De groep heeft de uitleg gekregen, de kinderen die het nodig hebben kregen extra instructie en nu doe ik mijn ronde door het lokaal. Beide handen op mijn rug en in één ervan een gekleurd krijtje, want dat had ik net gebruikt bij de extra uitleg. Iets verderop van mij zit een meisje geanimeerd te kletsen. Ze gebaart er wat bij, schenkt lachjes aan de kinderen die haar kant opkijken en negeert haar rekenwerkboek volledig.

Tot ze voelt dat ik achter haar sta. Dan begint ze peinzend in de verte te staren en is het de bedoeling dat ik uit haar prevelende mondje afleid dat ze een moeilijke som aan het kraken is. Ik ga op mijn hurken zitten en vraag haar vriendelijk of het een moeilijke som is. Het meisje knikt. Ja. Het is blijkbaar een héle moeilijke som. Ik buig me een stukje over haar rekenboek heen en schuif met mijn arm over de sommen.

‘Misschien kan ik je een beetje op weg helpen,’ zeg ik op mijn meest pedagogische toon, ‘met welke som ben je bezig?’ De ogen van het meisje gaan richting haar boek maar zien daar niet de sommen, maar mijn strategisch geplaatste arm. Dan zegt ze zonder aarzeling; ‘som 3’.

Met een grimas zuig ik wat lucht naar binnen. ‘Tja. Dat is ook wel een moeilijke som. Weet je wat,’ fluister ik blij, ‘soms helpt het als je de opdracht aan iemand anders probeert uit te leggen.’

Het meisje, dat geen idee heeft waar som 3 over gaat, kijkt nu ook heel blij. Wat een goede oplossing van de meester. Bedankt meester. Opgewekt kijkt ze naar haar buurvrouw. ‘Nee,’ schud ik, ‘probeer het maar eens bij mij.’ Het meisje kijkt al wat minder blij.

‘Nou,’ probeert ze, ‘er was eens een jongetje dat Achmed heette.’ Op dit moment kan ik het niet verhinderen dat ik breed ga glimlachen, want ik heb allang gezien dat som 3 bestaat uit rijtjessommen. De in het rekenboek alomtegenwoordige Achmed (vrouwelijke versie: Fadila) wordt in som 3 niet vermeld. Het meisje ziet me lachen en ziet ook een ontsnappingsroute.

‘Nou,’ gaat ze verder, ‘Achmed is negen jaar geworden.’ ‘Oh ja,’ zeg ik. Het meisje knikt bevestigend. ‘Voor zijn verjaardag kreeg hij twintig euro.’ ‘Zo zo, dat is wel veel.’ Ja, maar ‘hij kreeg ook een Ipokken. Maar die heeft hij verkocht. Aan zijn neefje.’ ‘Voor hoeveel,’ vraag ik. ‘Voor tien euro,’ krijg ik als antwoord. ‘En nou willen ze weten hoeveel Achmed nog over heeft.’

‘Aha, ik snap het,’ zeg ik en sta op. Ik knik vriendelijk naar het meisje en ik krijg een vriendelijk knikje terug. Het kleine rekenzwendelaartje. En ik? Ik zet nog een kopje koffie. Geen melk, geen suiker. Over twintig minuten begint het speelkwartier.

6 Reacties op “Moeilijke som”

  1. Rein zegt:

    Dit meisje komt er wel. Creatief in het bedenken van oplossingen. Dat is soms meer waard dan een hoofd vol kennis.

  2. Rob Geurtsen zegt:

    Prachtige beschrijving.
    Heerlijk onderwijs, liefdevol, scherp en creatief. Ouders en kinderen blij?

  3. Frank Jongbloed zegt:

    Ik ben het helemaal met je eens, Rein. Die komt er wel.

    Ouders en kinderen blij, Rob. En even onder ons; mocht ik ooit gewelddadig de klas uitgekickt worden, dan ben je de eerste die het hoort.

  4. Elisabeth zegt:

    Wat is in ‘s hemelsnaam een Ipokken????
    Enne.. ik ben jouw fenomenale stukjes gewend, dus ik geef geen complimentjes meer.
    Groet! Elisabeth

  5. Elisabeth zegt:

    Afijn, na verder gedegen onderzoek op je weblog (die andere dus) ben ik er nu achter wat een ipokken is; en wat blijkt? Ik heb er zelf een! fantastisch.
    Elisabeth

  6. Frank Jongbloed zegt:

    Ik kan niet zonder mijn Ipokken en heb hem altijd bij me. Op dit moment staan er zo’n 5000 nummers op, zorgvuldig bij elkaar gesprokkeld en allemaal liefdevol van de juiste informatie voorzien. Ja. Ik weet het. Het is vrij sneu. Ik praat er ook tegen. Als ik me eenzaam voel.

Reageer


acht × 7 =