Het is een zonnige ochtend in mei en het is een paar minuten over half elf. De zon ligt als een winterdekbed over het schoolplein en de verhitte kinderen bewegen zich traag over de stenen, op zoek naar verkoeling, een leuk spelletje en zuurstof. Bij het schoolhek zit een meester op een krukje. Hij vraagt zich af waarom hij een spijkerbroek aanheeft en alle juffen een zomerse rok (niet dat hij dat om wil draaien), maar hij is ook blij dat hij zijn teenslippers weer aan kon doen die ochtend. Als de meester een slok neemt van zijn koffie (huismerk van de naastgelegen supermarkt, om de kosten te drukken), staat er opeens een klein meisje voor hem.

“Jij mag niet op onze kruk zitten”, zegt de kleuter terwijl ze met een frons als een linosnede wijst naar het rode krukje waar hij op zit. De meester neemt het meisje goed op. Ze heeft leuke kleren aan, die bij haar houding passen, maar niet helemaal bij haar leeftijd. Het is tienerkleding. Een shirt met een hippe uitspraak, skinny broek. De enige concessie aan haar ware leeftijd zijn haar lampjesschoenen, die elke keer als ze een stap zet oplichten als een kerstboom.

“Jawel hoor,” antwoordt de meester, “ik heb aan de juffrouw gevraagd of ik de kruk even mocht lenen en dat mocht ik.” Het meisje begint op en neer te springen. “Ik kan heel goed springtouwen”, roept ze. “Dat zie ik”, zegt hij, al is er geen sprake van een touw. “Luister eens, heb je ook zin om op schoolreis te gaan?”, vraagt hij.

“Ja,” knikt ze, “we gaan naar de dierentuin in Arnhem.” De meester drinkt de laatste slok koffie, leunt tegen het schoolhek, glipt uit zijn teenslippers en slaat zijn voeten bij zijn enkels over elkaar. “Dat klopt”, zegt hij, “en ben je daar al eens geweest?” Het meisje knikt. “Papa Jeffrey woont daar”, zegt ze met een stem die doet vermoeden dat ze hier eerder flink over heeft nagedacht. De meester doet zijn best om zich te herinneren hoe de familiesituatie in elkaar steekt, al weet hij niet of hij dat ooit heeft geweten. “En ben je met hem wel eens naar de dierentuin geweest?” vraagt hij. Het meisje knikt en voegt er dan aan toe; “Maar papa Jeffrey wil nu niet meer mijn papa zijn.”

De meester kijkt naar het meisje. Ze huppelt nog wat heen en weer. De rode, groene en gele lampjes van haar schoenen flikkeren in het zonlicht. Kinderen zijn buigzaam, denkt hij. Of niet? Harten zijn ook buigzaam, maar als je ze te ver buigt, dan breken ze. Vroeger deden ze balken van naaldboomhout in mijnen om de gangen te ondersteunen. Dat hout boog met een klaaglijk geluid (vandaar ‘pijnboom’) heel ver door zodat de mijnwerkers de kans kregen te vluchten. De meester vraagt zich af hoeveel gewicht dit meisje al te dragen heeft gehad.

“Je hebt nu ook een andere papa, toch?” vraagt hij. “Ja, papa Martin”, antwoordt het meisje. “soms komt hij mij ophalen, maar hij moet ook vaak werken.” “Nou,” zegt de meester, “dat klinkt ook als een lieve papa. Dat hij jou soms komt ophalen.” Het meisje knikt weer. “We gaan met de bus naar de dierentuin”, zegt ze, “Dan ga ik zwaaien naar papa Jeffrey.” “Doe dat maar,” antwoordt de meester, “en ga nu maar weer lekker spelen.”

Het meisje huppelt uit het gesprekje, de zon en de geluiden van de andere kinderen tegemoet. De meester veegt het zand van zijn voetzolen, schuift weer in zijn teenslippers en staat op. Zijn rug kraakt een beetje en hij zucht. Of was het wat anders dat kraakte? Dat doorboog? Maakt ook niet uit. Maar hij weet wel dat als de bus met enthousiaste kinderen binnenkort zijn weg door Arnhem maakt er een klein meisje op zoek is naar een papa die niet meer haar papa wil zijn. En als ze hem ziet, zal ze zwaaien. En als papa dan nog even blijft kijken, ziet hij in de Renault achter de bus ook nog een middelvingertje voorbijkomen.

4 Reacties op “Speelkwartier”

  1. pimpernel zegt:

    Prachtig en ontroerend bericht!! Met een hilarische afsluiter!!
    Hoe doe je dat toch iedere keer? Ik hou echt van de humor en
    het soort sarcasme waarmee je het steeds weer voor elkaar krijgt! :)

  2. Joke zegt:

    Ik ben het helemaal met Pimpernel eens. (Zonder verwijzing naar een van mijn blogs, waarom zou ik jou de weg wijzen naar iets wat je zelf  goed kunt. ;-) )

  3. ine zegt:

    Wat een mooi stukje Frank. Het venijn zat hem in de staart.

  4. Anja zegt:

    dank je voor dit mooie stukje.

Reageer


8 + zes =