Beste Saxion Deventer,
of Hogeschool IJsselland - 
want dat was jullie naam toen ik mij 
op 21-jarige leeftijd bij jullie inschreef, 

Deze brief heeft ruim tien jaar op zich laten wachten. Dat is lang. Een stuk langer dan de tijd die mijn gemiddelde leerling nodig heeft om de basisschool te doorlopen. Daar zijn verschillende redenen voor. Bijvoorbeeld dat ik er niet van houd om bepaalde situaties in mijn leven "groter" te doen overkomen dan ze in werkelijkheid waren. En dat gevoel heb ik al heel snel als ik over vervelende emoties schrijf. Gaandeweg zo'n stuk tekst denk ik dan al gauw 'nou, Frank, zo meteen denken ze dat je er nog steeds mee rondloopt.' En die gedachte maakt rap een eind aan de geschreven tekst. In het prullenbak-icoontje ermee.

Een andere reden dat ik nu pas de brief schrijf is dat ik deze waarschijnlijk niet eerder had kúnnen schrijven. Ik heb net mijn eerste jaar als schoolleider achter de rug en er is niets beter dan een-eerste-jaar-als-schoolleider om de verantwoordelijkheid en belang en prachtige eenvoud van ons beroep tot diep in je botten te voelen. En zo gebeurde het dat ik laatst (waarschijnlijk op de terugweg naar huis – of onder de douche) aan het dagdromen was over mijn tijd op de lerarenopleiding. Ook wel bekend als de Pabo, of mijn persoonlijke voorkeur; die vreselijke school waar ik bijna vier jaar mijn tijd uit heb gezeten.


In de film Scent Of A Woman (1992) wordt een zin uitgesproken die mij aan mijn tijd op de lerarenopleiding in Deventer doet denken. "You are killing the very spirit this institution proclaims it instills." Vrij vertaald: Jullie smoren juist de ziel die deze instelling beweert in te blazen. (Dit is het moment waarop mijn linkerhersenhelft mij probeert over te halen te stoppen met dit stukje, maar ik zet nog even door als jullie het niet erg vinden.)

Jullie smoren de ziel die deze instelling beweert in te blazen.

Het is zo'n mooi beroep, leerkracht. Ik schrijf er al sinds 2008 stukjes over en ik ben er nog lang niet over uitgeschreven. Als ik 's ochtends het klaslokaal inloop is het alsof iemand mij aan de oplader legt. Ik krijg er energie van en hoop dit ook te geven aan de jongens en meiden die met mij in de groep zijn. Maar, op de stages na, heb ik maar weinig van jullie opleiding mee de klas in genomen. Een beetje spelling, wat rekenstrategieën, meer kan ik me niet herinneren. Alles wat ik destijds geleerd heb en me nu niet meer kan heugen, kan ik ongetwijfeld via Google, Twitter of Pinterest vinden.

Wat ik nog wel weet is dat ik een van de weinige jongens was en daardoor zelden aansluiting had. Beetje mijn schuld hoor, maar op de spw-opleiding vóór de Pabo was ik ook een van de spaarzame jongens en ik had het wel een beetje gehad met die rol.

Maar wat ik mij nog het beste kan herinneren is het onbegrip dat ik elke keer tegenkwam. Jullie moeten namelijk weten dat ik het in die periode niet altijd makkelijk had. Ik had een veeleisende vriendin met wie ik samenwoonde (en dat is alles over dat onderwerp) en ik betaalde de opleiding zelf. Dus als het even kon, stond ik in een of andere videotheek of bij een koeriersdienst mijn huur bij elkaar te werken. Net als elke andere Gemiddelde Student. Maar het was soms lastig combineren. Relatie, school en werk. En vaak niet leuk.

