Een paar jaar geleden kwam er een moeder naar me toe op het schoolplein. Ze was geraakt door het stukje dat ik had geschreven in de schoolkrant over dromerige kinderen. In die schoolkrant hadden alle leerkrachten een stukje geschreven over de eigen basisschoolperiode, vergezeld van een foto. In die tijd was ik een enorme dromer en eigenlijk ben ik dat nog steeds. Zo heb ik expres geen verfschilderingen op het raam (dat naar buiten kijkt) staan omdat je dan zo prettig naar buiten kunt kijken. Dat doe ik graag. Bomen die heen en weer gaan. Wolken die voorbij drijven. Vogels in de vlucht. De smoezelige straatkrantverkoopster die achter het elektriciteitshuisje zit te piesen.

Die kinderen heb ik ook in de klas zitten. Daar mopper ik wel eens op, al weet ik dat ik vroeger precies hetzelfde deed. Soms leren we kinderen het dromen en fantaseren opzettelijk af. “Opletten! – Hoe vaak moet ik het nu nog zeggen? – Luister nou toch eens een keertje.” Of zoals vandaag nog: “Prima, dan let je maar niet op. Als je de toets verknalt, is het niet mijn probleem.”

Maar laten we realistisch zijn. Kinderen moeten ook opletten in de klas. Ik sta tenslotte niet voor Piet Snot op het bord te kalken en te strepen. Ik-vorm plus t, 1 kubieke centimeter is hetzelfde als 1 milliliter, ongelijke noemers, het werkwoordelijk gezegde. Het moet er allemaal in en het mag er voorlopig ook niet meer uit. Want de Entreetoets, de Eindtoets, de Niveautoets, het leerlingvolgsysteem, het voortgezet onderwijs. Ze willen allemaal weten wat er gescoord wordt op het gebied van rekenen, begrijpend lezen, spelling en taal en hoe die scores in verhouding staan met de resultaten van leeftijdsgenootjes.

Misschien had ik zelf maar beter mijn best moeten doen op het basisonderwijs. Lezen kon ik goed. En schrijven ook. De rest niet. Dat heb ik later allemaal keurig ingehaald (op mijn 25e was ik klaar met school), maar toentertijd vond ik het veel interessanter om af en toe uit het raam te kijken. Naar de bomen die heen en weer gingen en de wolken die voorbij dreven.

Ik zie ze elke dag zitten in mijn klas, die kinderen. Het is niet zo dat ze lui zijn of dat ze nergens zin in hebben. Ze zijn gewoon afgeleid. Door al dat moois buiten. Dus laat ik ze soms. Sla ik ze over als ik een klassikaal sommenrondje doe.

Maar goed, we leren in het onderwijs het fantaseren dus af. Lees maar even mee over de plannen van Van Bijsterveldt en Zijlstra, dan zet ik de kernwoorden in het rood:

“Minister Van Bijsterveldt en staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs) willen toe naar een ambitieuze leercultuur en hogere prestaties van alle leerlingen. “Steeds meer scholen zetten wezenlijke stappen om het talent van hun leerlingen ten volle te benutten. Dat gunnen wij alle leerlingen en alle scholen. Daarom gaan we samen met scholen die resultaatgerichte cultuur verder stimuleren”.

Met de actieplannen voor het basisonderwijs (Basis voor Presteren), voortgezet onderwijs (Beter Presteren) en leraren voor alle onderwijssectoren (Leraar 2020 – Een krachtig beroep!) zetten de bewindspersonen in op opbrengstgericht werken, bevorderen van excellentie en meer aandacht voor hoogbegaafdheid. Bekwame leraren en schoolleiders die verschil kunnen maken in de ontwikkeling van kinderen zijn hierbij cruciaal.

In het onderwijs is steeds meer aandacht voor opbrengstgericht werken waarbij leraren de vorderingen van leerlingen systematisch volgen en verbeteren. De inzet is daarom dat in 2015 60 procent van de basisscholen en 50 procent van de middelbare scholen opbrengstgericht werken. Nu is dat nog ca. 30 procent in het basisonderwijs en ca. 20% in het voortgezet onderwijs.

