Nu Midden en Noord de herfstvakantie achter de rug hebben en Zuid zich voorbereidt op een herfstig weekje vol neuspeuteren, is het de hoogste tijd voor ons allemaal om eens te kijken waar we de komende periode interessant mee kunnen doen in de lerarenkamer. Er zijn meer dan voldoende leerkrachten die denken dat het boeiend is om babyfoto’s te laten circuleren tijdens de koffiepauze en zoals - bijna - iedereen weet; deze juffen en meesters worden door iedereen geestdriftig gemeden. Of opgepakt door de politie. Gelukkig is er de Nederlandse Taalunie, een unie in Nederland die zich bezighoudt met Taal. En de mensen daar hebben een rapport geschreven waarin ze antwoord proberen te geven op de vraag: “Kunnen leerlingen niet meer spellen?”

Het is een wetenswaardige publicatie geworden van 62 pagina’s (maakt u zich geen zorgen, veel bladzijden zijn leeg) en als ik u was, zou ik het als de dooie drommel uitprinten en meenemen naar de koffiekamer. Als Jannie van groep 5 dan weer aan komt kakken met haar “zelfgemaakte” familiealbum (Hema!), dan zegt u op intellectuele toon: “Nu even niet, Jannie. Ik lees een rapport van de Nederlandse Taalunie.” En als Jannie u dan negeert en doorgaat, rol het rapport dan op en duw het in haar oogkas. Hoe dan ook, lees maar even mee:

“De Nederlandse Taalunie, die de officiële spelling vastlegt, heeft onderzocht of er echt een probleem is met de spellingvaardigheid van leerlingen. Het resultaat publiceert ze in een rapport met de sprekende titel: “Ze kunnen niet meer spellen.” Kan de Taalunie er wat aan doen?

Aanleiding tot het onderzoek zijn alarmerende berichten in de media over studenten, en zelfs onderwijsmensen, die niet meer kunnen spellen. In deze berichten is altijd een dubbele boodschap te lezen:
- leerkrachten en aankomende studenten behoren foutloos te spellen;
- vroeger was de spellingvaardigheid beter.

Blijkbaar laat het onderwerp weinig mensen onverschillig. Daarom heeft de Taalunie zich voorgenomen om na te gaan of het werkelijk om een (onderwijs)probleem gaat en zo ja, of zij een bijdrage kan leveren aan de oplossing ervan.

Het rapport laat zien dat er weinig gegevens zijn die zicht geven op de spellingvaardigheid van leerlingen. Een achteruitgang kan daaruit niet hard aangetoond worden. Een van de aanbevelingen uit het rapport is een langlopende monitoring, ook in het voortgezet/secundair onderwijs, die ontwikkelingen – in welke richting dan ook – zichtbaar zal maken. Wel wordt uit het rapport duidelijk dat correct spellen voor veel jongeren niet vanzelfsprekend is. Ze schrijven veel, maar vooral in een omgeving waarin andere conventies gelden dan in de traditionele schrijfcultuur van brieven en publicaties.

De conclusies en aanbevelingen uit het rapport vormen een uitgangspunt voor discussie en voor verdere reflectie op het spellingonderwijs. Een aanzet wordt gegeven door tien mensen die direct of indirect betrokken zijn bij (de resultaten van) spellingonderwijs, en die hun ervaringen toelichten in een persoonlijk essay.

Duidelijk is alvast dat het onderwijs leerlingen moet voorbereiden op een wereld waarin ze niet in een kramp hoeven te schieten over een tekstuele onvolkomenheid in een kattebelletje of sms’je, maar waarin ze wel een brief, artikel, post, blog of rapport moeten kunnen schrijven zonder spelfouten.

Het rapport is als pdf te downloaden en kan via onze printing-on-demand service worden besteld.”

Nog twee belangrijke zaken die ik u moet voorleggen.

1) Vindt u dat de spelling van leerlingen slechter is dan ‘vroeger’?

