ADHD’ers, Staakt Uw Wild Geraas!

Of ik wist dat de sinterklaasviering een bijzonder onplezierige ervaring kan zijn voor kinderen met autisme of ADHD? Nou, nee. Dat wist ik niet. Maar ik kan mij er wel een voorstelling bij maken. Vroeger was ik ook bang voor Sinterklaas (mocht u zich afvragen wie dat knulletje met dat kekke coltruitje op de foto is) en ík was geeneens gediagnosticeerd met een stoornis. Ik had vast wel een stoornis (of twee), maar men was destijds nog niet zo rap met het uitdelen van beperkingen. Vertoonde ik in die tijd afwijkend gedrag, dan kreeg ik simpelweg op zaterdag geen bakje chips bij The Flying Doctors.

“Drs. Carla Visser, onderwijskundige verbonden aan Groenendaal, het behandelingsinternaat voor kinderen met ADHD en/of PDD-NOS in Groningen, gaf enkele jaren geleden een aantal praktische tips.

  • Om spanning te voorkomen is het wijs om zo veel mogelijk de dagelijkse structuur (vaste patronen van rekenen, taal, lezen en andere vakken) te handhaven tot kort voor de vieringen.
  • Om onrust te voorkomen en duidelijkheid te verschaffen is het aan te raden de gang van zaken rond de vieringen vooraf door te spreken (zelf inschatten hoe lang van te voren, een of meerdere dagen, en herhalen op de dag zelf).
  • Voor een aantal kinderen met PDD-NOS is de spanning rond het te verwachten cadeau te groot; in dat geval is het een optie samen met het kind het cadeau te kopen en iets af te spreken rondom het vervolg. Een tip voor thuis en op school!
  • Om de spanning te verminderen op de dag zelf kan het voor een of meerdere van deze kinderen helpen als ze een taak krijgen in het geheel. Te denken valt (met betrekking tot Sinterklaas) aan het bewaken van de zak, cadeautjes aanreiken, trakteren, enz. enz.”

Voor verdere informatie kunt u ook het boekje ‘Sint, wie ben ik?’ lezen, geschreven door Jolanda van der Meijden.

“Sinterklaas, wie ben ik? is geschreven vanuit het perspectief van autisme binnen het gezin. Echter, het kind dat het woord voert bestaat niet. Sinterklaas, wie ben ik? toont namelijk de vele gezichten die autisme kan hebben. In ieder hoofdstuk komt een kind aan het woord dat zijn/haar problemen verhaalt met betrekking tot Sinterklaas en de spanningen die dat met zich meebrengt. … Wanneer het boekje gelezen wordt als ware het de zienswijze van één kind, dan zou je Rainman menen te herkennen. Maar zo’n kind bestaat niet. Elk kind met autisme is anders. Dat is tegelijkertijd het antwoord op de vraag Sint, wie ben ik? Met dit boekje is ernaar gestreefd op een toegankelijke manier uit te leggen hoe een kind met autisme zomaar het spoor bijster kan raken.”

Een toegankelijk boekje dus, volgens de wervingstekst geschreven door een kind dat niet bestaat waarin we een rainman kunnen herkennen die ook niet bestaat. En dat is ook het antwoord op de vraag van Sint over dat vernieuwde tv-spelletje op SBS6. Je weet wel. Met Gerard. En Patty.

*”December-tips voor leerlingen met PDD-NOS of ADHD “, drs. Carla Visser, Kennisnet
*”Sint, wie ben ik?”, Landelijk Netwerk Autisme.

Even onder ons

Toen ik een paar dagen geleden bij mijn ouders op bezoek was voor koffie en een koekje, gaf ik mijn moeder in een onbewaakt ogenblik een onverwachte knipoog. Zonder blikken of blozen nam ze nog een trekje van haar geliefde sigaret en keek mij vervolgens met een vragende blik aan. ‘Maak je geen zorgen, moeder. Het is ons geheimpje,’ vertrouwde ik haar op samenzweerderige toon toe.

Mijn moeder, die wel wat van mij gewend is op het gebied van vreemd gedrag, bleef onverstoorbaar in haar aura van stilte en sigarettenrook.