Om opbrengstgericht werken te bevorderen voert het voortgezet onderwijs vanaf schooljaar 2014/2015 een diagnostische toets voor Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen aan het eind van de onderbouw in. Naast de verplichte landelijke eindtoets in het basisonderwijs vanaf 2013 krijgen alle basis- en middelbare scholen de wettelijke verplichting een leerlingvolgsysteem te gebruiken. Ook treden deze kabinetsperiode de referentieniveaus en de verscherpte exameneisen in werking. De toegevoegde waarde, de leerwinst van een school, wordt belangrijker voor de beoordeling van de inspectie.

“Leraren en schoolleiders zijn cruciaal voor hoge prestaties van leerlingen. Ik streef daarom naar een verhoging van het opleidingsniveau van leraren en wil stimuleren dat leraren zich continu ontwikkelen”, aldus Zijlstra. Het aantal masteropgeleide leraren moet substantieel omhoog. Daarnaast zorgen de lerarenopleidingen er samen voor dat zij goede leraren opleiden. Ze leggen de vereiste vakkennis vast in kennisbases per vak, studenten leggen landelijk ontwikkelde toetsen af en op de lerarenopleidingen basisonderwijs komt een specialisatie jonge kind/oudere kind.

Er is 150 miljoen beschikbaar voor verdere professionalisering van zittende leraren, schoolleiders, middenmanagement en voor de kwaliteitsverbetering van de lerarenopleidingen. Voor het basis- en voortgezet onderwijs is een van de doelen dat in 2016 alle leraren opbrengstgericht werken en goed kunnen omgaan met verschillen van leerlingen in de klas. Voor het middelbaar beroepsonderwijs staat teamgerichte professionalisering centraal.

Om de kwaliteit van leraren te waarborgen registeren leraren in het basis-, voortgezet en beroepsonderwijs zich als bekwame leraar in een beroepsregister. Met de inschrijving verplichten zij zich tot nascholing. Ook gaan scholen structureel gebruik maken van peer review. Daarbij kijken leraren en schoolleiders bij andere scholen en spreken elkaar aan op de kwaliteit en de verbetering daarvan.

Basis- en middelbare scholen waar leerlingen uitmuntend onderwijs krijgen, kunnen vanaf 2012 het predicaat “excellent” verdienen. “Scholen die leerlingen elke dag uitdagen en het beste uit leerlingen weten te halen, moeten daar erkenning voor kunnen krijgen. Deze scholen hebben een echte meerwaarde waar leerlingen hun hele verdere leven de vruchten van zullen plukken”, aldus minister Van Bijsterveldt.

Het kabinet investeert 30 miljoen euro in een excellentieprogramma voor de 20 procent best presterende leerlingen op de basisschool en het vwo. Ook voor leraren geldt dat bijzondere prestaties moeten worden benoemd en beloond. Dit najaar starten experimenten met prestatiebeloning om in overleg met scholen te onderzoeken wat het beste werkt.

De overheid biedt met de actieplannen meer helderheid over ‘wat’ van scholen wordt verwacht. Scholen krijgen meer ruimte om in te vullen ‘hoe’ ze aan de verwachtingen gaan voldoen. Door onnodige belemmeringen in wet en regelgeving weg te nemen en bureaucratische lasten te verminderen, kunnen scholen zich richten op hun kerntaak: goed onderwijs verzorgen.”

In de bovenstaande tekst staan grote stukken waar ik het zeker mee eens ben. Het meest pijnlijk vind ik het als leerkrachten niet goed kunnen spellen en rekenen. Dus daar mag zeker wel wat gebeuren. Bij de opleidingen én op de werkvloer. En ja, natuurlijk heb ik selectief woorden roodgekleurd. Maar toch.

Wat zong onze Dré ook alweer? ‘Veel dingen worden anders als je ouder wordt. … Het is jammer maar je blijft niet klein. Kleine jongen, op school al zul je merken dat alles draait om cijfers en om macht. Zo is het leven, dus leer wat je moet leren, want dan ben jij degene die het laatste lacht.’ Dat heb je mooi gezegd, Dré *snik*, ouwe reus. Proost!

Dan ga ik nu een mooie verfschildering op het raam maken. Helaas.

