Omdat de kinderen op onze school in de klaslokalen geen schoenen mogen dragen, is de opmerking van het kleine meisje niet zo buitengewoon. Op een zeldzaam moment van leerkrachtenrust krijg ik haar aan mijn bureau met het dilemma dat haar sokken ‘zo nat zijn aan de onderkant’. De rest van de kinderen mag in het laatste half uur van de ochtend vrij spelen en is druk bezig met bouwmateriaal, educatieve spelletjes en het maken van tekeningen. Ik heb mijn bureaustoel op een laag pitje gezet, waardoor ik letterlijk en figuurlijk van het speeltoneel verdwenen lijk te zijn zodat ik met het zacht zoemende album van Noah and The Whale en een calligrafeerstift de pasgemaakte dicteetjes te lijf kan gaan.


Met enige moeite ontwaak ik uit mijn correctieroes en leun ik naar voren om haar maillot te bekijken. De zolen van haar sokken lijken inderdaad behoorlijk nat te zijn. ‘Heb je soms in iemands geknoeide drinken gestaan,’ vraag ik haar. ‘Dat zou wel eens kunnen,’ krijg ik als antwoord. Dan zie ik ook spetters bovenop haar voeten en dat snap ik niet, want dat krijg je niet van drinken dat op de grond ligt. Ik leg de dictees aan de kant en ga ontspannen naar achteren zitten, uit het zicht van de klas (de reden dat mijn bureau in die hoek van de klas staat in plaats van vooraan en naast het bord – leerkrachten moeten ook een rustig plekje hebben in het lokaal).

‘Heb je tijdens het handenwassen soms geknoeid met het water,’ vraag ik haar. ‘Hmm,’ mijmert ze, ‘dat zou ook wel eens kunnen.’ Ze zegt het op een vreemde manier en ik heb al een poosje in de gaten dat haar handen trillen. Ik ben alert en daarom zie ik vanuit mijn ooghoek dat er een druppel op haar knie landt. ‘Of,’ zeg ik heel zacht en rustig, ‘heb je per ongeluk in je broek geplast?’

‘Ik voel me niet zo lekker,’ zegt ze dan. Het is nog maar zo’n klein meisje. Laatst zag ik een stuk van een documentaire over een man die een lange studie had gedaan naar schaamte en de effecten daarvan. In het programma werd uitvoerig uit de doeken gedaan wat schaamte nu precies is. Een blik op dit meisje was ook voldoende geweest.

‘Meisje toch,’ zeg ik ‘dat geeft helemaal niks. We gaan samen even naar beneden en daar heeft juf A. wel droge kleren voor je. Dan bellen we mama en dan komt ze jou ophalen. Is dat goed?’ Dat vindt ze goed. Terwijl we naar de deur lopen zorg ik ervoor dat de andere kinderen niets in de gaten hebben. Die zijn zo druk bezig dat ze niet zien dat de meester wegloopt met een meisje wiens rok aan de achterkant een stuk donkerder is dan de rest. Beneden kloppen we aan bij het kantoortje van juf A.

‘Juf,’ zeg ik, ‘ze voelt zich niet zo lekker en heeft een beetje last van haar blaas.’ Ik wil absoluut niet zeggen dat ze in haar broek heeft geplast omdat het meisje zich dan waarschijnlijk nog meer vernederd voelt. Gelukkig snapt de juf het en wordt het meisje meegenomen naar het toilet en gelijktijdig haar moeder gebeld.

Het is helemaal geen spannend verhaal en er valt ook weinig om te lachen (hoop ik). Misschien voel ik op dat soort momenten hoe belangrijk mijn werk is. Als zo’n meisje zichzelf moet overwinnen om naar mij toe te gaan met haar probleem, zijn er zoveel verkeerde manieren om daar op te reageren.

Had ik al gezegd dat ik een nieuwe auto heb gekocht? Niet? Nah.

6 Reacties op “Een verhaaltje voor het lesgevengaan”

  1. Hanneke zegt:

    Gefeliciteerd met je auto.
    Ik snap het helemaal, in groep 2 kan een enkeling ook zo reageren, maar in groep 1 komen ze met hun broek op hun knieën, al huilend de klas binnen. Dan hebben ze gelijk de aandacht van alle kinderen en iedereen is vol medeleven.

  2. Susanne zegt:

    Het enige dat ik denk als ik dit lees, is: wat een ontzettend lieve betrokken meester.
    Ik kan alleen maar hopen dat mijn dochter ook dit soort leerkrachten treft.
    Of dat ze haar plasjes weet op te houden en in de daarvoor bestemde ruimte zal achterlaten.

  3. Jeroen zegt:

    Wederom een treffende schets van de praktijk, Frank!
    Nog de beste wensen voor 2010!

  4. Frank Jongbloed zegt:

    Hanneke, zulke collega’s heb ik ook.

    Dank je, Susanne.

    Jij ook een fijn 2010 Jeroen met veel geluk en een aanstelling!

  5. Marjet zegt:

    Beste Frank,
    Wat een ontzettend ontroerend stukje is dit. En ook zo beeldend beschreven, ik zie haar zo voor me.
    Makes my day!

  6. Frank Jongbloed zegt:

    Dank je wel, Marjet. Wie had dat gedacht he, dat ik zo’n poëtische ziel zou hebben? Zucht. Goed. *kuch* Ik ga nu een vechtfilm kijken ofzo.

Reageer


acht − 5 =