Zo moest ik voor ICT (of computerkunde, hoe jullie het ook noemden) een website bouwen voor een zorginstelling in Zwolle. Laat ik dat nog eens herhalen, met iets andere woorden. Om mij computervaardigheden aan te leren die mij van pas moesten komen als aanstormend leerkracht, kreeg ik de opdracht om een website te bouwen (niet te bedenken, maar letterlijk de HTML-code in elkaar te draaien) van een instelling die vrijwilligers koppelde aan verstandelijk gehandicapten. Natuurlijk liep dit in de soep. Ik had nog niet eerder in mijn leven een website gebouwd en van HTML had ik geen verstand. Nog steeds niet. En zo weet ik nog dat ik in mijn studentenauto wegreed uit Zwolle, nadat ik net van de zorginstelling te horen had gekregen dat de website was afgekeurd en ik van mijn docent vernam dat ik een onvoldoende had gekregen voor de opdracht.
Een website bouwen voor een vrijwilligersproject, hoe kwamen jullie bij die ongepaste en ingewikkelde opdracht? Gemakzucht?

Of die keer dat ik een ruim voldoende voor een stage had gekregen en de stagelerares als leerpunt aan mij meegaf dat ik niet te vroeg naar huis moest gaan bij toekomstige stages (hier komt die veeleisende vriendin weer de hoek om kijken). Nou, toen jullie dat hoorden, moest ik gelijk mijn stage verlengen met zes weken, want dat kon natuurlijk niet. Gelukkig sprong de stagelerares voor mij in de bres en wist ze dit te voorkomen (ik had tenslotte een ruim voldoende stage gelopen) en trokken jullie de strafmaatregel in.

Valt natuurlijk in het niet bij dat andere voorbeeld. Bij een andere stage kreeg ik als beoordeling 'goed' en was ik volgens de stageleraar "een genot om in de klas te hebben". Niet wat de docent van de Pabo dacht na een bezoek. Hij zei – en ik citeer precies zoals het gezegd werd: "Frank, je gegeven les was een belediging voor mijn aanwezigheid."

EB, als ik tegenwoordig stagiaires spreek over jou, dan zijn ze vaak vol lof. De enige twee situaties die ik mij van jou nog kan herinneren is dat ik je eens tegenkwam terwijl jij je hond uitliet en die keer dat je mijn les een belediging vond voor je aanwezigheid. En geloof mij nou maar (of niet), ik heb je feilloos geciteerd. Wat heeft je destijds bezeten dat je het gerechtvaardigd vond om mij met zulke woorden de grond in te boren? Dat hoort een student toch nooit uit de mond van een mentor te horen?

Jullie smoren de ziel die deze instelling beweert in te blazen.

Of dat een docent vanwege een ziekte mijn ingeleverde verslag niet tijdig kon nakijken en ik om die reden een paar maanden later moest afstuderen. Het verslag was een aardrijkskundeopdracht en ik had een continent verzonnen (Achtus Groeperia – vond ik zelf heel gevat) dat de bovenbouw van het primair onderwijs door middel van allerlei onderzoeksvragen zelf kon vullen met stammen en culturen.

De docent kwam dus te laat met de beoordeling (en met een gemeen grapje over de naam van het continent) en ik kon pas een paar maanden later een herkansing doen (het verslag kreeg namelijk een onvoldoende). Hier heb ik overigens wel iets over gezegd, waardoor ik een boekenbon kreeg van de opleidingsdirecteur.

Het absolute dieptepunt kwam op het eind. Ik deed een praktijkopdracht samen met drie dames en omdat ik veel probeerde te werken in mijn schoolvrije uren liep deze samenwerking niet soepel. Mede mijn "schuld". Maar, vastbesloten om dit project goed te laten verlopen, trachtte ik veel contact te hebben met de drie studentes. Deze reageerden echter nergens op. Terugkijkend denk ik dat ze mij er liever niet bij hadden gehad. Mijn telefoontjes bleven onbeantwoord, mijn mails waren tevergeefs. En toen kwam de dag dat we de praktijkopdracht op een school moesten uitvoeren. Eerst naar de lerarenopleiding om contact te leggen met de docente die mee zou gaan. Ik ging al met een naar voorgevoel naar Deventer, maar ik had me desondanks toch voorbereid op de opdracht. Alleen, dat wel.