‘Als de anderen er maar niet achterkomen,’ mompelde ik op bezorgde toon, ‘dat ík van alle kinderen je favoriet ben’. Een wolk rook werd in mijn richting uitgeblazen en even verloor ik haar gezicht uit het oog, maar niet voordat ik een schaduw van een glimlach op haar gezicht zag.

Vrienden vragen het mij soms. “Zitten er ook kinderen in jouw klas die je aardiger vindt dan de rest?” En dan zie ik hun verbaasde gezichtsuitdrukkingen als ik daarop met een bevestiging antwoord. “Maar zijn er dan ook kinderen… die je minder aardig vindt dan de rest?” Wederom bevestiging. Wederom verbazing. En als ik daaraan toevoeg dat ik soms blij ben als een kind aan het einde van het schooljaar ophoepelt naar de volgende groep, dan zie ik naast verbazing ook de verbijstering over het feit dat zo’n emotioneel onthecht figuur het tot voor de klas heeft geschopt.

Maar niets menselijks is een leerkracht vreemd. Natuurlijk heb je favoriete kinderen en minder favoriete kinderen in de klas en op school zitten. Zolang je die voorkeuren maar niet laat blijken op je werk. Je moet jezelf er altijd bewust van zijn hoe je overkomt op de leerlingen. En dat noemen ze beroepshouding.

Misschien denk je, ‘dat is allemaal heel mooi, Frank, maar waarom dit stukje?’. Toevallig had ik vanavond zo’n gesprek met iemand. En ik vind dat ik eerlijk moet zijn in zo’n gesprek. Er zijn kinderen die ik leuker vind dan andere kinderen. Ik waak ervoor dat niet te laten merken en (al zeg ik het zelf) dat gaat me prima af. Maar ik ga ook niet doen alsof alle kinderen mij even lief zijn. Met zo’n houding kan ik beter aan de race voor het Amerikaanse presidentschap meedoen.

Toch wil ik aan het einde van dit stukje nog melden dat ik wel hoop en vertrouwen heb in alle kinderen. Dat ook de rotte appeltjes de belofte van een stevig gewortelde boom in zich dragen en dat de zonnetjes van school ook wel eens een zonnesteekje laten vallen. Nogmaals: niets menselijks is ons vreemd. En mijn moeder heeft “al haar kinderen evenveel lief”. Dat ook daar geen vergissing over mag bestaan.

Heet van de naald

Ik wilde vandaag eigenlijk een stukje schrijven over de discussie rondom het realistisch rekenonderwijs. Dat heb ik namelijk bewust een tijdje op de planken laten liggen, omdat je er zo mee wordt doodgegooid tegenwoordig. Gelukkig lag uitstel wederom op de loer, toen ik geattendeerd werd op een stukje van Mirjam Janssen op de site van Ouders Online. Daarin debiteert ze de opbeurende stelling:

“De huidige manier van knutselen past in de mentaliteit dat je nergens verstand van hoeft te hebben”.

Dat is bij mij ook wel zo’n beetje de dagelijkse insteek. ‘s Ochtends rommel ik samen met de kinderen wat met het rekenboek, dan spel ik een woordpakketje tot aan de eet- en drinkpauze en vanaf dat moment is het voor de vorm wat schooltelevisie en zo nu en dan trachten we wat op papier te zetten (leuk om thuis aan papa of mama te laten zien).  Zolang het maar lijkt of we ergens verstand van hebben, dan is het goed.

“Waar mijn eigen generatie nog met bloed, zweet en tranen een lap moest breien, houdt ‘werken met wol’ tegenwoordig in dat kinderen wat sliertjes wol op de kin van een zelf geverfd poppetje plakken. ”

Verdulleme, dat had ik vóór de herfstvakantie nog willen doen met de groep! Nou ja, dan moet ik die poppetjes zelf maar even verven, dan kan het wolwerkje aan het einde van deze week nog mee naar huis. Op het internet is vast wel een leuk sjabloontje te vinden.

“Het is bevredigend om iets te leren wat je werkelijk kunt gebruiken.”

