Schiet u als leraar bij het woord opvoeding ook zo in de stress? En bent u bang voor kritische vragen van ouders? Ik niet. Maar ik ben dan ook een jonge leerkracht zonder kinderen voor een klas met 30 pubers, aldus “moeder, Leeuwarden” in de reacties op het geciteerde artikel hieronder. En die leerkrachten hebben sowieso geen benul waar ze het over hebben. Blijkbaar. Afijn, over die stress, dat heeft schooldirecteur Hans Christiaanse niet helemaal correct. Waar hij wél een punt mee scoort is de constatering dat lerarenopleidingen bar weinig doen aan het onderwijzen in hoe je met ouders moet omgaan. Het is namelijk een feit dat ouders tegenwoordig vaker een verklaring bij de leerkracht komen halen naar aanleiding van iets dat ze van hun kind hebben vernomen, dan dat ze een verklaring bij het kind gaan halen naar aanleiding van iets dat ze van de leerkracht hebben vernomen. Leest u die zin gerust nog een keertje, ik wacht wel even.

*pompiedom, pompiedom, who put the bump in the bomp bah bomp bah bump?*

Yes? Zijn we er weer bij? Mooi. Dan gaan we nu het betreffende artikel lezen.

“Leraren mogen ouders best wijzen op hun educatieve rol buiten het klaslokaal, vindt het kabinet. Maar hoe doe je dat? Groningse pabostudenten krijgen sinds kort les in het omgaan met vaders en moeders. Met verbazing keek schooldirecteur Hans Christiaanse vorig jaar toe. Hij had een groep acteurs naar zijn Groningse school gehaald om docenten te trainen in gesprekken met ouders. Dat leraren dat eng vinden, wist hij wel. Vaak hebben ze nog een slecht gesprek met een ouder op hun netvlies staan.

Maar dat de pabostudenten die bij hem stage liepen zo huiverig waren dat ze liever aan de kant bleven zitten? Dat had hij niet verwacht. “Tijdens de opleiding hadden ze nooit geoefend met gespreksvaardigheden.” Een telefoontje naar de Groningse pabo aan de Hanzehogeschool bevestigde zijn vermoeden: de pabo deed maar ‘sporadisch’ wat aan het thema ouderbetrokkenheid.

“Het is een onderwerp waar opleidingen niet snel aan denken, de druk is vaak al groot. Studenten leren wel hoe ze met leerlingen om moeten gaan, maar ze zijn zich er niet van bewust dat er ook een megagroep ouders is waarmee ze moeten leren dealen. Je kunt niet om hen heen.”

Christiaanse stelde voor de pabostudenten wat bij te brengen over de omgang met ouders. De Hanzehogeschool stemde in: lessen ouderbetrokkenheid staan sinds vorig jaar op het programma. In vier jaar tijd mag de voormalig schooldirecteur, inmiddels aan het werk als onderwijsadviseur, studenten leren ‘dealen’ met ouders. “Ik begin heel simpel. Ik vraag aan de student wie hij is. Is hij als eerste in de familie gaan studeren? Waren zijn ouders vroeger betrokken bij school? Lazen ze voor? Gingen ze mee naar de bieb?”

Ook kijken studenten in het eerste jaar hoe hun stageschool met ouders omgaat. Werven ze vooral timmervaders en voorleesmoeders of gaat het contact verder? Kunnen ouders in de schoolgids lezen wat de school van hen verwacht?
In de jaren daarop mogen studenten zich met de inhoud bemoeien. Merken ze op een school dat de ouderavond geen succes is, dan moeten ze oplossingen bedenken. Waarom komen de ouders niet en wat valt er aan te doen?