Toen ik het lokaal inliep hoorde ik hoe de docente een afspraak maakte met de drie studentes. Ze mochten met haar meerijden naar de school waar de praktijkopdracht gegeven zou worden. Toen ze mij opmerkten, liepen de studentes weg en kreeg ik van de docente te horen dat ik de opdracht niet mocht uitvoeren. Mijn kant van het verhaal ("Niemand heeft op mijn pogingen contact te leggen gereageerd!') werd niet gehoord. Het was zo vreselijk,vreselijk oneerlijk dat ik er nu, tijdens het schrijven, nog steeds een rotgevoel van krijg. De drie studentes kwamen later weer naar binnen en ontkenden, zij het halfhartig, mijn argumenten. Toen gebeurde het. Ik deed mijn best om kalm over te komen en ging tegenover de vier dames zitten. Maar het blad van de tafel waarop ik wilde rusten zat los en ik viel hard op de grond. Er was zoveel lawaai dat mensen uit de gang kwamen kijken. Beschaamd lachend grapte ik de opmerkingen weg en maakte een afspraak met de docente om de opdracht opnieuw te doen. Voor de zoveelste onterechte keer. In de auto op weg naar huis heb ik een paar minuten zitten huilen. (For the record; ik ben geen huiler.) Ik vond de lerarenopleiding verschrikkelijk.

En zo zijn er nog wel meer voorbeelden te bedenken die niets toevoegen aan deze brief. Pff, misschien maakt het de brief wel ongeloofwaardig, hoewel ik geen woord van bovenstaande woorden gelogen of gedramatiseerd heb. En er waren ook wel goede momenten en goede docenten. Gert, die het vak rekenen gaf (ik weet je achternaam niet meer, sorry), die heel begrijpend was toen ik hem uitlegde dat ik een half jaar langer over de opleiding ging doen omdat ik niet meer zoveel groepsopdrachten wilde maken. En de docente bij wie ik mijn allerlaatste opdracht inleverde. Bij haar durfde ik iets meer los te laten over wat ik van de opleiding vond en tot mijn grote verbazing was ze het met enkele punten met mij eens.

Mijn diploma heb ik inmiddels al jaren op zak, al heb ik deze door het halve jaar verlenging nooit echt op feestelijke wijze ontvangen. Een brief kreeg ik, waarin stond dat ik mijn diploma bij de administratie kon ophalen. En dat heb ik toen gedaan. Ik reed met het studentenautootje naar Deventer, kreeg bij de administratie een envelop met mijn diploma erin en ik reed in een beginnend-schoolmeestersautootje weer terug naar Apeldoorn.

Meer weet ik niet meer te schrijven. Heb ik ook geen zin meer in. De brief heeft lang op zich laten wachten en nu ik de frustraties van toen op papier heb gezet, heb ik er ook wel genoeg van. Klaar. Mijn laatste verzoek is of jullie goed willen nadenken over hoe jullie de studenten benaderen. Misschien is dit inmiddels wel veranderd of misschien ben ik al die tijd een uitzondering geweest. Kan.

Maar het kan niet vaak genoeg gezegd worden; het is zo'n mooi beroep.
En door jullie had ik het bijna niet uit kunnen voeren.

Groeten,
Frank Jongbloed.

Groepsleerkracht en schoolleider in het primair onderwijs.
Columnist voor verschillende onderwijssites en vakbladen.

