plasterk3.jpg

Terwijl minister Plasterk nog steeds aan het bijkomen is van zijn weekendje Gay Pride, maken sommige juffen en meesters al aanstalten om het klaslokaal weer in orde te maken. Maar niet alleen de leerkrachten houden zich bezig met de juiste boeken en werkboeken, schriften en potloden. Ook de nieuwe lichting studenten maakt zich alvast gereed om zometeen in september fris en gemotiveerd aan de lerarenopleiding te beginnen. En voor het eerst ook op universitair niveau, want daar werd volgens menigeen ‘om gesprongen’.

Ik ben er nog steeds niet helemaal uit wat ik daar nu precies van vind, die universiteitsjuffen en universiteitsmeesters. Om eerlijk te zijn, vond ik het in eerste instantie een sneer richting de huidige generatie leerkrachten.

Neem nu de uitspraak van de zeventienjarige Sofie Thio die in september als één van de vijftig uitverkorenen aan de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs (ALPO) gaat beginnen:

‘Ik ken mensen die daar (de Pabo) studeren en die zeggen: moet je niet doen. Het niveau is zo laag. En daar zijn mensen bij die via het vmbo en het mbo daar zijn gekomen. Ik heb net gymnasium gedaan.’

Het lijkt me enig om Sofie als stagiaire in mijn klas te krijgen. Dan kan ik haar alles vertellen over de SPW-opleiding die ik vóór de Pabo heb gevolgd. En de dingen die ze mij kan leren! Maar dat ziet ze nog niet zo zitten.

‘Ik zie nog niet dat ik het functioneren van heel ervaren collega’s ga onderzoeken. Ik wil na mijn studie eerst lekker voor de klas staan.’

Goed. En daarna mag ze een kopje koffie voor me gaan halen.

Wat mij wel een voordeel lijkt van de Alpo is dat de afgestudeerden met betere managementvaardigheden het werkveld in gaan. Deze willen nog wel eens ontbreken in de praktijk.

“Je kunt met deze opleiding dus als leraar in het primair onderwijs aan de slag, maar zal met je uitgebreide kennis van de onderwijskunde ook binnen de school veel taken kunnen verrichten. Hierbij valt te denken aan school- of leerlingbegeleider, opleidingsmanager en cursusontwikkelaar.” (website Hogeschool Utrecht)

Ik weet het dus niet, mijn mening is nog niet gevormd. Is het een gekunstelde noodgreep van bovenaf, geïnitieerd door het brallerige geschreeuw van mensen die twee decennia terug voor het laatst een schoolbord hebben gezien of is het een startsein voor een structurele verbetering van de personele bezetting in het primair onderwijs?

Om maar weer eens een cliché uit de lerarenkamer aan te halen; de kracht van een goede onderwijzer is meer dan het opleidingsniveau. Het is een schaarse mix van elementaire goedheid, sterke communicatieve vaardigheden, een optimistische inslag én de bereidwilligheid om verder te gaan dan je opleiding en meer te halen uit jezelf en de groep kinderen die dagelijks bij je in de klas zit. En ik denk dat het niet veel uitmaakt of deze geboren leerkrachten van de universiteit afkomen of van een hbo-opleiding.

Maar goed, ik heb nog vier weken vakantie terwijl ik dit schrijf. Dus wat doe ik hier achter dit toetsenbord? Goed voorbeeld doet volgen, dus Ronald, schenk me ook maar zo’n roseetje in.

plasterk-2.jpg

“Het beroep van leerkracht is een van de weinige, wereldwijde beroepen waarvoor we nog geen instrument hebben ontwikkeld dat van een gemiddeld persoon een competente onderwijzer kan maken. Wat betreft lesgeven moeten we vaak vertrouwen op de mensen die het van nature kunnen, diegenen die simpelweg weten hoe ze les moeten geven.”

*Volkskrantartikel ‘Zware Pabo werft veel vwo’ers voor lerarenvak’
*website Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs
*quote: Peter F. Drucker
*foto Plasterk: minispace.nl

Reageer


twee × 2 =