsdochter was mijn absolute favoriet. Ik heb dat boek helemaal kapot gelezen. Maar ook boeken als de Zevenssprong en detective boeken als de Vijf vond ik geweldig. Ik heb ze eens aangeraden aan wat leerlingen in groep 5, en die kwamen er inderdaad niet doorheen vanwege het taalgebruik. Vroeger kwam ik ook weleens boeken tegen met ouderwets taalgebruik, maar die las ik dan bij gebrek aan andere boeken en na doorzetten lukte het me altijd om ze alsnog te lezen. Maar ik heb zeker ook een periode van suske en wiske gekend. Goede tip om meer stripboeken aan te bieden, je denkt er niet vaak aan, maar bijvoorbeeld vooral tweetalige en taalzwakke kinderen hebben dan houvast aan de plaatjes.

Reageer


5 − = vier