2)

Bron

10 Reacties op “Spel en Verdoemenisch!”

  1. Kristel zegt:

    Als ik kijk naar de resultaten op mijn school dan is mijn antwoord op jouw vraag, nee. Uit een 4 jaren onderzoek bij ons op school blijkt dat de leerlingen door de jaren heen zelfs steeds beter scoren op spelling. Wanneer je weet dat wij een school hebben waarvan 90% allochtoon is lijkt me dit een goed resultaat.
    Wat ik wel mis in al deze onderzoeken is de daadwerkelijke tijd die een school per week volgens de richtlijnen mag besteden aan spelling. Volgens mijn laatste informatie is dit ongeveer één uur per week. Dat zijn dus ongeveer 2 lessen per week. Als de resultaten werkelijk zo dramatisch zijn zouden we daar dus meer tijd in moeten steken. Wij hebben er daarom voor gekozen meer tijd te besteden aan spelling en dit werkt.

  2. Birgit zegt:

    1. Daar kan ik nog niet echt antwoord op geven, ik sta pas 4 jaar voor de klas. Ik weet wel dat ik me regelmatig verbaas over de fouten die ik tegenkom, bijvoorbeeld op Twitter of in een supermarkt. Vooral werkwoordspelling is erg moeilijk: ik wordt… En het zijn wel doorgaans ‘ouderen’ die die fouten maken.
    2. Zo te zien ben je echt aan het genieten! Leuk!

  3. Frank Jongbloed zegt:

    De Nederlandse Taalunie dringt ook aan op een onderzoek van meerdere jaren, Kristel. Krijg je een beter beeld van, zeggen ze. Ongeveer twee lessen per week? Mein Himmel. Ik doe elke dag spelling.

    Houd maar op over Twitter, Birgit. Het schaamrood staat me daar soms minutenlang op de kaken. En niet vanwege mijn berichtjes.

  4. Kristel zegt:

    Elke dag daar zijn wij dus ook mee begonnen. Helaas heeft onze nieuwe spellingsmethode maar 2 lessen per week. Dit vullen we nu aan met zelfgemaakte lessen en software.

  5. Monique zegt:

    Zolang ik nog regelmatig spelfouten voorbij zie komen, in de stukken van collega’s, maak ik me wel zorgen ja.
    Hier ook elke dag spelling hoor. Vind ik wel echt noodzakelijk.
    En werkelijk waar práchtige gordijnen op de foto! ;-)

  6. Frank Jongbloed zegt:

    Zit je de gordijnen van mijn ouders te dissen, Monique? Als je maar wel weet dat die later zijn omgetoverd tot trainingspakken voor mij, mijn broers en mijn zus. De Familie von Trapp. Zonder geld.

  7. Kristel zegt:

    Monique draagt een punt aan waar wel een discussie in zit denk ik. Zij zegt dat ze zich zorgen maakt als ze spelfouten voorbij ziet komen bij collega’s. Mag je als leerkracht nooit fouten maken in je spelling?

  8. Frank Jongbloed zegt:

    Het zou fijn zijn als Monique daar een antwoord op geeft. Doe ik het ook!

    Natuurlijk is het niet zo dat een leerkracht nooit fouten mag maken. Maar op het gebied van spelling slechts af en toe. Heel af en toe. Verder heeft Monique het over voorbijkomende stukken. Die kun je laten controleren voordat ze uitgaan. Dus dat vind ik wel slecht.

  9. Theo 7/8 zegt:

    In mijn vakantie, maar toch..
    Zo lang als er een nationaal dictee wordt gehouden waar ‘maar 25 fouten’ collega’s al bijna doet juichen heb ik geen illusies. Als nakijkgedeformeerden zien wij fouten die (veel) anderen niet opmerken. De inhoud blijft natuurlijk het belangrijkste.
    En eerlijk: als een stuk mij meeneemt dan zie ik echt alleen de kanjers van fouten en zal een dt of ouill mij worst wezen.
    Zo – nu weer lekker klussen ;-)

  10. Frank Jongbloed zegt:

    In je vakantie. Kijk, dat is de Ware Trouwe Lezer. Ik heb goed nieuws voor je, Theo 7/8. Wij komen er goed vanaf in het onderzoek. Wij, bovenbouwers. Klus ze!

Reageer


− 1 = nul