Voor een basisschoolleerling zijn dat dus de juiste vaardigheden op het gebied van handenarbeid. Voor een journalist als u, mevrouw Janssen, komt het neer op verstand van zaken. Er valt dus ook voor een schrijvende moeder van twee, die heel vaardig is met naald en pen, nog heel wat te leren.

*”Leer basisschoolleerlingen weer handwerken”, Mirjam Janssen, Ouders Online, 24 oktober 2008.

Kinderkennels en slechte scholen

In de Volkskrantbijlage ‘Het Betoog’ van zaterdag 25 oktober stond een interessant artikel: ‘Zonder vernieuwingen blijven scholen slecht’ door Ewald Engelen. Aan het begin stelt hij dat ‘het Nederlandse onderwijs niet doet wat het doen moet; kinderen zich breed en maximaal laten ontplooien. In plaats daarvan hameren we op taal en rekenen, verwaarlozen we het pedagogische belang van goede kinderzorg, selecteren we hardvochtig op twaalfjarige leeftijd, gaan we schooluitval te lijf met plichten en sancties en vragen we te weinig van onze studenten’.

Engelen ziet vier werkelijke knelpunten in het Nederlandse onderwijs:

  1. De kinderzorg is niet goed georganiseerd. ‘Het woordje opvang illustreert dat; alsof het gaat om katten en honden die naar de kennel moeten.’
  2. ‘Het primair onderwijs wordt overspoeld door kinderen met een probleem. Waren dit er in 2000 nog 54.000, in 2008 zijn het er ongeveer 100.000. Sterk toegenomen zijn het aantal kinderen met de diagnose ADHD, dyslexie, dyscalculie, hoogbegaafdheid en meerbegaafdheid. Ondertussen worden de kinderen vanaf vierjarige leeftijd flink getoetst en worden de toetsuitslagen steeds meer gebruikt als meervoudig beoordelingsinstrument door leerling, leerkracht en ouder.’
  3. ‘Nederland is koploper in de EU in het afleveren van leerlingen zonder startkwalificatie.’
  4. Tegenover de ‘hardvochtige’ basisschoolcultuur staat het ‘gemakzucht’ van het hoger onderwijs. ‘Slechts de helft van de studenten bezit na zeven jaar een bul die hoort bij een studie van vier jaar.’

Dat zijn rake woorden van Ewald. Maar ik verwerp zijn boodschap niet meteen. Sterker nog, ik ben het vaak met hem eens. Gelukkig komt hij ook met oplossingen. Hij heeft vijf ingrepen bedacht.

  1. ‘Zet in op goede, toegankelijke vroegschoolse kinderzorg. Dat vereist een kostbare kwaliteitsimpuls naar Zweeds, Deens of Frans model. Daar worden kinderen niet beziggehouden (‘opgevangen’) maar worden zij gericht begeleid bij hun sociale, emotionele, culturele, fysieke en cognitieve ontwikkeling.’
  2. ‘Stop met selectie op twaalfjarige leeftijd. In plaats daarvan moet er een onderwijsbestel komen dat in den beginne mild en genereus is, en zodanig is toegerust dat scholen het maximale kunnen halen uit al hun leerlingen, en dat pas selecteert aan het eind van het funderende onderwijs, op zestienjarige leeftijd.’
  3. ‘Maak van basisscholen ontplooiingscentra. Gymnastiekonderwijs, beeldende vorming, muziekonderwijs – het zijn activiteiten die in de schaduw staan van de cognitieve training die de kinderen als gevolg van de vroege en strenge selectie krijgen. De schamele voorzieningen voor deze vakken kunnen niet beter illustreren hoe wij ze waarderen; ze doen er niet toe, en dat is zo omdat we zo kortzichtig zijn te menen dat ze economisch niet renderen.’
  4. ‘Bestrijdt schooluitval met schoolterugkeer. Gestreefd moet worden naar een voorziening die uitvallende leerlingen het recht geeft om later alsnog een kwalificatie te behalen.’
  5. ‘Stimuleer differentiatie in het hoger onderwijs. Qua duur, inhoud, kwaliteit en kosten.’

