untitled-1.jpg

Het is in de media zo langzamerhand gewoon geworden om pas afgestudeerde leerkrachten af te doen als taalkundig onnozel en als personen die denken dat een staartdeling een verschijnsel is dat alleen voorkomt bij exotische hagedissoorten. Laatst nog stond er een artikel in de onlineversie van De Telegraaf waarin het niveau van de net begonnen juffen en meesters van een paar kritische vraagtekens werd voorzien. Ook bij de reacties van de lezers werden de harde woorden niet geschuwd:

“Het is toch gotsgeklaagt dat er geen aandacht meer aan taal en rekenen wordt besteed.”
“Je kunt klaagen over vroeger, maar toen kwamen dit soort dingen niet voor.”

Nu heeft het mijns inziens ook weinig zin om te ‘klaagen’ over vroeger, maar is het nuttiger om te luisteren naar de bevindingen van de mensen die weten waar ze over praten: de juffen en meesters van vroeger.

Zoals in het artikel van Ingrid Oonincx dat onlangs op de website van Fontys Hogescholen verscheen (link onderaan). Daarin vertelt directeur Jos Rademakers:

“In de pers gaat het alleen maar over rekenen en taal, terwijl het vak zoveel meer is dan dat. Het is jammer dat hier een totale schoolloopbaan aan opgehangen wordt. Er worden heel veel eisen gesteld aan het beroep. Studenten krijgen veel kritiek over hun niveau, maar laat andere mensen die taal- en rekentoetsen maar eens maken, die zijn niet zo eenvoudig als ze lijken. Bovendien hebben we te maken met jonge mensen. Geef ze de kans en schiet ze niet meteen af. De maatschappij is hard, je moet meteen scoren. Met een goede begeleiding en door het schenken van vertrouwen, kunnen deze studenten uitgroeien tot goede leerkrachten.”

Misschien schuilt er een kern van waarheid in de stelling dat jonge leerkrachten niet het diepgewortelde taalgevoel hebben dat men een tijdje geleden bij leerkrachten aantrof, maar laten we niet vergeten dat de huidige generatie onderwijzers wel betere vaardigheden heeft op het gebied van communicatie en dat past goed in de maatschappij van tegenwoordig waarin de mogelijkheden voor informatieoverdracht met behulp van bijvoorbeeld internet grenzeloos zijn.

Het is belangrijk dat lerarenopleidingen hier ook soepel op inspelen. Het is niet zo heel lang geleden dat ik van ‘student 4099010′ transformeerde in ‘meester Frank’ en ik heb gedurende mijn jaren op de lerarenopleiding genoeg schoolborden aangeraakt, maar nauwelijks een toetsenbord. De meeste van mijn collega’s zouden de taalfouten in mijn e-mails geeneens kunnen corrigeren omdat ze niet weten hoe Outlook werkt.

Niet dat je mij makkelijk op een taalfout betrapt, trouwens.
Ik heb die toets namelijk wel in één keer gehaaldt.

*Artikel Ingrid Oonincx, Fontys Hogescholen
*YouTube-filmpje over het huidige rekenonderwijs