Het is middagpauze en tussen de derde en de vierde bruine bol met shiitakefilet wordt er bij mijn blaas op de deur geklopt en excuseer ik me van de eettafel. In de speelzaal zie ik één van de overblijfmoeders een vochtige doek over een tafel halen terwijl de andere buiten is met de kinderen. Terwijl ik in de kleine ruimte van het leerkrachtentoilet sta te plassen en een pagina van een Loesje-kalender lees (‘Wie te hard rijdt in een schoolomgeving, heeft geen oog voor de toekomst’), hoor ik door de muur een ijl kinderstemmetje. Het komt uit een van de kleutertoiletten. “Wie is daar?” roept een klein meisje en nog eens: ‘Wie is daar?’

Na het toiletgebruik was ik mijn handen en kijk naar mezelf in de spiegel. Geen jongen meer, maar ook nog geen oude man. Tenminste, je moet het de kinderen niet vragen. Die vinden alles boven de achttien fossiel. Maar wie heeft ze laatst tijdens tikkertje allemaal naar de af-bank getikt? Precies. Meester Pre-historie.

Terug in de lerarenkamer komt de juf die pleinwacht is met een verontwaardigde blik binnenlopen. Aan haar hand hangt een jongetje. “Deze,” begint de juf en ze houdt het armpje omhoog alsof de knul net een bokswedstrijd heeft gewonnen, “stond op het schoolplein lucifers af te steken.” Een (deels gespeelde – want zo zijn we) zucht van ongeloof trekt door de ruimte. Zo’n zeven paar ogen kijken verontrust naar het zwijgende jongetje. Hij kijkt terug met een blik die het midden houdt tussen Diep In De Stront en Wat Zullen We Nu Krijgen. De juf legt het voorwerp van de misdaad op tafel, een verfrommeld pakje lucifers. “Hij heeft zelfs nog een lucifer in zijn vingers!” Een collectieve blik van afkeuring rust op het smoezelige handje. Inderdaad, tussen de kleutervingertjes zit een afgebrand stukje populierenhout geklemd.

Zo’n gebruikte säkerhets tändstickor doet me altijd denken aan een stuk uit een boek van Jan Wolkers, waarin hij de wimpers van een kassière omschrijft als “een bosje afgebrande lucifers.” De jongen wordt in de kleuterklas gezet om ‘eens goed na te denken’ en het gros van de juffen zet het weer op een lunchen. Ik richt mijn aandacht op de problematische internetverbinding, want statistisch gezien beschikken Noord-Korea en het primair onderwijs over de slechtste verbindingen.

Als ik niet veel later terugkom van een bezoekje aan de serverkast zie ik het jongetje op een bank in de kleutergroep zitten. Nou ja, ik zie driekwart van zijn hoofd boven een kast uitsteken, juist het gedeelte waarvan het de bedoeling was dat het er ‘eens goed ging nadenken’. Ik besluit de (lege) groep binnen te lopen en in al mijn Gruwelijke Meesterheid (kleuteruitleg: meesters hebben harde stemmen, zingen zelden lieve liedjes en comprimeren lange argumentaties tot een kribbig uitgesproken ‘Hoepel op.’) voor hem te gaan staan. Langzaam richt hij zijn grote geschrokken ogen op mij. “Weet je wat er kan gebeuren,” zeg ik, “als je speelt met vuur en het gaat verkeerd?” Stilte. “Dan kun jij jezelf heel erg pijn doen!” Nog steeds stilte, maar de geschrokken ogen worden iets geschrokkener. “En dan moet je naar… het ziekenhuis!” Ik ga door mijn knieën en schakel over naar de Gemoedelijke Stem. “Wat denk je dat papa en mama ervan vinden dat jij met vuur speelt?” Stilte. “Zal ik ze eens bellen om het te vragen?”

Dan zie ik, miniem en bijna onmerkbaar, een lichte beweging in zijn gezicht. Er komt zelfs een geluidje al zou een veer nog niet in beweging zijn gebracht als ik het op zijn onderlip had geplakt. “Hm?” zeg ik, “Wat zei je daar?” Nog een keer het geluidje. “N..ie..leu.” “Inderdaad,” vervolg ik en ik ben overgeschakeld op de Hee, Deze Kerel Is Misschien Best Te Vertrouwen-Stem, “inderdaad, niet leuk.”

In de daaropvolgende vijf minuten wordt mij getoond waar de lucifers vandaan gepakt zijn (een kast waarbij kinderen niets te zoeken hebben) en wordt er nog wat geconverseerd over de vruchten van goed gedrag en de consequenties van ongewenst gedrag. Het punt is gemaakt, de boodschap is binnen, de volgende zet is aan het lerende kind. Dan gaat de schoolbel en overstromen de kinderen het schoolgebouw binnen. Ik heb nog net tijd om te horen hoe een piepklein schorstemmetje ‘sorry’ zegt tegen de kleuterjuf voordat de deur van het klaslokaal gesloten wordt.

