Leerkrachten moeten eigenlijk verplicht worden om elk jaar minstens een of twee gastsprekers in het klaslokaal te halen. De voordelen hiervan ga ik nu niet bespreken, al lijken ze me voor de hand liggend voor iedereen die dagelijks kennis tracht over te brengen aan een verzameling kneedbare geesten. Hoe dan ook, een geroutineerde leerkracht zal opmerken dat een minder bedreven spreker de neiging heeft om kinderen het woord te geven die graag aan het woord zijn. (Te herkennen aan een vinger die continu in de lucht steekt, onophoudelijk oogcontact en soms zelfs – in afwachting van het beantwoorden van de vraag – geluidjes als ‘unhhh, unhhh!’) Wie blijven er dan nog over? Sowieso de kinderen die het antwoord op de vraag niet weten. En… de kinderen in wiens aard het niet ligt om en plein public het woord te nemen. Kinderen die stil zijn. Verlegen? Nee, stil.

Er is een mooi verhaal over een schrijver die op zoek was naar de grootste ontdekkingsreiziger ooit. Columbus? James Cook? Zijn onderzoek bracht hem naar een wijze man, die hem wist te vertellen dat de grootste ontdekkingsreiziger was overleden en een plek in de hemel had. Dus ging de schrijver naar de hemelpoort en vroeg daar aan Petrus waar de wereldwijze avonturier te vinden was. Petrus wees naar een simpele jongeman die iets verderop op een bankje een boek aan het lezen was. “Hij?!” riep de schrijver verbaasd. “Maar ik ken hem! Die kerel is geen ontdekkingsreiziger, hij had een boekenwinkeltje twee straten van waar ik woon.” “Dat klopt,” zei Petrus, “maar als hij de juiste kansen gekregen had, was hij zeker de grootste ontdekkingsreiziger ooit geweest.”

Lees verder »