Zo. Ik heb gewoon kramp in mijn vingers van het overtypen van het artikel. Maar het is goed materiaal om over na te denken, vandaar dat ik het hier heb neergezet. Ik raad je aan om het artikel zelf te lezen, er staan veel boeiende uitspraken in. En mocht je nog verder de diepte in willen gaan: 30 oktober aanstaande gaat Ewald Engelen in debat met Alexander Rinnooy Kan, Jeroen Dijsselbloem en Jos van Kemenade. De Balie in Amsterdam, 20.00 uur.

Maar je kunt natuurlijk ook hier laten weten wat je ervan vindt! Kinderopvang vergelijken met kennels? Beroepskeuze maken op je twaalfde? Wat vind jij ervan?

*Bron: De Volksrant, Het Betoog, zaterdag 25 oktober 2008, ‘Zonder vernieuwingen blijven scholen slecht’, Ewald Engelen.

Bert Kündra

Je zal maar opgezadeld worden met de taak om zestig Amsterdamse basisschoolkinderen te boeien met een voorleesverhaal. En dat met in het achterhoofd de uitspraak van wethouder Lodewijk Asscher dat kinderen op zo’n dertig van die hoofdstedelijke basisscholen ‘absoluut zwaar verwaarloosd’ worden. Nou, ik wens je veel succes, minister Koenders. Dat je op je Klippan niet een Vänern naar je hoofd gesmeten krijgt als het verhaal niet van genoeg spanning en gruwel is voorzien.

“Zestig kinderen van negen basisscholen worden op 3 november door minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders (PvdA) in slaap gelezen tijdens de ‘Knuffelnacht’ in de Ikea in Amsterdam. De kinderen geven hem op hun beurt advies over onderwijs in ontwikkelingslanden.

De Knuffelnacht staat in het teken van de actie ’1 euro is een fortuin’. Ikea maakt voor elk verkocht pluchen speelgoedbeest een euro over aan onderwijsprojecten van Unicef en Save the Children. Ruim tweehonderd Ikea-vestigingen doen wereldwijd mee. Een vergelijkbare actie leverde vorig jaar ruim vier miljoen euro op. Dit jaar is het streven zeker vijf miljoen euro in te zamelen.”

Toch kun je nu al merken dat Koenders zich op de zware avond heeft voorbereid. Die sluwe vos! Want hoe laat begint hij met het voorlezen? 21.45 uur! Dan zit het gemiddelde basisschoolkind er al flink doorheen. Ja zeg, zo kan ik het ook wel. Dan doen wij het elke ochtend toch een stuk professioneler. Zonder Köttbullarballetjes en opgemaakte Aspelundbedden. Niks daarvan. Een boek van Thea Beckman en een kop koude koffie. En dat elke dag!

*”Koenders leest bedverhaal voor in Ikea” Elsevier.nl, 22 oktober 2008

Drugsles voor Hardenbergse jeugd

Laten we er niet moeilijk over doen en gewoon toegeven dat het waar is; leerkrachten hebben lekker vaak vakantie. Ja. En daar maken we ook goed gebruik van. Zo houd ik er wel van om in het buitenland op teenslippers en met een flesje Gatorade in de hand op moeilijk bereikbare plaatsen te wandelen, hier en daar een fotootje te schieten en zo nu en dan van een bergje te springen. Voorzien van parasail, dat wel natuurlijk. En als je aan mensen in andere landen vertelt dat je uit The Netherlands komt, dan duurt het niet lang of je moet weer eens uitleggen dat wij Dutch people niet dagelijks laveloos op de bank liggen met in één hand een dikke joint en in de andere een dame van vertier.

Desalniettemin krijgen de leerlingen van de groepen 7 en 8 in de gemeente Hardenberg voortaan drank- en drugsles. Je zou dat verkeerd kunnen lezen: drank- en drugsles. Ik hoor het me al zeggen, ergens in een boerendorpje in Peru. ‘Our children get lessons in drugs.’ Geschokte Peruanen alom. Die zien de arme Hardenbergse kinderen al voor zich, druk bezig met het extraheren van de grondstoffen voor XTC uit sassafras en nootmuskaatolie. Maar nee, zo zijn de lessen niet opgebouwd.