“Studenten moeten ouderbetrokkenheid als iets vanzelfsprekends zien”, zegt pabodocent Frank Assies. “Dat is de essentie.” Met de lessen hoopt Christiaanse docenten in de dop bewust te maken van hun relatie met ouders. Die relatie is cruciaal, meent hij, want school houdt niet op buiten het klaslokaal. Ook achter de voordeur hebben vader en moeder hun verantwoordelijkheid. Maar daar moet een leraar ze wel op durven wijzen. “Het allermooiste is als je als leraar een ouder kunt prikkelen om thuis de ontwikkeling voort te zetten”, vindt Christiaanse. “Dat kan door voor te lezen, rijmpjes te maken, lid te worden van de bibliotheek in plaats van uren voor de tv of computer te hangen.”

Maar is het niet eng om als leraar ouders op hun opvoedkundige taken te wijzen? “Een school schiet bij het woord opvoeding al snel in de stress en is bang voor kritische vragen van ouders, maar waarom zou je? School en opvoeding hebben toch met elkaar te maken? We moeten dat niet als twee verschillende werelden zien, maar als een partnerschap.” Maar hoe krijg je vader en moeder zover? Door te oefenen met gesprekstechnieken, stelt Christiaanse. Voor zijn lessen haalt hij er daarom weer acteurs bij. Aan de kant blijven zitten is er dan niet meer bij.”

Vandaag zat ik met de helft van mijn leerlingen (groep acht) in de bus op weg naar een middelbare school. Eén van de kinderen merkte een herfstblaadje op in het gangpad dat er wonderlijk uitzag. “Nee,” zei ik, ‘dat is geen blaadje.” Maar het kind wist het zeker. ‘Prima,” zei ik, “onderzoek het dan maar goed.” Het kind ging met haar schoen over het blaadje. “Meester? Het is hondenstront.” Ja. Dat had de meester al gezien en hij moest de hele weg in de bus lachen, tot de tranen hem in zijn ogen stonden. Wat heeft dit met bovenstaand stukje te maken? Helemaal niks.

Rest mij nog u het volgende te vragen: (en ik ben benieuwd naar jullie antwoorden) “Wat vinden jullie van het plaatje bovenaan?”

bron 1
bron 2

14 Reacties op “Vrijwillige Ouderbijdrage”

  1. Charles zegt:

    Herkenbaar…daarom ondergaan we toch nascholing..’omgaan met ouders’, ‘praten met ouders’, ‘luisteren naar ouders”communiceren met ouders’ ‘coöperatief met ouders’ ‘do’s en dont’s met ouders’ en ga zo maar door. Gelukkig heb ik hele leuke ouders:)

  2. Debby zegt:

    Kort? Het is zoals het is.
    Het plaatje klopt, je stukje klopt.
    Maar wat kopen we ervoor?

    Over 30 jaar lachen we erom en gaan we terug naar plaatje 1, of (en die kans is op mijn leeftijd redelijk aanwezig) kijken we terug en zeggen we, “in onze tijd”

  3. Frank Jongbloed zegt:

    Ik heb zelf ook zo’n gesprek met een acteur gehad. Toen we later hoorden dat hij nog eens zou komen, scheten een stuk of zes juffen spontaan de broek vol van de zenuwen.

  4. Frank Jongbloed zegt:

    Goed zo, Debby. Laten we het maar kort houden. Ben ik het mee eens. Klagen kopen we niets voor. En net als Charles heb ik ook leuke ouders. Die misschien dit weblog ook lezen. Dus. Hele leuke ouders.

  5. an zegt:

    Ik vind het plaatje bovenaan zeer toepasselijk!
    en echt waar: wij hebben op onze school vragen van ouders gehad over een evt. schaduwrapport met hogere cijfers voor opa en oma en dit jaar een rapport terug ontvangen waarop een 6 opeens een 8 was!

