Geschiedenis van het Latijn


(met dank aan Oudheid.nl)

Latijn moet wel een bijzondere taal zijn: nog steeds kun je op scholen en universiteiten in de meeste Europese landen, in Amerika en elders op de wereld deze taal leren, die door geen volk meer wordt gesproken!
Dat heeft alles te maken met het enorme gebied waarover de Romeinen zo’n tweeduizend jaar geleden heersten. En met de manier waarop zij met de inwoners van al die verschillende landen omgingen.
In het hele Romeinse rijk (in het Latijn: Imperium Romanum) stimuleerden de Romeinen de mensen om hun cultuur en hun taal, het Latijn, over te nemen. Romaanse talen In de landen waar men in de Romeinse Oudheid langdurig Latijn heeft gesproken, ontwikkelden zich de zogeheten Romaanse talen, die rechtstreeks van het gesproken (volks)Latijn zijn afgeleid: Italiaans, Frans, Spaans, Portugees en Roemeens en nog enkele ‘kleinere’ talen. Kerk en universiteiten Maar ook andere talen, zoals Engels, Duits en Nederlands, vertonen talloze sporen van het Latijn. Dat komt niet zozeer omdat de landen waar deze talen zijn ontstaan (deels) tot het Romeinse rijk behoorden. Het Latijn speelde namelijk ook na de val van dat rijk (rond het einde van de vijfde eeuw) een grote rol in Europa als taal van de kerk en van de wetenschap.
In de Middeleeuwen werden bijvoorbeeld alle erediensten in het Latijn gehouden en schreven paus, bisschoppen, priesters en monniken in het Latijn. Het Latijn bleef dan ook verder ‘leven’ als de gemeenschappelijke taal van alle (opgeleide) Europeanen. Diezelfde functie van ‘Europese voertaal’ had het Latijn vervolgens voor de wetenschappers: nog tot in de 19de eeuw werd het Latijn vaak gebruikt voor wetenschappelijke verhandelingen en in academische discussies. Latijn in het Nederlands Door de bovengeschetste ontwikkelingen kent het Nederlands drie soorten woorden van Latijnse herkomst: – woorden uit de tijd dat het zuiden van ons land tot het Romeinse rijk behoorden, vooral ‘huis-, tuin- en keuken-woorden’ als straat (van via strata: verharde weg), pond (van pondus: gewicht), kist (cista) en wijn (vinum)
- woorden uit het kerklatijn: school (schola), meester (magister) en non(nonna) bijvoorbeeld
- woorden uit het ‘geleerdenlatijn’ als examen, auteur (auctor) en dicteren (dictare).

Een goed boek over de geschiedenis van het Latijn:
Tore Janson, Latijn. Cultuur, geschiedenis en taal, Amsterdam: AUP 2004 (voor meer informatie klik hier)