Frank Jongbloed in gesprek met het artikel op Volkskrant.nl (22/01/13) van Joop Smits. Niet met de man zelf. Voor de duidelijkheid. Laten we met het opiniestuk van Smits beginnen:

Plasterk krijgt met zijn fatsoensoffensief alle hoon over zich heen.

“Oh, dat is vervelend. Ik heb nog niet eerder van zijn offensief gehoord, maar ik moet toegeven dat ik niet vaak televisie kijk of radio luister. Ik lees wel heel veel onderwijsnieuws, maar daar ben ik het ook niet eerder tegengekomen. Hoe dan ook, vervelend. Ik vind die Plasterk namelijk best aardig, ook al heb ik in het verleden puberale grapjes gemaakt over z’n naam en rottige stukjes over hem geschreven.”

Maar Joop Smits, oud-inspecteur van het onderwijs, ziet dat veel scholen te kort schieten in de aanpak van wangedrag. 'De PvdA-minister heeft terecht zijn nek uitgestoken.' PvdA-minister Plasterk is een fantsoensoffensief gestart, maar krijgt alle hoon over zich heen.

“Een fantsoenoffensief. We zien het maar even door de vingers, meneer de oud-inspecteur.”

Niet alleen van zogenaamde ervaringsdeskundigen in de sociale media, maar ook van experts (bijvoorbeeld: de hoofdredacteur opvoedtijdschrift J/M voor ouders). Ouders en ook scholen zijn al steeds strenger en er wordt al zoveel van hen verwacht, is de reactie. Ze zijn al onzeker en de minister maakt het alleen maar erger.

Zogenaamde ervaringsdeskundigen in de sociale media. Kom op, Joop. Niet zo neerbuigend.”

Als opvoeder ben ik slechts ervaringsdeskundige…

“Hoho. Zogenaamd ervaringsdeskundige, hè?” 

…(met vier kinderen en negen kleinkinderen)…

“Nou, Joop. Je hebt er wel pap van gelust, jij ouwe ervaringsdeskundige!”

…maar over onderwijs zijn mijn uitspraken gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek.

“Oké. Dat is andere koek. Laat maar horen dan.”

Het blijkt dat zelfs op de 10 procent beste basisscholen in Noord – Brabant (scholen die drie jaar achtereen zeer hoge Cito-eindresultaten hebben behaald) er gebrek is aan structuur en discipline.

“Ehm, stop. Ten eerste val ik al af bij ‘Noord-Brabant’ en ten tweede is een school die drie jaar achter elkaar een – let op – zeer hoog groepsgemiddelde op de cito eindtoets heeft gehaald, niet per se ‘de beste basisschool’ te noemen. De definitie ‘beste basisschool’ is op verschillende manieren in te vullen, ongeacht de tunnelvisie van een scoregedreven oud-inspecteur.”

Liefst 72 procent van de leerlingen oordelen dat de leerkrachten te weinig kordaat en consequent optreden. Op papier zijn de regels helder, maar er zijn te veel ordeproblemen, er is te weinig eenheid van handelen in het toepassen van regels, in straffen en belonen. Als structuur en discipline ontbreekt op de beste basisscholen is de kans groot dat dit slechts het topje van de ijsberg is.

“Misschien is het slechts het topje van de ijsberg, Joop, maar laten we niet vergeten dat het juist die overdreven sterke focus op cijfers en scores is die het onderwijs als een Titanic ten onder laat gaan.”

Deze cognitief sterke scholen zijn op vele terreinen voorbeeldig. Echter ook op deze scholen bleek meer structuur en discipline in het onderwijs de belangrijkste voorwaarde voor excellente leerresultaten en hoge sociaal-emotionele opbrengsten. Op kleurrijke scholen bleek dit kwaliteitsaspect eveneens een succesfactor (Smits, 2010).

“Haha, Joop. Zeg je nu dat er naast ‘cognitief sterke scholen’ ook kleurrijke scholen bestaan? Of lees ik dit verkeerd?”

Als inspecteur van het onderwijs heb ik honderden scholen van basisonderwijs en voortgezet onderwijs bezocht.

“Ja. De situatie die een onderwijsinspecteur op een school aantreft is altijd zeer naturel. Zoals het is, zeg maar. Ik heb persoonlijk ook altijd de neiging om duidelijk grenzen te stellen in de klas als er een inspecteur naast me op een krukje zit. Orde in de klas, verdomme!”

Mijn ervaring is dat op veel scholen de 'hardware' met anti-pestprotocollen, heldere regels op papier e.d. op orde is, maar dat de 'software' mankeert. Veel scholen weten bijvoorbeeld niet eens of er daadwerkelijk wordt gepest.