“De gemeente Hardenberg maakt zich zorgen over het toenemende gebruik van alcohol en drugs door jongeren. Omdat kinderen op steeds jongere leeftijd alcohol gebruiken, heeft de gemeente besloten om op de basisscholen aandacht te besteden aan dit onderwerp. De openbare basisscholen zijn van mening dat het onderwijs een belangrijke rol kan spelen in de aanpak van het probleem.

De leerlingen uit groep 7 en 8 krijgen vier lessen over alcohol, drugs en sigaretten. Ook wil de gemeente elk jaar een voorlichtingsavond organiseren voor ouders. De gemeente en het basisonderwijs hebben de afspraken vastgelegd in een convenant.”

Bovenstaand citaat komt uit een nieuwsbericht van Trouw van 21 oktober 2008. Diezelfde dag komt Trouw met het volgende bericht: “Drugslessen op basisschool niets nieuws”. Ben ik nu de enige die dat komisch vind, een krant die zichzelf tegenspreekt? Of kwam de verslaggever soms uit Hardenberg en komen de nieuwe lessen voor hem te laat?

*”Les over drank en drugs op basisscholen” Trouw, 21 oktober 2008
*”Drugslessen op basisscholen niets nieuws” Trouw, 21 oktober 2008

“Ik heb er de (leer)kracht niet voor”

Buiten schieten de oranjerode herfstbladeren met een jaloersmakende soepelheid over het zonovergoten asfalt. Binnen is het warm, de koffie staat dampend op de woonkamertafel en ik heb zin om morgen, na een weekje herfstvakantie, weer aan het werk te gaan. Lekker. Eens kijken wat er afgelopen week allemaal voor onderwijsnieuws was.

Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher stelt dat op ruim dertig basisscholen in de hoofdstad kinderen ‘absoluut zwaar verwaarloosd’ worden. Kinderen die een ‘handicap voor het leven meekrijgen’. Oh, dat klinkt wel ernstig ja. Of zou het zo pittig gedebiteerd worden zodat Asscher wat meer airplay krijgt? Is deze wethouder soms commercieel ingesteld? Zijn grote jeugdzorghervormingsproject heet Operatie Frankenstein. Ik denk dat dat mijn vraag beantwoordt.

Nee, ik wil ander nieuws, vrolijker nieuws.

‘Bij geschiedenisles op de basisschool is het al lang niet meer gebruikelijk dat de juf of meester een verhaal vertelt.’ He, wat is dat nu weer voor onzin? Ik vertel heel vaak verhalen in de klas, daarbij aangespoord door de kinderen. ‘Een oorzaak kan zijn dat leerkrachten niet weten hoe ze een boeiend verhaal moeten vertellen,’ aldus Mirjam Mare van Stichting Vertellen. Nou, laat me je eens wat Vertellen, Mirjam. Er was eens een stichting die zijn winst omhoog zag gaan aan de hand van een fabeltje in het Friesch Dagblad.

Duizend bommen en granaten, is er dan niks leuks te melden?

‘Rotterdam trekt ruim 500.000 euro uit voor het bestrijden van depressies bij jongeren. ‘
‘De ADHD-epidemie rukt op. ADHD-pillen worden aan steeds jongere kinderen gegeven.’
‘Tientallen basisscholen op het platteland in Noord en Oost-Groningen dreigen de komende jaren het loodje te leggen.’
‘De helft van de veertien scholen in het centrum van Amsterdam is in slechte staat. Toiletten en doucheruimten stinken, schimmels staan op de muren.’

Ik denk dat ik de computer maar even uitzet. Mijn gisteren gehaalde asielkat ligt nog steeds angstig onder mijn bed. Ik ga even een tijdje naast hem liggen. Morgen moet ik weer aan het werk, maar ik durf niet meer.

