De Meester Is Een Jokkebrok

Omdat ik door een gelukkige samenwerking van mijn compensatieverlof- en vakantiedagen een poosje niet hoef te werken, ben ik in de stemming voor een spelletje. Het heet “Ik Citeer Een Actueel Onderwijsbericht, Voeg Daar Een Leugen Aan Toe & Jij Moet Raden Wat De Leugen Is”. Het gaat als volgt: ik citeer een actueel onderwijsbericht, voeg daar een leugen aan toe en jij moet raden wat de leugen is. Okay, wie snapt het niet? Oh, you again. Weet je wat, ik zal een voorbeeld geven. Opgelet!

“Kinderen beoordelen spreekbeurten van sociaal angstige leeftijdgenoten negatief. Sociaal angstige kinderen hebben vaak een starre houding en stem, en durven hun publiek niet aan te kijken als ze een spreekbeurt geven. Als je kind sociale angst heeft, wat kun je daar als ouders dan aan doen? Ontwikkelingspsycholoog professor Michiel Westenberg, een van de onderzoeksleiders van het Leiden Social Anxiety Network, legt uit hoe je die kinderen kunt genezen door ze op maandag- en woensdagavond met een rabarber op hun harses te turven.”

Als je goed hebt opgelet weet je waar de leugen zich in bovenstaand stukje bevindt. Zo niet,dan moet je het onderwijs uit en kun je beter voor een euro per voet teennagels gaan knippen achter Amsterdam Centraal dan kom je er vast zo vanzelf wel achter. Vær opmærksom nu!

Lees verder »

Veel Dingen Worden Anders Als Je Ouder Wordt

Een paar jaar geleden kwam er een moeder naar me toe op het schoolplein. Ze was geraakt door het stukje dat ik had geschreven in de schoolkrant over dromerige kinderen. In die schoolkrant hadden alle leerkrachten een stukje geschreven over de eigen basisschoolperiode, vergezeld van een foto. In die tijd was ik een enorme dromer en eigenlijk ben ik dat nog steeds. Zo heb ik expres geen verfschilderingen op het raam (dat naar buiten kijkt) staan omdat je dan zo prettig naar buiten kunt kijken. Dat doe ik graag. Bomen die heen en weer gaan. Wolken die voorbij drijven. Vogels in de vlucht. De smoezelige straatkrantverkoopster die achter het elektriciteitshuisje zit te piesen.

Die kinderen heb ik ook in de klas zitten. Daar mopper ik wel eens op, al weet ik dat ik vroeger precies hetzelfde deed. Soms leren we kinderen het dromen en fantaseren opzettelijk af. “Opletten! – Hoe vaak moet ik het nu nog zeggen? – Luister nou toch eens een keertje.” Of zoals vandaag nog: “Prima, dan let je maar niet op. Als je de toets verknalt, is het niet mijn probleem.”

Lees verder »

Horen, Zien & Zwijgen

[Noot van de redactie - De volgende situatie is waargebeurd. Gevoelige lezers of lezers met hartklachten kunnen nu nog wegklikken van deze site. Doorlezen geschiedt op eigen risico. Stichting De Digitale School is dan niet verantwoordelijk voor lichamelijke of mentale klachten.]

Middernacht. Buiten is het donker (zwart) en geen ster durft zich aan de hemel te laten zien. Binnen is er slechts het zwakke schijnsel van een slecht onderhouden lampje en het hijgerige gezoem van een koelkast op leeftijd. Ik zit op de bank. In een vreemd huis midden in een vreemd bos, ver van de bewoonde wereld. Prettig zit ik niet. Het is koud en ik heb zojuist iets gehoord, maar ik kan er niet achter komen waar het geluid vandaan kwam. Het is doodstil. Dan hoor ik het geluid weer. Ik kijk naar de openstaande deur rechts van mij. Het licht van het lampje reikt daar niet en het duister achter de deur lijkt bijna een eigen persoonlijkheid te hebben. Iets boosaardigs. Iets … hongerigs. Ik moet denken aan Nietzsche terwijl ik naar de deuropening kijk. “Wenn du lange in einen Abgrund blickst, blickt der Abgrund auch in dich hinein.” Ik sta op. Ik doe net of ik niet merk dat mijn benen licht trillen. Dan loop ik naar het duister. Blijf staan. Loop dan langzaam een trap op. Ik hoor stemmen, maar dat kan niet! Zou niet zo mogen zijn. Bovenaan de trap ruik ik iets afschuwelijks. Een duivelse geur die uit een kamer komt. Ik open de kamer. Weer hoor ik zacht gefluister mijn naam noemen. Ik open mijn ogen zo ver mogelijk om iets te onderscheiden in het donker. Dan hoor ik een zacht gegrom. Of niet?

