Mensen vragen vaak aan mij hoe ik aan inspiratie kom voor ‘die stukjes’. Het is niet zo moeilijk hoor. Er wordt altijd wel ergens iets gemeld over het onderwijs. Er wordt ook altijd heel veel herhaald. Ik schrijf  ‘die stukjes’ nu al een paar jaar en elke week begint er ergens in de media een ‘verlichte’ geest te kraaien over de teloorgang van het taal- en rekenonderwijs. Kinderen worden dommer, als we deze artikelen moeten geloven. Dat de gemiddelde peuter efficiënter overweg kan met een iPad dan de doorsnee volwassene laten de artikelenschrijvers even buiten beschouwing. Toetsinstituut Cito (door hippe mensen afgekort tot ‘toetsinstituto’) heeft er deze week ook een paar waarschuwingen uitgedraaid. Want “tien jaar geleden wisten kinderen meer over de prehistorie dan de kinderen van nu.” Maar wat het toetsinstituto (want ik ben hip) zich niet realiseert is dat kinderen het heel vaak over de prehistorie willen hebben. Alleen hebben ze het dan over mijn jeugd. Toen er nog geen kabeltelevisie was. Of internet. Of mobiele telefoons. Momentje lezers, ik ga even in een hoekje zitten wenen.

“Ondanks vernieuwingen in het geschiedenisonderwijs weten basisscholieren minder van de tijd tussen de prehistorie en de 20e eeuw dan tien jaar geleden. Dat blijkt uit een onderzoek van toetsinstituut Cito.

De helft van de leerlingen weet bijvoorbeeld geen antwoord op de vraag welke beruchte ziekte in de middeleeuwen woedde. Wel lukt het hen vaker feiten en ontwikkelingen in de juiste tijd te plaatsen. Dat zou komen doordat de tijdbalken een begrijpelijkere naam hebben gekregen.

Zo heet de prehistorie nu ‘jagers en boeren’ en de nieuwste tijd heet ‘televisie en computer’. De Canon van Nederland met vijftig vensters die de belangrijkste momenten uit de Nederlandse geschiedenis laat zien, is er niet bij alle leerlingen ingehamerd. De gemiddelde leerling heeft de helft van de vragen over de geschiedeniscanon fout.

In de bovenbouw krijgen basisscholieren ongeveer een uur per week geschiedenisles. In 2000 was dat nog tien minuten meer. De meeste leraren vinden volgens het Cito dat ze te weinig tijd krijgen om de lessen goed voor te bereiden.”

Moet je deze reactie van Hannes eens lezen:

“Dit onderzoek verdient aanvulling met onderzoek onder onderwijzers op de basisschool. Weten zij wanneer het kolonialisme begon, en wanneer het ophield? Weten zij waar de Eerste Wereldoorlog om draaide? Weten zij wat het effect van Napoleon op Europa is geweest? Weten zij hoe de burgerij van de Middeleeuwen verschilt met onze eigen burgerij? Weten zij de vijf belangrijkste technologische uitvindingen te noemen? Weten zij waarom de ruimtevaart zo belangrijk werd in de 20e eeuw? Weten zij wanneer Toetanchamon, Karel de Grote, Hugo de Groot en koning Willem I leefden? Weten zij wat Karel V, Willibrord, Drees, Spinoza en Erasmus in de Canon doen?

Weet hun onderwijzer dat allemaal niet of nauwelijks, dan is het niet zo raar dat de leerlingen het zelf ook niet goed weten. Immers, de onderwijzer is de belangrijkste aanjager en verantwoordelijke voor de onderwijskwaliteit. Er bestaat geen vervanging voor de hoogopgeleide, ambitieuze leraar. Al doen wij, en OCW voorop, nog zo hard alsof we die best kunnen vervangen door matig opgeleide, ongetwijfeld goedbedoelende nieuwkomers, klassenassistenten etc.  Leerlingen kunnen steeds minder goed lezen, rekenen, en kennen nu ook geschiedenis.

Het is het oude liedje: eerst een overstroming met talloze slachtoffers, dan pas het Deltaplan.”

Een zekere Frank reageert:

“”Het is het oude liedje: eerst een overstroming met talloze slachtoffers, dan pas het Deltaplan.”

Ik zie je punt, Hannes. God verhoede dat er zich een geschiedkundige ramp voordoet en een kind weet niet wat Spinoza in de Canon doet. De gevolgen zijn niet te overzien.

Maar terwijl jij je bezighoudt met ‘oude liedjes’ is de jeugd bezig met schitterende, nieuwe composities. Waar jij waarschijnlijk geen oor naar hebt.”

Haha, mijn held, die Frank. *kuch*

Basisscholier weet minder van geschiedenis. Schrale troost: Hennie (die achter de kassa bij de AH zit) denkt dat spinoza een groente is die “je ook prima kunt wokken.”

Reageer


8 − acht =