Het is ook niet gemakkelijk. Om kind in groep 8 te zijn. Realiseer ik mij elke dag een beetje meer. Het is ook zo’n grensleeftijd. Je voelt aan dat een heleboel dingen die je voorheen leuk vond nu waarschijnlijk te kinderachtig zijn, al ben je nog elke dag blij met je glinsteretui met Wings-tekeningen. Het begint je op te vallen dat het meisje van het groepje verderop de hele tijd naar je zit te kijken en dat vind je verschrikkelijk én leuk, dus verschrikkelijk leuk. Je voelt je al behoorlijk volwassen als je ‘s ochtends deodorant gebruikt ook al trek je de hele dag een wolk van goedkope chemicaliën achter je aan. En dan heb je ook nog een meester (een kale die denkt dat ‘ie grappig is) die de hele dag zit te roepen dat je toch echt moet leren zelfstandig te werken, omdat er op het voortgezet onderwijs geen juffen en meesters meer zijn die de hele dag bij je in de klas zitten. En dat idee vind je spannend. En verschrikkelijk. Dus verschrikkelijk spannend.

Vandaag had ik een kleine aanvaring met een leerling. Ach, die heb ik elke dag. Welke leerkracht niet? Maar ik realiseerde me goed dat sommige kinderen écht op de grens staan tussen het primair onderwijs en het voortgezet. Het begon toen ik de aandacht vroeg. Meestal vallen de kinderen dan geleidelijk aan stil en kijken ze naar me. Dit keer ook, maar twee dames bleven doorkletsen. Goed, zei ik, ik wacht wel even tot jullie klaar zijn met kletsen. Tot mijn stomme verbazing kletsten ze daadwerkelijk door. Whoa! Maar okay, ik wachtte geduldig. Toen ze ook stil waren en mij aankeken vroeg ik of ze het vervelend vonden als ík wat ging vertellen. Nee hoor, zei één van de meisjes, wij zijn klaar met praten.
Hoepel jij maar vlug op naar de gang
, zei ik op strenge toon. Dat soort onbeschoftheid hoef ik hier niet in het klaslokaal! Ben jij helemaal belazerd!

Geschrokken haastte het meisje zich naar de gang waar ze bij de kapstokken ging staan. Ik legde een opdracht uit die goed paste in ons ontwikkelingsgericht onderwijs en zette de kinderen aan het werk. Ongeveer vijftien minuten later zei ik tegen een leerling dat het meisje van de gang mocht komen. En daar kwam ze dan. Niemand die op haar lette, maar ik zag dat ze enorme moeite deed om zichzelf te herstellen van de straf die ze had ondergaan. Ze liep op me af en ik vroeg haar of ze snapte waarom ik haar naar de gang had gestuurd. Ze zei dat ze het wel snapte en deed haar uiterste best om haar tranen te bedwingen. Blijkbaar had mijn (relatief korte) boosheid een grote indruk op haar gemaakt die niet strookte met haar onbeleefde gedrag. Om haar nog wat ‘hersteltijd’ te geven zei ik haar dat we er later nog op terug zouden komen en gaf ik aan dat ze zich bij een groepje mocht voegen.

Het daaropvolgende kwartier hield ik haar goed in de gaten. Ze zat er maar bleekjes bij en deed niet veel. Voor een tweede keer riep ik haar bij me. Het zit helemaal niet in mijn aard om kinderen te troosten zoals sommige juffen op onze school dat doen, maar ik had het gevoel dat ik dat voor deze keer maar aan de kant moest schuiven. Een beetje aan de kant moest schuiven. Dus sloeg ik een arm om haar heen en zei ik: hee, je snapt natuurlijk wel dat ik heel blij ben dat je bij mij in de klas zit, he? Ze knikte. En dat we nu weer goede vrienden zijn, toch? Want ik ben niet meer boos.
Ik snap het
, zei ze, en ik zal niet meer onbeschoft zijn, meester. Weer had ze moeite om niet te gaan huilen.
Okay, antwoordde ik, dan snappen we elkaar nu weer. Ga maar gauw naar je groepje voordat ze de opdracht verprutsen.

Soms zijn ze al zo groot, maar doen ze nog zo klein. En soms zijn ze nog zo klein, maar doen ze al zo groot. En wat precies is het verschil?

5 Reacties op “Om Een Kind In Groep 8 Te Zijn”

  1. Rosalie zegt:

    Mooi stukje. Het geeft inderdaad goed het ‘al zo groot maar stiekem ook nog zo klein gevoel’ aan wat je bij veel leerlingen in groep 8 ziet. Vorig jaar had ik voor t eerst groep 8 en viel dit mij erg op bij de “klassenavond”. Er werd gedanst, stoer gedaan door de jongens, gemake-upt en gegiecheld door de meisjes, ja er werd zelfs geschuifeld. Maar aan het einde van de avond vonden ze het allemaal het leukst om verstoppertje te spelen in de school!

  2. WillemICT zegt:

    Frank, Chapeau. Je weet het heel goed te verwoorden. Als ‘ouwe’ rot (stond 32 jaar voor de klas) veel herkenning. Gelukkig staan er nog steeds ‘vaklui’ voor de klas.

  3. Frank Jongbloed zegt:

    En wat ik ook apart vind, Rosalie, is dat ze soms heel stoer naar je kijken en mondjesmaat reageren, maar dat dan toch blijkt dat ze je aardig vinden. Hahaha.

    Dat zijn aardige woorden van een ervaringsdeskundige, Willem! Ik hoop dat ik het ook 32 jaar met zoveel plezier volhoud.

  4. Jeanet zegt:

    Het valt inderdaad niet mee om de balans te vinden als je op die grens zit. Je hoort net nergens meer bij en dat is voor kinderen juist een van de belangrijkste dingen, ergens bij horen. Binnen de school ben jij nu de oudste die “alles” al weet en volgend jaar hoor je bij de bruggers die nog “niets” weten. Ik heb ook vele jaren groep 7&8 gedaan en ik vond het heel fijn en leuk om de kinderen hierin te mogen begeleiden. Je voegt echt iets toe aan hun ontwikkeling om “groot” te worden. En het is ook belangrijk dat ze kunnen uitproberen hoe ver ze kunnen gaan en dat doen ze het liefst in een veilige omgeving dus…

  5. Frank Jongbloed zegt:

    Dat heb je mooi gezegd, Jeanet. Bij jou op school denken ze goed over dat soort dingen na, dat merk ik meteen. Vast een leuke school!

Reageer


8 × = vierenzestig