Introductie: het onderstaande verhaal schreef ik jaren geleden. Het is gebeurd, maar niet recentelijk. Dat maakt het niet minder actueel. Het zijn situaties waarin je terecht kunt komen, als leerkracht, als mens. Een paar details zijn om privacyredenen weggelaten of aangepast.

Het woord ‘uitgestorven’ wordt van een nieuwe, droevige lading voorzien als ik vanmorgen vroeg in de regen over een verlaten begraafplaats slenter. Een vader van een oud-leerling is deze week plotseling overleden en omdat de uitvaartdienst vlakbij mijn woonplaats wordt gehouden, ben ik de persoon die naar de condoleance gaat. Uitgestorven. Het is een woord dat zich humorloos bij mij aandient. Op mijn nette, zwarte schoenen en in mijn nette, zwarte broek loop ik tussen de grafzerken door. Het is een grote begraafplaats, maar er is geen mens te zien. Alleen wat stoffelijk overblijft na het overlijden ligt onzichtbaar om mij heen verspreid.

Hier ligt onze lieve vader en grootvader. Alleen wie in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven. Veilig in Jezus armen. •  Veel te vroeg van ons heengegaan. Gegeven en afgenomen. Rust zacht. Eén kostbare week en nu de eeuwigheid.

Ik ben te vroeg voor de condoleance na de dienst. Alle deuren zijn dicht, dus in de hal krabbel ik mijn naam en die van mijn school in het achtergebleven register. Een rondje langs het gebouw en ik zie een verstopt deurtje dat openstaat. Ik loop naar de koffiekamer waar twee vrouwen kopjes aan het neerzetten zijn. Ik leg uit dat ik wacht en een vrouw vraagt of ik een kopje koffie wil. Graag. Ze zet koffie voor me neer en loopt weg. Door de dunne muren van het kamertje hoor ik muziek komen. Drukke muziek, maar ik kan er mijn vinger niet op leggen welk nummer.

Ik ben hier vaker geweest. De oranje gordijnen, de paarse stoelen, het lichte hout. Eén sterfgeval brengt alle sterfgevallen weer bij elkaar. Ik kijk door het gordijn en zie de grafstenen liggen. Hoeveel familieleden van mij liggen hier, hoe vaak staat mijn achternaam hier op een steen? Ik weet het niet. Ik zit alleen in de koffiekamer. Misschien kan ik buiten een stukje lopen.

Ik blijf in de buurt van de uitgang waarvan ik weet dat daar zo de rokers uitkomen. Het regent telkens harder en de druppels lopen over mijn hoofd mijn nek in. Dan zie ik mensen naar buiten stappen. De meeste wrijven over hun ogen en steken haastig een sigaret aan. Ik loop naar ze toe en bijna iedereen kijkt stilzwijgend naar me. Ik zie een bekende staan en praat even met haar. Haar ogen zijn rood en dik. Dan ga ik naar binnen, waar ik aan een tafel nog een kopje koffie neem en wat praat met de bekende.

Tijd om langs de familie te gaan. Eenmaal in de rij zie ik hoe het meisje dat ik een paar jaar geleden lesgaf mij opmerkt. Ze ziet er niet goed uit, maar welk pubermeisje ziet er wel goed uit nadat haar vader plotseling overlijdt? Ik geef haar een knipoog en schuifel langzaam in haar richting, terwijl ik word begeleid door een koor van snikken en op een bijna tastbare golf van onderdrukte emoties. Dan kom ik bij haar, geef haar een hand en zeg dat haar oude meester haar een paar zoenen gaat geven. Veel sterkte. Dank u wel. En dan ben ik bij haar moeder die aangeeft dat ze het fijn vindt dat ik er ben. Ik zeg dat ik er namens de hele school ben, we zijn allemaal geschrokken van het nieuws. Houd vol. En sterkte.

En dan ga ik de rest van de rij af, mensen die ik niet ken. Ik heb het gevoel dat ik op een lopende band sta terwijl ik in rode huilogen kijk en zwakgeslagen handen schud. Dan, opeens, ben ik bij de laatste in de rij, een oude man die naar me glimlacht. Geen woorden. Ik glimlach terug en vijf minuten later rijd ik met negentig kilometer per uur over de weg. De radio staat hard aan en de ruitenwisser slaat het water van mijn ruit af.

Eenmaal op school loop ik langs het lokaal waar mijn groep 4 les krijgt van een collega. “”De meester!” hoor ik iemand roepen. “Daar is de meester!” Ik druk het koffiezetapparaat in mijn klas aan en ja hoor, er staat er alweer eentje achter me.

“Goedemorgen, meester.”

“Goedemorgen, jongen.”

7 Reacties op “Een Goede Morgen”

  1. Birgit zegt:

    Jeetje Frank, wat heftig! En wat mooi geschreven. Ik krijg er kippenvel van.
    Ik heb als leerkacht nog niet meegemaakt dat een ouder van een (oud)leerling of een leerling overleed. Helaas heb ik wel het overlijden van onze directeur en een collega meegemaakt. En als 3 havo meisje het overlijden van een klasgenootje. Vooral dat laatste was erg onwerkelijk.

  2. WillemICT zegt:

    Een verhaal waar je stil van wordt. Uit het leven gegrepen. Ik ben helaas veel keren in die situatie geweest. Van leerlingen, ouders, buren, vrienden, collega’s afscheid moeten nemen. Je beschrijft de gevoelens heel precies. Zo is het leven van een schoolmeester.

  3. Kristel zegt:

    Bijzonder dat dit stukje nu komt. Een vriendin vertelde me van het weekend dat ze naar de begrafenis ging van een ouder uit haar klas.
    Ik heb zelf gelukkig nog geen afscheid hoeven nemen van ouders, collega’s of kinderen. Toen ik zelf in groep 8 zat is mijn vriendin overleden. Steeds vaker kan ik me voorstellen hoe mijn meester zich toen gevoeld moet hebben. Daarom heb ik dit jaar voorgesteld om een protocol rouw en verdriet te maken voor onze school. Dit is er tot op heden nog niet, maar gaat er dit jaar wel komen. Want helaas komen we allemaal, vroeg of laat, in aanraking met afscheid.

  4. Frank Jongbloed zegt:

    Thanks a lot, everyone. Fijn ook om te lezen wat jullie hebben meegemaakt op dit gebied.

  5. Anja zegt:

    Mooi geschreven Frank. En zo raak!

  6. ine zegt:

    Van alles wat je allemaal mee kunt maken als leerkracht heb je dit toch wel erg mooi beschreven Frank.
    Weer terug op school heeft je huidige klasje geen boodschap aan je verdriet of je poging tot nadenken.
    Je moet er weer zijn voor de volle 100 procent.
    Dat is wat ons vak zo moeilijk maar ook zo mooi maakt.

  7. Rosalie zegt:

    Mooi verwoord!
    Naast dat het moeilijke momenten in het leven zijn vind ik het toch ook wel het mooie aan ons vak dat je deelt. Ouders vertrouwen hun kinderen aan je toe, er ontstaat een band. Je deelt vreugde maar ook verdriet. Het is geen 9 tot 5 baan, waarbij je de deur op slot doet na werktijd. En het geeft je betrokkenheid aan, als meester en als mens. Mooi!

Reageer


− zeven = 0