*Bron

14 Reacties op “Veel Dingen Worden Anders Als Je Ouder Wordt”

  1. Theo 7/8 zegt:

    Dit is nou waar ik zo moe van word.
    Steeds maar meer, beter, excellent. Taal, lezen rekenen..De vakken waarin kinderen hun ei kwijt kunnen, zichzelf kunnen ontplooien en onderscheiden doen er niet meer toe.
    Ik toets nu al 3 maanden per ’10 maanden onderwijs’, het zogenaamde leerjaar.
    Als tegenwicht doe ik ook een maand leuke uitstapjes, kamp, musical en andere dingen dan ‘excellent lesgeven’.
    Maar dat wordt dus schijnbaar niet in dank afgenomen: leren zullen ze, hoog scoren, allemaal natuurlijk van IQ 70 to hoogbegaafd, scoren, presteren, hoge verwachtingen.
    Och ze raaskallen maar verder.

    Er komt een tegenbeweging. Ik hoop daar nog wat van mee te maken. Vroeger was niet alles beter, maar er werd wel naar kinderen gekeken.
    Ik hoop nog mee te maken dat we weer gaan kijken naar kinderen en wat ze nodig hebben om zich tot een volwaardig en zelfstandig mens te ontwikkelen.

    Gr Theo

  2. meester Henk zegt:

    Ach, je moet maar zo denken: de soep wordt nooit zo heet gegeten, als ze opgediend wordt.
    Misschien wordt er bij spelling beter gescoord, als we niet van die idiote spellingsregels hadden. Begin daar maar eens te vereenvoudigen ! Stelletje *******
    @&x*&gr#$@

  3. WillemICT zegt:

    Laat je leerlingen maar lekker dromen, staren en afwezig zijn. Straks komt ook voor hen de tijd waarin alles moet onder druk, alles strak geregeld is en er continu gemeten wordt. Het valt me trouwens op dat mijn oudleerlingen die naar buiten staarden het veel verder geschopt hebben dan de leerlingen die alles deden binnen het geijkte stramien.
    Het gevaar is dat we straks alles meten vanaf papier en pc en de leerling nooit meer in de dromende ogen kijken.

  4. Frank Jongbloed zegt:

    Aah. De heren zijn aan het woord vanavond. Welnu, Theo, Henk en Willem, volgens mij zitten we op één lijn. Lekker zo, de mannen bij elkaar. Dat komen we niet vaak tegen in het onderwijs. Wie wil er een biertje? Wie liet daar een boer?

  5. Saskia zegt:

    Wij hebben er hier ook in huis: van die dromers. Die dus niet de juiste toetsresultaten halen, maar wel de stof beheersen (soms meer dan beheersen!). En dus wordt er druk uitgeoefend op ons als ouders om vooral te laten onderzoeken, waarom dit of dat kind niet voldoende hoge toetsresultaten haalt, wat er ‘mis’ is met dit kind. Terwijl wij, als ouders, menen dat dat kind er echt wel komt. Ook al, of misschien wel dankzij het feit dat het af en toe een beetje (veel) zit te dromen.
    Dat deze kinderen ‘lastig’ zijn voor de school, omdat ze de resultaten naar beneden halen, weet ik, en vind ik droevig. Een kind moet ook kind kunnen zijn!

  6. Frank Jongbloed zegt:

    Het is sterk afhankelijk op welke school je kind zit. Of bij welke leerkracht. Dat is het risico van onderwijs (soms). Het is sterk leerkrachtgebonden. Maar… dat kan ook goed zijn.

    Een toets is het einde van een proces. Een leerkracht die zich bij een toetsresultaat realiseert dat een kind het niet begrepen heeft, had misschien beter op moeten letten. Minder uit het raam moeten staren, haha.

  7. juf Hester zegt:

    Men kraait opbrengstgericht! Maar wie een hart in z’n lijf heeft, ogen in z’n kop en z’n volle aandacht bij wat er gebeurt tussen het kind en jou en de dingen, hier en nu – die “scoort” straks ‘t hoogst.