“Hahaha! Meester! Hoorde je dat? Mark liet een dikke scheet!”

Oh ja. Had ik al gezegd dat ik net terug ben van een paar dagen schoolkamp? En iedere leerkracht die wel eens op schoolkamp is geweest weet dat je nog tot diep in de nacht stemmen hoort. Van kinderen die ‘keten’. Tenzij je in Groningen woont. Daar schijnen ze allemaal stemmen te horen, schoolkamp of niet. Lees maar eens mee:

Lees verder »

Sommige van mijn beste vrienden zijn overspannen leerkrachten

De laatste paar dagen is de onderwijsactualiteit wat aan de saaie of voorspelbare kant. Het Ministerie van OCW wordt aangevallen vanwege overdreven zorgleerlingstatistieken, het Ministerie van OCW reageert daarop door ons met diezelfde zorgleerlingstatistieken om de oren te ranselen, scholen hebben moeite met succesvol netwerken, scholen worden aangeklaagd door zeurende bejaarden vanwege ‘lawaai dat door dichte ramen en deuren dringt’ en elders in het schone Nederland staat een meester foto’s te schieten van douchende jongetjes. Het is een beetje om van te huilen, nietwaar? Vind ik wel. Vooral dat laatste nieuws. De hoogste tijd dus om een beetje te lachen. En waarom niet door ons weg te draaien van het onderwijsnieuws en eens te kijken door middel van welke zoekmachinetermen (bijvoorbeeld via Google) lezers op deze site belanden. Dat deed ik namelijk net. En schrok me de kouwe bikberakker. Wat dat ook moge betekenen. Lees mee:

Lees verder »

Houd Dat Schrift!

Wat hebben mijn bespinnenwebde berging, het pakketje van de buurvrouw en een artikel van The New York Times met elkaar te maken? Wat? Wat zeg je daar? Niks? HA! Laat mij u verbeteren, Trouwe Lezer, laat mij u verbeteren. Een paar dagen geleden stond ik op het punt om te vertrekken naar het centrum van Apeldoorn toen een oude man met een pakketje in zijn hand vroeg of ik Lisette Janssen was. “Dat ligt eraan,” zei ik, “als Lisette Janssen een 32-jarige kale man is die zich Frank noemt, dan maakt u een goede kans. Zo niet, dan moet u het een deur verder proberen.” Dat deed hij, maar tevergeefs. Uit de goedheid van mijn hart nam ik het pakketje aan en toen ik later die middag een pen zocht om een briefje voor de buurvrouw te schrijven, realiseerde ik me dat ik in anderhalve vakantieweek nog geen letter op papier had gezet. Via de computer wel en ook via mijn telefoon, maar niet via inkt en papier.

Nu spoelen we het verhaal even vooruit naar eerdergenoemde bespinnenwebde berging. Want die had ik *kuch* al een tijdje niet schoongemaakt. En zodoende vond ik driekwart van de beesten uit Noachs Ark tussen mijn oude troep. Ik trok mijn actiepak aan (blauw spandex, zorromasker, een gouden F als borstornament) en begon me een weg door de verhuisdozen, vuilniszakken en braakballen te reinigen. In het heetst van de strijd kwam ik een doos tegen met oude readers en boeken van de lerarenopleiding. Notities vol rekensommen, een afgekeurd aardrijkskundeproject (‘Achtus Groeperia: Een Nieuw Continent’), een verslag over Rudolf Steiner en een kromgetrokken boek over het methodisch schrift. Ik bladerde wat door het laatste en zag pagina na pagina over de ontwikkeling en het belang van een net schoolschrift.

En laat dat laatste nu volgens Katie van The New York Times zijn begonnen aan een langzame dood. Het lopende schrift *dramatische toon* … is zo’n beetje klaar met lopen. Lees maar mee:

Lees verder »