Een één, een acht en zes nullen

Op dit moment geef ik les aan een groep 4. In deze groep zitten elf leerlingen; acht jongens en vier meiden. Zo’n kleine groep is een luxe. ‘s Middags worden de groepen 3 en 4 samengevoegd. In groep 3 zitten veertien leerlingen, dus de combinatiegroep telt dan vijfentwintig leerlingen. Nog steeds kan er geen sprake zijn van een grote groep. Ooit is er vastgesteld dat er van kwalitatief onderwijs geen sprake kan zijn als een groep veertig leerlingen of meer heeft. We maken even een bruggetje naar de Millenniumdoelstellingen uit 2000:

“De millenniumdoelstellingen, ofwel United Nations Millennium Development Goals, is een aantal doelstellingen waarvan de regeringsleiders van 189 landen hebben aangegeven dat ze deze willen bereiken. De United Nations Millennium Declaration, ondertekend in september 2000, verbindt de leden hieraan. De Millenniumdoelstellingen zijn samen te vatten in een achttal doelen, tenzij anders vermeld moeten deze doelen worden behaald in 2015. Vergelijkingen, zoals in doel één, worden gedaan tussen 2015 en 1990.”

Ja? Dat we even weten waar we het over hebben. Eén van de doelstellingen is het bereiken van een universele basiseducatie voor alle kinderen, zowel jongens als meisjes (niet zo’n wereldwijde vanzelfsprekendheid). Net zo belangrijk is dat de basisschool voltooid wordt.

“Op het moment zijn er ongeveer 115 miljoen kinderen die in de leeftijdsgroep zitten om basisonderwijs te volgen, maar dit niet doen. Vooral in sub-Sahara Afrika, in Zuid-Azië en in Oceania is vooruitgang te boeken op het volgen van basisonderwijs. Het volgen van basisonderwijs is sterk gerelateerd aan het inkomen van de ouders. De kinderen met ouders in de groep van 20% armsten volgen 3 keer minder vaak basisonderwijs dan kinderen met ouders in de rijkste 20%. In bijna alle ‘ontwikkelingslanden’ voltooien meer jongens dan meisjes basisonderwijs.”

Wereldwijd zijn er achttien miljoen leerkrachten nodig om de millenniumdoelstelling te halen. Achttien miljoen. Pff.

Dat cijfer…

“…staat te lezen in een gezamenlijke verklaring, afgelegd door de UNESCO, de internationale arbeidsorganisatie (ILO), UNICEF, het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP) en Education International, een organisatie die bijna 30 miljoen leraars verenigt. Het gebrek aan leerkrachten is vooral in Afrika acuut, waar 3,8 miljoen leraars nodig zijn om universeel basisonderwijs te garanderen. In landen als Rwanda en Mozambique leidt het tekort tot klassen van wel zestig leerlingen en meer.”

Wat een cijfers, verslagen, doelstellingen en gebreken toch weer. Toch hoor je relatief weinig over dit enorme wereldwijde tekort. De kredietcrisis is veel vaker in het nieuws. Maar goed, dat zijn dan ook ónze centen die op het spel staan. Hee! Bedoelde ik dat soms sarcastisch!?

*’Wereldwijd tekort van 18 miljoen leraars’ Mondiaal nieuws, 06/02/08.
*Millenniumdoelstellingen, wikipedia.
*De foto’s zijn door mij gemaakt tijdens een maand lesgeven in India.

De doldwaze avonturen van Desiderius Erasmus

Zit ik lekker op zondagavond met een kopje koffie naar het debuutalbum van de Engelse funkband Baby Charles te luisteren, geeft mijn laptop plots met een geniepige piep aan dat er een heet onderwijsnieuwtje van de pers is gerold. Ik bedoel, het kan ook nooit eens gewoon weekend zijn. Wat nu weer?

“De canon van Nederland wordt opgenomen in de kerndoelen van het basis- en het voortgezet onderwijs. Alle leerlingen van 8 tot 14 jaar krijgen zo kennis van de vijftig vensters van de canon.”