Dan ga ik achter de computer zitten en probeer ik het internet te reanimeren door dertig maal hard op de Enter-toets te drukken, gevolgd door een stevig blazen tegen het beeldscherm. Dan hoor ik een gedempt geluid. De computer! Nee. Helaas. Ik loop naar de gang en spits mijn oren. Ik hoor het weer, het komt bij de kleutertoiletten vandaan.

“Wie is daar? Wie is daar?”

Zucht.

11 Reacties op “Oog Voor De Toekomst”

  1. Sigrid zegt:

    Na een dag ontploeteren in mijn 30-tallig kleuterklas, met een verdiend drankje als troost in de hand en de nootjes er vlakbij, is dit een prachtig stukje thuiskomen. Daar doe ik het voor. Dank je Frank.

  2. Frank Jongbloed zegt:

    De nada, Sigrid. En ik vind ‘een prachtig stukje thuiskomen’ weer aardig gevonden. Al hoop ik dat het troostdrankje thuis genuttigd werd en niet in je 30-tallige kleuterklas. *knipoog*

  3. Evita zegt:

    Heb altijd het gevoel dat ik zelf een beetje voor de klas sta bij het lezen van jouw verhalen. Geweldig!

  4. Frank Jongbloed zegt:

    Dank je wel, Evita. Dat is aardig van je.

  5. Debby zegt:

    Leuk weer Frank, je stukjes lezen is even ontspannen na een dag (hm) hard werken. De vraag komt wel op, ‘hoe word ik nou net zo een leuke juf als jij meester bent?’
    Duidelijk, het onderwijs kan niet zonder meesters. Morgen eens even goed om mij heen kijken in mijn groep 5. En misschien toch eens (alweer?) de leuke opvallende gebeurtenissen op gaan schrijven.

  6. Frank Jongbloed zegt:

    Dat is aardig gezegd, Debby. Maar ik heb me een poosje geleden al voorgenomen om een stukje te gaan schrijven over alle foute dingen die ik dagelijks doe. Trust me, dat zijn er meer dan voldoende. Zo kan ik kinderen nooit troosten en duw ik ze altijd richting een vrouwelijke collega. Zo zie je maar weer… waar zouden we zijn zonder die juffen?

  7. Laura zegt:

    Leuk stukje! Maar over met vuur spelen gesproken. Zo haalde mijn school de krant deze week omdat een middenbouwer met de aansteker van zijn moeder aan het spelen was in de wc! Even 10 min buiten in de kou staan en weer terug de klas in, waar het piepende geluid van het alarm ons nog steeds gek maakt! Maar verder viel het wel mee… Maar we hebben de krant, inclusief waanzinnig rare reacties gehaald hoor! Pfff….

    http://www.telegraaf.nl/binnenland/9385635/__Toiletrol_leidt_tot_ontruiming__.html?sn=binnenland%2Cbuitenland

  8. Frank Jongbloed zegt:

    Arme Laura. En inderdaad, wat een belachelijke, overtrokken reacties. Maar dat is zo’n beetje de huidige trend. Toen mijn moeder me vroeger een sigaretje gaf om het vuurwerk af te steken (“Goed blazen, Frank”), rookte ik ze stiekem op achter het huis. Laat het die fatsoensrakkers maar niet horen!

  9. Kristel zegt:

    Leuk stukje weer! Hieruit blijkt maar weer eens hoeveel respect we moeten hebben voor de kleuterjuffen onder ons! En natuurlijk ook meesters. (als die er nog zijn bij de kleuters)
    Ondervond het van de week zelf ook weer toen ik op weg was om een van onze juffen bij de kleuters even snel een vraag te stellen. Dat even snel was er niet bij. De juf was druk bezig om samen met 2 kleuters al het zand uit de zandtafel weer in de zandtafel te krijgen terwijl er aan de andere kant van de klas een kleuter met een enorme natte vlek in zijn broek uit de huishoek kwam. Toen ik aanbood om deze kleuter even te voorzien van een droge broek kwam er een kleuter van het toilet met zijn hele mouw onder de poep. Blijkbaar was het niet helemaal, of beter gezegd helemaal niet goed gegaan op het toilet! En dan denk ik alleen maar: “Hoe komt mijn collega de dag door?” Respect respect respect!

  10. Anja zegt:

    Mooi stukje Frank, mooi stukje Kristel, heel herkenbaar!
    Fijn dat zoveel mensen met respect naar de kleuterjuffen kijken!!!

  11. Frank Jongbloed zegt:

    Sorry voor de late reactie, Kristel. Maar dat gebeurt nu eenmaal als je in mijn aanwezigheid over poepmouwen begint. Dan ga ik er als een haas vandoor. Poepmouw. Is dat niet een Brabants koekje?

    Op dinsdag (als ik op kantoor zit, Anja) dan moet volgens het rooster één van de kleuterjuffen koffie zetten. Als dát gebeurt, kijk ik met respect. Geen koffie gezet door de drukte? Dan met een donkere, koffiehunkerende mopperblik.

Reageer


zes × 8 =