Moet een leerkracht per se een goede verhalenverteller zijn? En moet per se per se uit elkaar geschreven worden? De tweede vraag is makkelijker te beantwoorden dan de eerste. Toch zijn er heel wat professionals die behoorlijk moeite hebben met beide vragen. Laat ik de eerste dan anders stellen. Bent u een goede verhalenverteller? En dan heb ik het niet alleen over voorlezen, wat veel te weinig gebeurt in de Nederlandse klaslokalen. Ik heb het over de wijze waarop u de lesstof overbrengt aan de nieuwsgierige jongens en meisjes die elke dag u behoorlijk lang aan moeten horen. U heeft zelf inmiddels meer dan genoeg studiedagen, vergaderingen en cursussen bijgewoond om feilloos het verschil te kennen tussen een inspirerende spreker en iemand die u doet verlangen naar harakiri. De Aborigines (ook wel aboriginals genoemd, of vroeger; austraalnegers, maar daar maak je tegenwoordig geen goede indruk mee – u bent gewaarschuwd) wisten het al:

Grandfather teach me most important lesson of all. Tell 'em story.

En laat ik nu een leuk afstreeplijstje hebben voor de volgende keer als u uw kakement opentrekt tegenover de kudde. Lees maar voor:

1. Ieder onderdeel moet belangrijk zijn.

2.    Zorg voor een boeiende opening.

3.    Vertel vanuit een thema.

4.    Houd het eenvoudig.

5.    Blijf oogcontact houden.

6.    Gebruik levendige taal die kinderen begrijpen.

7.    Beweeg tijdens het verhaal.

8.    Voeg dramatische pauzes toe.

9.    Maak gebruik van verschillende stemmen.

10. Sluit af met een goed leerpunt.

11. Zeg de waarheid, kinderen zijn slimmer dan we denken.

12. Zorg dat het publiek zich met de hoofdpersoon kan identificeren.

13. Is er een probleem? Beweeg met je verhaal richting het antwoord.

14. Ken het einde voor je begint te vertellen.

15. Probeer alle zintuigen van je publiek te gebruiken.

16. Houd het reëel, geen trucjes.

17. Betrek je publiek tijdens het vertellen.

18.  Zorg voor hindernissen, dat zorgt voor een sterk einde.

19.  Zorg voor attributen.

20.  Maak van alledaagse zaken iets heel bijzonders.

21.  Beschrijf de omgeving waarin je verhaal zich afspeelt.

22.  Gebruik muziek.

23.  Bedien je van leuke geluidseffecten.

24.  Laat je leerlingen het verhaal herhalen.

25.  Laat het aansluiten bij de werkelijke wereld/geschiedenis.

26.  Herhaal veel tijdens je verhaal.

27.  Vat je verhaal in één zin samen voor je begint te vertellen.

28.  Sla omwegen over.

29.  Maak een tijdslijn.

30.  Laat ook wat te raden over.

“Storytelling has been around as long as humankind. It is one of the most effective ways to communicate an important truth to another person. It is a connection point between two people. It gives meaning, context, and understanding in a world that is often filled with chaos and disorder.

Because of this, educators must use stories if they hope to reach their students. Stories will stay with people much longer than facts or statistics. If a teacher becomes an excellent storyteller, he or she can ensure that any concept they teach will be remembered for years to come.

Stories don’t just work well for narratives; they can be used to illustrate scientific or mathematical processes as well. Take for example the difference between learning a formula, and the ability to solve that problem in the context of a real-life example. Stories bring information, knowledge, and truth to life.

Meer weten? Lees dan alle 30 tips nog eens na (plus een uitleg bij elke tip) op informED.

Rest mij u nog te vragen: Hoe verhalend bent u in de klas? En wordt dat voorleesboek nog wel eens gepakt OF HOE ZIT DAT?

Per se

14 Reacties op “Tell ‘em Story”

  1. Ine zegt:

    O heerlijk voorlezen. Vooral nu het weer wat slechter wordt. Aleen een kaars aan om het spannende nog wat spannender te laten worden. Met de muziek uit de film van Harry Potter op de achtergrond en dan net het einde niet vertellen maar de kinderen dit laten tekenen of schrijven.
    Een van de dingen uit het onderwijs die fantastisch zijn is dat daar dan wel een methode ligt waaruit gewerkt moet worden maar dat jij zelf mag bepalen hoe je dat ditactisch aanpakt. Geweldig ! Bij de uitleg van de sommen het soms ingedutte stel op laten veren omdat je de sommen gaat zingen. Vooral op een wijs van Andre Hazes scoort goed.
    Taal via toneelstukjes laten beleven. Zoveel te bedenken zo weinig tijd ze allemaal uit tw voeren. Maar dit maakt het onderwijs leuk. Iedere dag weer opnieuw. En voorlezen ? Ja voorlezen moet. Ook iedere dag weer opnieuw.

  2. Frank Jongbloed zegt:

    Hm, klinkt alsof je dit goed in de vingers hebt, Ine. Precies wat het stuk bedoelt. Alleen je opmerking over Hazes deed hier de wenkbrauwen omhoog gaan. Voorbeeld?

