Volgens het ministerie van Onderwijs hoeven kinderen pas na het voortgezet onderwijs te weten hoe je de zin ‘hij houdt van disco’ schrijft. Naast het feit dat zo’n zin veel te eenvoudig is, vind ik het ook een eigenaardige. Hij houdt van disco. Wie, boer Harms uut Drenthe!? Maar goed, blijkbaar schijnen kinderen aan het einde van groep 8 veel beter in spelling te zijn dan eindexamenkandidaten van het voortgezet. Veel beter ook dan de media de afgelopen jaren hebben doen geloven. Zo zien we maar weer, we moeten niet alles geloven wat er in de krant staat. Tenzij het iets zeldzaam positiefs over het primair onderwijs is. Zoals hier dus:

“Leerlingen beheersen hun taal aan het eind van de basisschool veel beter dan vaak wordt gedacht. Sterker, in het spellen van werkwoorden maken ze vrijwel geen fouten.

Jammer genoeg leren ze dat bijna allemaal in de loop van de middelbare school weer af: zowel op vmbo, havo als vwo is de beheersing van de werkwoordspelling bij het eindexamen een stuk slechter dan die aan het eind van de basisschool.

Tot die conclusie komt Jannemieke van de Gein, onderzoeker op het gebied van taalonderwijs, in het maandblad Onze Taal, dat vrijdag verschijnt. ‘Het voortgezet onderwijs laat het onderhoudswerk bij werkwoordspelling lelijk liggen’, zegt ze.

Van de Gein onderzocht in het kader van de periodieke peiling naar het onderwijsniveau de werkwoordspelling aan het eind van groep 8. Ze deed dit in opdracht van Cito in Arnhem. In een willekeurige stapel van 322 brieven van achtstegroepers kwamen in totaal 3.484 werkwoordvormen voor. Slechts 98 daarvan waren fout gespeld. ‘In 77 procent van die brieven komt geen enkele fout gespelde werkwoordvorm voor.’ Uit een studie van eindexamenteksten van havisten en vwo’ers bleek dat daar slechts 40 procent foutloos was.”

Dus opeens blijkt dat leerlingen in groep 8 wél kunnen spellen. Wetenschappers buigen zich over de vraag hoe dit komt. Had ik al gezegd dat ik dit jaar voor het eerst ben begonnen in groep 7/8? Nee? Oh. Nou. *fluit fluit*

Lees hier het foutloos geschreven stukje van Robin Gerrits/Volkskrant.

2 Reacties op “Spellenderwijs”

  1. Hensen zegt:

    Dat is niet alleen bij taal zo ook bij rekenen is het duidelijk merkbaar dat het rekenniveau in het vo afneemt. Al bijna 10 jaar geleden hebben we testen mee gedaan en elk jaar werden de leerlingen die van de po kwamen getest op rekenen. Reeds na een half jaar liep het al sterk terug. De reden is dat in het vo weing meer gerekend wordt. Ook de rekenmachine heeft daar debet aan. Als je ook de breuken uit verschillende vakken haalt is het het werken hiermee zinloos geworden.

  2. Frank Jongbloed zegt:

    Ik merk zelf, Hensen, dat ik veel lol heb in het hoofdrekenen en in de verschillende manieren die ik kinderen leer om sommen op te lossen. Het zijn eigenlijk een soort puzzles die je met de kinderen ‘aanvalt’. Ik denk dat dat ook een goede instelling is voor een leerkracht. Een rekenmachine (zoals gebruikelijk in het vo) is als een machinegeweer meenemen naar een olifantsafari. Geen eer aan te behalen.

Reageer


3 × = zes