“Ik neem aan dat dit in je eerdergenoemde ‘gedegen wetenschappelijk onderzoek’ staat? Joop? Hallo?

Op de meeste scholen moet elke leraar zelf uitzoeken hoe hij/zij omgaat met leerlingen. Er is geen eenheid van handelen. Vaak is er zogenaamd eenheid van beleid in die zin dat in schoolplannen of beleidsnotities in fraaie bewoordingen is uitgeschreven wat de intenties van de school op dit terrein zijn. Papier is echter geduldig. Meestal dekt de vlag de lading niet: de werkelijkheid in de dagelijkse praktijk ziet er in het algemeen heel anders uit.

“Dat zei ik net. Net als bij een inspectiebezoek.”

En juist veel leerkrachten – en dat zijn toch professionals – missen de bekwaamheid om duidelijke grenzen te stellen aan wat wel en niet kan. Waarschijnlijk geldt dat ook voor veel ouders.

“Maar niet voor jou, Joop. Jij hebt wel vier kinderen – en negen kleinkinderen – maar het gaat om andere ouders. Want jij was en bent een professional.”

Hebben leerkrachten geleerd hoe ze moeten omgaan met leerlingen die een kort lontje hebben, met schelden, slaan of schoppen?

“Nee, Joop. Daar heb je een punt. In ieder geval niet op de lerarenopleiding. Misschien wel via cursussen en trainingen! Daar gaan we vaak heen. En tijdens vele uren ervaring en overleg. Gelukkig is het draaiboek niet zo duister als jij doet voorkomen. Het kan ook heel gezellig zijn op school. En vertel mij eens, Joop, toen jij vader werd, heb jij toen een cursus ‘kind met kort lontje’ gedaan?”

Is er bij pesten op school, naast de rol van het slachtoffer en de dader(s), ook nagedacht over de houding van de omstanders, van de zwijgende meerderheid in de klas?

“Ehm, ja. Niets doen is meedoen. Voor zover ik weet. Maar ik heb geen honderden scholen bezocht.”

Een ding is zeker, ook op cognitief sterke scholen kunnen de meeste leerlingen niet rustig doorwerken als de leraar de klas uit is. Het natuurlijke vanzelfsprekende gezag ontbreekt veelal. Scholen zouden veel beter moeten nadenken over hoe ze met wangedrag moeten omgaan.

“Lieve Joop. Nogmaals: ik stoor me eraan dat je ‘cognitief sterk’ elke keer in verband brengt met ‘rustig doorwerken’ en ‘kinderen die zich goed gedragen’. En ik kan met het grootste gemak mijn klas uitlopen zonder dat de kinderen vervallen in ‘wangedrag’. En ik voel me zeker geen uitzondering. Joop, door je visie op onze kinderen stijgt me eigenlijk het schaamrood naar de kaken.”

Leerkrachten zijn in het algemeen aardig met een luisterende houding, maar stellen te weinig grenzen: zo ver en niet verder. Gezag begint met duidelijkheid: zo gaat het hier op school met duidelijke regels die consequent worden gehandhaafd. Naar mijn mening moet een leraar niet te gemakkelijk toegeven en zich verschuilen achter de rol van de begripvolle 'pamperende' hulpverlener. Nee zeggen is een kunst!

“Schrijven en overtuigen ook, Joop. En je navigeert richting een onvoldoende.”

Daarmee is niet gezegd dat het Nederlandse onderwijs moet overgaan tot 'Belgische toestanden' met alle kinderen in de rij.

“Haha, die Belgen, hè? Nee, laten we niet overgaan tot België. God verhoede de “Belgische toestanden”.

Maar op elke school moet er eenheid van handelen komen binnen het team over algemeen geldende zaken als taalgebruik, kleedgedrag (jassen aanhouden, hoofddeksels in de klas), te laat komen, gsm-gebruik, internetgebruik, de wijze van groeten, tutoyeren, de leerkracht al dan niet aanspreken met de voornaam enzovoort. Als team bepaal je wat de grenzen zijn. Deze afspraken worden door iedereen nagekomen en consequent gehandhaafd. Daarnaast zijn sancties nodig, waarin je als leerkracht door de directie wordt gesteund.

“Eenheid van handelen, kleedgedrag, grenzen, afspraken, consequente handhaving, sancties. Joop! Het wordt een beetje eng. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het gebruik van het woord ‘hoofddeksels'. Waar moeten we aan denken, Joop? Een hoofddekselprotocol?”

In preventief opzicht betekent dit dat de school leerlingen moet leren, hoe je een hand geeft, hoe je je excuseert, dat praten effectiever is dan vechten. Dit is de pedagogische opdracht van de school.

