Zoveel van onze tijd wordt besteed aan het conformeren aan andermans beeld van ons. Toen ik zestien was (tjongejonge, alweer vijf jaar geleden, de tijd geeft inderdaad betekenis aan het woord haast) nam ik uit pure hipheid een oorbel. De waarschuwingen uit mijn vriendenkring waren duidelijk; het was zeer onverstandig om een oorbel in het rechteroorlelletje te nemen. Iedereen wist dat een oorbel aan de rechterzijde een declaratie van homofilie was! Waar deze kennis vandaan kwam, wist niemand. Het stond nergens in, het sloeg nergens op, maar nu (bijna twee decennia later) voel ik nog steeds het gaatje in mijn linkeroorlel.

Reclames vertellen ons dat we slank en actief moeten zijn. Als we niet minstens één keer per jaar op vakantie gaan, dan rotten we weg tussen de broodkruimelvoegen van onze Ikea-banken en de gemiddelde negentienjarige die zich niet ooit heeft ingeschreven voor een televisietalentenjacht is voorbestemd om zijn of haar schijnwerperloze leven weg te laten kwijnen op een willekeurig grijs kantoor.

En hoe zit dat met ons, beste juffen en meesters? Laten we kinderen nog wel dromen of doen wij net zo hard mee aan het conformeren? Lees het korte verhaal “Dinosaurus” van Bruce Holland Rogers en misschien snap je waarom ik laatst – tijdens het stofzuigen, want ik luisterde naar het verhaal in plaats van het te lezen – even moest slikken vanwege de brok in mijn keel. Prachtig verhaal. Lees maar mee:

Lees verder »