Zoveel van onze tijd wordt besteed aan het conformeren aan andermans beeld van ons. Toen ik zestien was (tjongejonge, alweer vijf jaar geleden, de tijd geeft inderdaad betekenis aan het woord haast) nam ik uit pure hipheid een oorbel. De waarschuwingen uit mijn vriendenkring waren duidelijk; het was zeer onverstandig om een oorbel in het rechteroorlelletje te nemen. Iedereen wist dat een oorbel aan de rechterzijde een declaratie van homofilie was! Waar deze kennis vandaan kwam, wist niemand. Het stond nergens in, het sloeg nergens op, maar nu (bijna twee decennia later) voel ik nog steeds het gaatje in mijn linkeroorlel.

Reclames vertellen ons dat we slank en actief moeten zijn. Als we niet minstens één keer per jaar op vakantie gaan, dan rotten we weg tussen de broodkruimelvoegen van onze Ikea-banken en de gemiddelde negentienjarige die zich niet ooit heeft ingeschreven voor een televisietalentenjacht is voorbestemd om zijn of haar schijnwerperloze leven weg te laten kwijnen op een willekeurig grijs kantoor.

En hoe zit dat met ons, beste juffen en meesters? Laten we kinderen nog wel dromen of doen wij net zo hard mee aan het conformeren? Lees het korte verhaal “Dinosaurus” van Bruce Holland Rogers en misschien snap je waarom ik laatst – tijdens het stofzuigen, want ik luisterde naar het verhaal in plaats van het te lezen – even moest slikken vanwege de brok in mijn keel. Prachtig verhaal. Lees maar mee:

“Toen hij nog heel jong was, zwaaide hij met zijn armen, knarste met de tanden van zijn gigantische kaken, en denderde zo door het huis dat het servies trilde in de buffetkast. “Och, lieve hemel,” zei zijn moeder. ‘Je bent geen dinosaurus! Je bent een mens!”

Omdat hij geen dinosaurus bleek te zijn, dacht hij een poosje dat hij wellicht een piraat was. “Even serieus,” zei zijn vader op een gegeven moment, “wat zou je willen zijn?” Een brandweerman dan. Of een politieman. Of een soldaat. Iets heldhaftigs.

Maar op de middelbare school gaven ze hem toetsen en vertelden ze hem dat hij heel goed was met cijfers. Misschien wilde hij wel een wiskundeleraar zijn? Of een boekhouder? Hij kon veel geld verdienen met zoiets. Het leek een goed idee om veel geld te verdienen, zeker nu hij verliefd aan het worden was en over een gezin begon na te denken. Dus werd hij een boekhouder, ook al had hij er soms spijt van dat hem dat, nou ja, klein deed voelen.

En hij voelde zich zelfs nog kleiner toen hij niet langer een boekhouder was, maar een gepensioneerde boekhouder. Erger nog, een gepensioneerde boekhouder die dingen vergat.

Hij vergat het afval aan de weg te zetten, vergat zijn pil in te nemen, vergat om het gehoorapparaat weer aan te doen. Elke dag leek het wel alsof hij meer dingen vergat, belangrijke dingen, zoals welke van zijn kinderen in San Francisco woonde en welke waren getrouwd of gescheiden.

En toen was hij op een dag langs het meer aan het wandelen en vergat hij wat zijn moeder hem had verteld. Hij vergat dat hij geen dinosaurus was.

Daar stond hij te knipperen met zijn dinosaurusogen in het heldere daglicht, voelde de vertrouwde warmte op zijn dinosaurushuid, en keek hoe de libelles tussen het onkruid aan de waterzijde fladderden.”

Mooi toch, Trouwe Lezer?

bron
Foto: FJ

6 Reacties op “Aan De Waterzijde”

  1. Leerkracht PO» Nieuws berichten » A... zegt:

    [...]   [...]

  2. Anja zegt:

    Bewaar het kind in jezelf. En de daarbij behorende fantasie. Ik doe mijn best dat te blijven doorgeven, ook al kijken kinderen van 6 à 7 jaar af en toe naar je met een blik van "wat gek", als ik mijn fantasie de vrije loop laat in de klas. En voor mezelf: ik ben blij met het kind in mij.

  3. Frank Jongbloed zegt:

    Ja, bijzonder hè, dat kinderen soms zo snel “normaal” willen zijn dat je als ‘gekke’ leerkracht een reprimande krijgt voor je fantasievolle fratsen.

  4. Geartsje zegt:

    Mooi, inderdaad.

  5. Joke zegt:

    In mijn Juf Jedermann Blogs (ik zal geen link zetten Frank ;-) ) beschrijf ik hoe ik als bruid – met de directrice als bruidegom – door de stad loop. Opmerking van een van de meiden van groep 8: ‘Juf, dat U zo voor gek durft te lopen!’  

  6. Ine zegt:

    Nog steeds ben ik een kind nog steeds in volle verwondering aan het omtdekken. 
    Nog steeds kan ik te impulsief reageren als ik het ergens niet mee eens ben
    Ikhoop dat ik van binnen ( van buiten zie ik er een tikkie ouder uit ) eeuwig kind mag
    blijven. 

Reageer


vijf + 5 =