  6. Frank Jongbloed zegt:

    De verhalen die wij elkaar hier kunnen vertellen. Maar dat doen we natuurlijk niet. Functie-integriteit, noemen we dat. Maar An, de verhalen… ;)

  7. Lisette zegt:

    Ben net thuis na een prima ouderavond. Fijn, om papa’s en mama’s te spreken die hun kind in het rapport herkennen. Wij geven het rapport een week voor de ouderavond met de kinderen mee naar huis. Ouders kunnen rustig kijken, worden niet overspoeld met informatie, de mogelijke teleurstelling is wat gezakt zodat het gesprek niet meteen de emotie induikt, ouders kunnen zelf met vragen komen en wij kunnen aangeven hoe we dit kind in de klas zien en hoe ouders thuis hun kind eventueel extra kunnen begeleiden. Top! Zelfs bij de “lastige” gesprekken.

  8. Christien van Gool zegt:

    @Plaatje
    Maakt heel duidelijk het verschil dat er de laatste jaren heeft plaatsgevonden – kinderen zijn prinsjes geworden – beide voorstellingen weerspiegelen geen ideaal – het moet ergens tussenin komen te liggen (en gelukkig zijn en waren niet alle ouders zo …)

  9. Frank Jongbloed zegt:

    Goede adviezen, Lisette. Wij doen hetzelfde.

    Zouden de meningen van leraren VO anders zijn dan leraren PO, Christien? Hebben jullie meer last van de prinsjes?

  10. Kristel zegt:

    Ik kan me nog herinneren dat ik als “Brabants dorps meisje” begon aan mijn baan in de binnenstad van Rotterdam! Ik heb vooral in het begin wat gesprekken gevoerd met het zweet in mijn handen. Ook bij mij op de opleiding was er weinig aandacht voor contact met ouders. Gelukkig had ik het eerste jaar een fantastische duo die mij de fijne kneepjes van het lastige gesprek leerde!
    Nu heb ik absoluut geen last van zweethanden of nachtmerries wanneer de ouderavond eraan komt! Meer aandacht hiervoor op de PABO lijkt me een aanrader. Een aantal jaar werken in de randstad doet ook wonderen!
    Een van de beste tips was: Noem het beestje bij de naam en blijf daarbij! Afdwalen van het onderwerp is dodelijk! Verslagen van gesprekken maken en laten ondertekenen door de ouders is een must!

  11. ine zegt:

    Kirstel ben het met 2 zaken grondig eens. Vastleggen van gesprekken die je met ouders hebt gehad en ze dan ook laten ondertekenen bleek bij sommige ouders van mijn school echt nodig. Niet afdwalen en zeggen zoals het is werkt het beste. O ja An ik heb ook wel eens van een 6 een 8 gemaakt op mijn rapport. Wel vervelend toen mijn ouders erachter kwamen. Heb een paar dagen zeer ongemakkelijk gezeten ! Ervaring speelt toch wel een grote rol in vooral de z.g. slecht nieuws gesprekken. Net als auto rijden ga je echt “lesgeven en moeilijke gesprekken “pas leren als je ze zelf moet doen. Soms struikel je dan even. Maar als het goed is heb je dan een fijn team om je heen die je dan weer opraapt en zegt : Joh als je het volgende keer nou eens zo gaat proberen . Al doende leert men toch ?

  12. Anja zegt:

    Heel herkenbaar deze plaatjes en dit stukje. De onkunde, de onwil, het gebrek aan capaciteiten ligt zelden meer bij het kind of de ouders. Wijzen naar een ander is een tweede natuur geworden. Gelukkig geldt dit maar voor een zeer klein percentage ouders.

  13. Frank Jongbloed zegt:

    Ik moet er nog even aan wennen, dat idee van het ondertekenen van gesprekverslagen.

  14. Gretha zegt:

    Herkenbaar plaatje, ik verlang naar plaatjes van de jaren 70 er wat tussenin. Je bewust zijn dat jij de ouders hebt uitgenodigd en dat nonverbaal en verbaal bevestigen werkt ook goed. Naar ze toe lopen hand geven en bedanken dat ze je uitnodiging aan genomen hebben (ook al is het verplicht) Je stapt dan in de rol van prof en dat schept een beetje afstand die soms fijn is.Bij bepaalde ouders. gelukkig izjn ze er nog.

Reageer


zeven − = 5