Canon? Is dat niet een nummer van Pachelbel en waarom moeten alle leerlingen van 8 tot 14 jaar die compositie kennen? Natuurlijk houd ik mij hier opzettelijk van de domme, want alle leerkrachten in het basis- en voortgezet onderwijs zijn er natuurlijk van op de hoogte dat er met de canon ‘het richtsnoer van kennis over onze cultuur en geschiedenis die we aan nieuwe generaties en nieuwe inwoners willen meegeven’ wordt bedoeld. Natuurlijk.

En wat willen we eigenlijk aan nieuwe generaties en nieuwe inwoners meegeven? De redactie van Leerkracht PO duikt voor u even de vijftig vensters van het canon in: Willibrord en de verspreiding van het christendom (leuk voor de nieuwe inwoners), Erasmus (leuk voor de humanisten), de Beemster (leuk voor de kaas), de Atlas Major van Blaeu (leuk voor de spelling), Aletta Jacobs (leuk voor de juffen) en de watersnoodramp (leuk voor niemand).

Ik sta er niet onwelwillend tegenover hoor. Ik heb altijd gewild dat de kinderen in mijn klas bij de woorden “redeloos, radeloos, reddeloos” meteen een link legden naar 1672 en dat ze het Huis Anubis eens een keertje oversloegen om zich te verdiepen in de militaire successen van Maurits en Frederik Hendrik. Ook vet.

Want wie het verleden niet kent, die kent het heden niet. Maar over wiens verleden hebben we het eigenlijk?

*”Canon opgenomen in kerndoelen onderwijs” Regering.nl
*De canon van Nederland (onder andere de vijftig vensters, veelgestelde vragen en vertakkingen naar basis- en voortgezet onderwijs).

De Helden van Het Speelkwartier

Gisteren gaf ik samen met mijn collega Elisabeth Roggeveen twee presentaties op de Samen Deskundiger bijeenkomst die gehouden werd op de Pabo in Arnhem. Ons verhaal ging over het werken met een nieuw soort digitaal prentenboek en ik moet eerlijk zeggen; de opkomst was goed en de reacties waren bemoedigend.

Daar word ik wel blij van; het gesprek aangaan met leerkrachten die bereid zijn om kennis te maken met iets nieuws, die doorhebben dat de maatschappij verandert en dat wij als onderwijzers ook gebruik moeten maken van andere instrumenten.

Wat dat betreft mogen we met recht trots zijn op ons beroep. Misschien verdienen we niet zoveel als vrienden en familie die ook een hogeschool hebben doorlopen of wellicht zelfs eerder zijn gestopt. Misschien zijn we tot lang na werktijd nog bezig met het uitpluizen van taaltoetsen of het bedenken van manieren om dat ene jongetje uit zijn schulp te laten kruipen, maar ik ga wel iedere dag met plezier naar mijn werk.

Ik zie je wel zitten hoor, achter je beeldscherm. Wat je denkt staat op je voorhoofd afgedrukt: och heden, Frank gaat weer op de sentimentele toer. Nou, wees maar niet bevreesd, het valt allemaal wel mee. Het is heus niet altijd zoete koek en room bij mij op het werk. Maar ik voel mij er wel op mijn plek en ik weet dat wat ik doe nuttig is en nog een lange tijd onthouden zal worden. Door wie? Door de kinderen natuurlijk.

Op maandag- en dinsdagmiddag en op woensdagochtend heb ik pleinwacht en dat zijn de momenten waarop je in contact komt met alle kinderen tegelijk. Dan hangt er altijd wel een kleuter of drie aan mijn mouw, word ik in mijn rug gedrukt door een leerling uit groep vijf die weer wat aandacht wil van zijn oude meester maar niet goed weet hoe hij dat bereiken kan en troost ik hier en daar een snikkend, een huilend en een overdreven huilend kind. Wat kan ik zeggen, we zijn de helden van het speelkwartier.

En vergeet het niet, dat doen de kinderen namelijk ook niet.

(En voor iedereen die dit persoonlijke stukje helemaal niks vond, hier een paar verwijzingen naar onderwerpen waar ik het ook over had kunnen hebben: de nieuwe site van Kennisnet over digitale schoolborden, grijswordende vrouwen in het onderwijs of nog erger: we zijn de versleten pantoffels van werkend Nederland).