  3. Kristel zegt:

    Voorlezen doe ik in mijn groep 5/6 elke dag. Vooral omdat het zo'n heerlijk rustmoment is in de klas tijdens de hectische dagen. Meestal lees ik voor tijdens het eten tussen de middag. Ik vind mezelf niet de aller beste verhalen vertellen maar ik probeer het wel. Vooral bij geschiedenis vind ik dat helemaal te gek. Bij de schrijflessen van taal probeer ik dat ook altijd. Het is mooi om te zien wat voor prachtige verhalen de kinderen daarna zelf schrijven! 

  4. Frank Jongbloed zegt:

    Ah, een continurooster. Mijn moeder die vroeger op het speciaal onderwijs zat, las ons ook altijd voor. Zelfs tot aan Evert Hartman. 

  5. Anja zegt:

    Voorlezen doe ik iedere dag, tijdens de kleine pauze en bij de lunch. Daarnaast zijn er ook verhalen in de diverse methodes. Die gebruik ik niet allemaal, anders blijf ik aan de gang in een 3-4. Een verhaal bij VLL, verhalen bij de zaakvakken enz. Maar mijn eigen verhaaltjes om sommen duidelijk te maken of een spelling probleem te illustreren zijn er elke dag.

  6. Frank Jongbloed zegt:

    Hmz, allemaal good practices. Da's mooi. Ik wacht op de leerkracht die zegt dat hij nog wel wat meer mag doen aan het bovenstaande. 

  7. Ine zegt:

    Wat dacht je van bloed zweet en tranen Frank ?
    Dan in de trant van : Zet het goed onder elkaar. Kijk er in ieder rijtje naar ……..
    Of Ramses met : Zing vecht huil bid lach werk en bewonder. Laat daarbij je eigen fantasie maar werken.
    O zo veel liederen. O te weinig tijd.
    Maat wel lol in het lesgeven.
    Zal toch eens gaan vragen welk lied de kinderen uit mijn groep het fraaist vinden om te horen.

  8. Frank Jongbloed zegt:

    "Zethetgoedonderel – kaaaaar, kijkerin ieeeeee -derijtje naaaaaar."
     
    Hm. 

  9. Ine zegt:

    Ja dag. Het ligt ook aan de sound die je er aan mee geeft Frank. We zitten niet in een of ander kamp ! Gadverdikkie.

  10. Ine zegt:

    Weet je trouwens wat ook heel leuk is om te doen in deze hectische tijd van Nicolaas en Kerstmis ? Een mooi verhaal vertellen waarbij ze kunnen visualiseren. Zo ben ik gisteren met de kinderen in het bos geweest hebben we met de voeten in een riviertje gezeten zijn we naar de wegsput geweest om de wens te doen dat het vandaag een te gekke toffe dag zou gaan worden. Wat denk je ? Het werd een te gekke toffe dag! Heb ooit eens bij mijn eerste wzwangersschap een of andere cd gekocht met rustgevende muziek.  (Als je voor de eerste keer zwanger bent laat je je van alles aanpraten) maar het werkt. Terwijl mijn collega's de handen ten hemel hieven onder het roepen laat die Baardmans gauw weer naar Spanje gaan had ik een heerlijk sereen rustig klasje. Dus mocht bloed zweet en tranen niet lukken Frank , probeer dit eens.

  11. Hilde zegt:

    Dag Frank,

    van welke auteur is dit mooie Engelse citaat? Het klinkt als een boek dat de moeite waard is om eens in te zien…

  12. Frank Jongbloed zegt:

    Je kan het geloven of niet, Ine, maar ik zong net heel hard Bloed, Zweet en Tranen in de klas. Maar ik vind je adviezen heel goed. 
    Hilde, in het stukje hierboven staat een link, daar vind je de tekst.

  13. Ine zegt:

    En Frank hoe beviel het ?
    Gingen ze er in mee of keken ze je aan van wat moet die nu weer  ?

  14. Alike Last zegt:

    Beste Frank,
    Je lijst geeft veel weer van de dingen die wij (=talendocenten) doen bij TPRS, ook wel TPR Storytelling genoemd (dat eigenlijk TPR Story asking zou moeten heten, omdat we de verhalen niet vertellen, maar vragen). Eigenlijk zijn de leerlingen een vreemde taal aan het leren als "bij-product" van het verhalen vragen! Is dat niet bijzonder? En het werkt giga-krachtig en je bent continu in de vreemde taal aan het spreken!
    TPRS staat voor Teaching Proficiency through Reading and Storytelling : een taal doceren vanuit lezen en verhalen. Het is voor alle talen te gebruiken, ook gebarentaal. Het is ontwikkeld door de Amerikaanse docent Spaans Blaine Ray in de negentiger jaren. In 2007 heb ik het in Nederland geïntroduceerd en het begint steeds meer gebruikt te worden tijdens taallessen.
    Meer informatie vind je onder andere op: http://tprs.webnode.nl/
    Ik hoop dat ik je nieuwsgierig heb gemaakt!

Reageer


+ 4 = zeven