6 Reacties op “Brief Aan Mijn Lerarenopleiding”

  1. Patricia zegt:

    Heeeeeel herkenbaar! Ik zat van 2000 tot 2004 op de Pabo in Rotterdam en heb meermaals gezien dat medestudenten op deze manier behandeld werden. Omdat ik van mening was dat de docenten op de Pabo ons het juiste voorbeeld moesten geven over hoe je met je leerlingen omgaat, ben ik na 2 lessen weggebleven bij de lessen Natuuronderwijs. Een medestudent werd zo gekleineerd omdat hij het juiste antwoord niet wist, dat de hele klas in opstand kwam. Omdat de desbetreffende leerkracht vond dat hij niets fout deed, ben ik daarna niet meer naar zijn lessen gegaan. Die man kon mij toch niets leren! 
    Vreselijk om te lezen dat dit op meerdere Pabo's speelt… Zet je toch aan het nadenken over de opleiding…

  2. Anja zegt:

    Je brief is heel herkenbaar Frank. Al veel langer geleden toen de Pabo nog Pedagogische Academie heette, ontbrak het de docenten (een aantal) aldaar  aan pedagogische visie en handeling. Degenen die als student hun nek uitstaken of een uitgesproken mening hadden werden afgebrand. Ik hoop dat deze brief je oplucht. Je weet toch van jezelf dat je een kanjer bent in je onderwijs.

  3. Joke zegt:

    Inderdaad heel herkenbaar! Ik zat op de Pabo in Rotterdam die toen nog Kweekschool heette (@Patricia) en werd ook – net als iedereen toen - behandeld als een kind. Ik kan me niet herinneren er ooit maar iets geleerd te hebben waar ik in de praktijk nut van heb gehad. Over leer- en gedragsrproblemen is nooit een woord vuil gemaakt en de lessen die je kreeg waren er allemaal op gericht om van elke student een 'bolleboos' te maken, maar hadden verder geen enkel verband met de praktijk. Zelfs de gymlessen die we moesten geven, werden op een school gegeven waarvan de leerlingen al -tig keer trefbal of slagbal hadden gespeeld. Als je iets vergat in de praktijk deden ze het toch wel goed. Misschien was de muziekles nog enigszins op de praktijk gericht, maar als enige klas (ik zat in klas j) hadden we die op zaterdag terwijl geen mens meer op zaterdag naar school of naar zijn werk ging. Ik heb heel lang aangenomen dat dit alles kwam omdat ik geen 'hoofdakte' had gedaan, maar toen ik later (verplicht) gedurende twee jaar lang een applicatiecursus moest volgen om me geschikt te maken voor kleuters, bleek er nog geen steek veranderd. Weer kwamen Jung, Freud etc. en Maria Montessori etc. aan de orde en tijdens de verplichte stages bij de kleuters moest ik zo veel tijd aan mijn afstudeerwerk besteden dat ik nauwelijks ervaren heb hoe het bij de kleuters in zijn werk ging en daar was die cursus nu juist voor bedoeld.
    Jammer dat er dus in al die jaren nog steeds niets veranderd is behalve de vrije zaterdag, het aantal klassen per studiejaar en het aantal mannelijke klasgenoten, maar dat is onbelangrijk als je een beroep wilt leren.

  4. Frank Jongbloed zegt:

    Bedankt voor de reacties. Ik heb ze ook hier geplaatst:
     
    http://www.frankjongbloed.nl/2013/07/brief-aan-mijn-lerarenopleiding.html

  5. Rhea Flohr zegt:

    Ik krijg er kriebels van hoe vervelend dit moet zijn geweest, en helemaal als er zoveel herkenbare reacties zijn. Zo vervelend is mijn PABO tijd niet geweest maar er waren wel momenten… mijn post-HBO was meer een aanfluiting maar kan nog steeds niet tippen aan dit verhaal. 

  6. Anne zegt:

    Beste Frank,
    wat een veerkracht bezit je om na zo'n ervaring, en dat vier-en-half jaar lang, nog zo van je beroep te gaan houden.
    Ik doe deeltijd verkortmop de Marnix Academie in Utrecht. Daar is alles wat jij als horrorverhaal positief omgekeerd. Ik kan deze opleiding dan ook iedereen aanraden!
    Groetjes, Anne

Reageer


acht − = 1