Daarnaast moet vooraf worden nagedacht over ongewenst, ontoelaatbaar en grensoverschrijdend gedrag in bijzondere situaties met extra risico's (een schoolreisje, een excursie, een musical, een voetbaltoernooi, een ouderavond enzovoort). De scenario's moeten klaar liggen. De directie moet de leerkrachten in al die gevallen krachtig ruggesteun bieden.

“Ik wil opeens helemaal geen schoolreisje en voetbaltoernooi meer op mijn school. Veel te gevaarlijk. Om nog maar te zwijgen over de aankomende Project X-Ouderavond. Laveloze ouders met blikjes energiedrank en dreigende hoofddeksels.”

In onderwijs en opvoeding moet er weer een balans komen tussen empathisch optreden (kinderen serieus nemen) en kordaat en consequent optreden. De PvdA-minister heeft terecht zijn nek uitgestoken. Uit onverwachte hoek. Ik had eerder verwacht dat het CDA zich op dit terrein zou profileren.

“Bedankt voor je opinie, Joop.

Ik moet opeens denken aan een verhaal dat een collega me gisteren vertelde. Nee, echt. Ik verzin het niet. Gisteren zat ik op de bank in de koffiekamer en ik dacht aan een oud-leerling en ik zei hardop dat het een leuke jongen was (en nog steeds is). Toen vertelde de collega die naast mij zat dat ze jaren geleden het sinterklaasfeest in haar groep 8 moest missen omdat ze die dag lesgaf in groep 4. Die jongen waar wij het over hadden, kwam die dag haar klas in en gaf haar alsnog een zelfgemaakte surprise met een cadeau erin én een handgeschreven gedicht. Wat een toffe jongen, Joop. Daar hebben we er veel van hoor. In het onderwijs. Veel meer dan jij denkt.

Hoe dan ook, bedankt voor je adviezen. We gaan er wat mee doen.

Groeten, Frank.”

 

Bron: Volkskrant.nl

6 Reacties op “Kinderen Die Vragen Worden Overgeslagen”

  1. Kristel zegt:

    Oud inspecteur – enorme zeur?

  2. Geartsje zegt:

    Ik vind jouw reacties veel herkenbaarder dan de wantoestanden die de oud-inspecteur de lezers voorspiegelt.

  3. Frank Jongbloed zegt:

    Mijn grootmoeder waarschuwde mij vroeger altijd voor mensen wiens mondhoeken gevaarlijk veel naar het zuiden hangen.

    (Dat was ook de reden dat we niet vaak bij haar op visite gingen.

    Bedenk ik me plots.)

  4. WillemICT zegt:

    Een typisch voorbeeld van theorie versus praktijk. Wat had je trouwens gedaan als hij echt tegenover je gezeten had voor een interview?
    Inspecteur? Wat een getreur!

  5. Frank Jongbloed zegt:

    Dan had ik me waarschijnlijk iets minder scherp uitgelaten, Willem. Want in het echt ben ik veel aardiger. En knapper!

  6. Hannes Minkema zegt:

    Ik werk als leraar in het VO, en kom ook als opleider op diverse VO-scholen. Misschien komt het daardoor dat ik me bij de observaties van Smits wel wat kan voorstellen. Binnen een school, binnen een team zijn er grote verschillen in hoe leraren leerlingen en klassen bejegenen. De teams zijn natuurlijk veel groter dan in het basisonderwijs, dus daarom zal de bandbreedte qua bejegening wellicht ook groter zijn. En de kinderen zijn flink aan het puberen, dus dat maakt vast ook verschil qua excessiviteit van gedrag en het onvermijdelijke 'uitproberen' van wat wel/niet mag. 
    Erg diep gaat het inzicht van de oud-inspecteur niet. Ik lees niets dat ik niet vanzelf vind spreken. Zowel het probleem (te permissief en inconsequent zijn leidt tot problemen) als de oplossing (beter afstemmen van regels en bejegening van leerlingen) is overbekend. Het moest blijkbaar weer eens hardop worden gezegd.
    Wat wel lijkt te veranderen, is de houding van een deel van de ouders. Vergeleken met een kwart eeuw geleden, toen ik begon met lesgeven, lijken er nu meer ouders te zijn die van school het nodige heil verwachten bij de opvoeding van hun kind ("Ja, pakt u hem maar streng aan hoor"). mogelijk omdat ze daar zelf moeite mee hebben;en meer ouders die vinden dat school te ver gaat in het corrigeren van wangedrag. Sommige leerlingen proberen dat uit te buiten: "Ik heb die strafregels niet geschreven want mijn vader vond dat een belachelijke ouderwetse straf". "Van mijn moeder moet ik in de mediatheek werken als het in de klas te druk is".

Reageer


3 + twee =