  8. Frank Jongbloed zegt:

    Bij mij zitten ze op dit moment de Entreetoets te oefenen (cito, groep 7). Maar heel ontspannen, zodat het een leuke uitdaging is en geen kramp-in-je-buik-toets. Ook belangrijk: hoe je de toetsen brengt.

    Kindgericht in plaats van opbrengstgericht.

  9. Ruth zegt:

    Die diagnostische toetsen, daar word ik wel blij van. Onze onderbouw heeft onlangs zo’n wiskunde-toets moeten maken.
    Maar van een zin als: ‘Het kabinet investeert 30 miljoen euro in een excellentieprogramma voor de 20 procent best presterende leerlingen op de basisschool en het vwo.’ gaan mijn nekharen overeind staan. Lekker dan, bezuinigen op de rugzakjes en hoppaaaa, meer geld naar de betere leerling. Alleen het woord ‘excellent’ irriteert me al. Als het gaat om hoogbegaafde leerlingen zou ik het misschien nog anders vinden, maar ik ben er ook gekomen op de basisschool als beste van mijn jaar. Daar heb ik geen excellentieprogramma bij nodig gehad.

  10. ine zegt:

    Moe heel moe kan ik er van worden. Steeds maar dat gedoe. Je hebt tussen de pak hem beet 24 a 32 leerlingen in je klas. Allemaal zijn ze anders. Allemaal beleven ze de wereld en dus ook de leerkracht de leerstof en de manier van werken anders. Waarom moet nou toch steeds dat onderscheid gemaakt worden ? Dat maakt toch juist het lesgeven en je klasje juist zo leuk. Tuurlijk moet er her en der extra aandacht gegeven worden. Soms heb ik zoveel R.T gedoe dat ik er ook wel even klaar mee ben en zeg nu even niet. Gewoon even mijn klasje en verder niks. Persoonlijk geef ik ook wel eens geen rekenles omdat er “”mot” is in de groep. Dat moet dan eerst uitgesproken want leren met “mot” gaat niet. En verder : Lieve bo bootjes denkt aan het gezegde : Schoenmaker blijf bij je leest! Zo en nu weer even verder met de bonje over het voetbalveldje.

  11. Frank Jongbloed zegt:

    Ik snap dat je van toetsen blij wordt, Ruth, maar het is net als met marsepein. Als je elke dag een reep krijgt, gaat het je op den duur tegenstaan. Hoe excellent die dingen dan ook mogen smaken.

    Ine, wat bedoel je in vredesnaam met ‘Lieve bo bootjes’? De rest van je reactie is goed leesbaar, dus maak je daar geen zorgen over.

  12. ine zegt:

    Omdat ik alleen van jou de reactie krijg : Wat zijn bo bootjes, wordt het toch tijd voor iets waar je wat energie uit kunt halen denk ik.( chocola of zo ) Fijn dat je de rest van mijn reactie wel begreep het is toch belangrijk als juf niet al te verward over te komen. Enfin met de bo bootjes bedoel ik natuurlijk de personen die bepalen wat er moet gaan gebeuren. Dit doen ze meestal over zaken waar ze geen verstand van hebben. Zoals het onderwijs. Zo hou ik mezelf altijd verre van voetbal. Weet er niks van en als ik het toch probeer krijg ik meerwarige blikken van het thuisfront. Heb ik het over enige vorm van percussie dan overtroef ik ze daarbij allemaal.

  13. Erwin dekker zegt:

    Grappig… Opbrengstgericht is niets mis mee. De vraag is alleen: welke opbrengsten heb je voor ogen?

  14. Frank Jongbloed zegt:

    Dan hebben we weer iets gemeen, Ine. Ik heb de ballen verstand van voetbal. Zo heb ik geen flauw idee wat je moet doen (of niet moet doen) om een vrije schop te krijgen. Verdienen. Nemen. Aargggh.

    Maar Erwin, is opbrengstgericht werken niet net zoiets als die man met die snor in de rij bij de bakker die heel snel omhoogsprong en toen bulkte dat HIJ aan de beurt was en niemand anders?

    Of sla ik nu een beetje op hol met mijn vergelijkingen?

    *tracht scherpzinnig te kijken*

    Hmm. Misschien
    een beetje…

Reageer


negen × = 36