Elke euro kun je maar één keer uitgeven. Je hebt niet genoeg geld om álles te kunnen kopen. Om rond te kunnen komen, moet je dus kiezen. De drie basisregels voor goed omgaan met geld, helpen je die keuzes te maken.

1. Weet wat je hebt

Als je iets wilt kopen, moet je weten of je er wel geld voor hebt. Hoe weet je dat? Door op te schrijven hoeveel geld je krijgt en hoeveel geld je uitgeeft. In een begroting zet je al je inkomsten en uitgaven op een rijtje. Een begroting laat zien waar je je geld aan besteedt. En of je niet te veel geld uitgeeft. Je begroting laat tot slot zien of je geld overhoudt om te sparen voor iets duurs.

Als je later op jezelf woont, heb je veel meer uitgaven dan nu. Dan is het nog belangrijker om een begroting te maken. Anders heb je geen idee waar je geld blijft. Daarom is het handig om nu al te oefenen met begroten. Dan vind je dat later een stuk gemakkelijker en gewoner.

2. Blijf reclame de baas

Reclame is overal. Reclamemakers willen dat jij hun spullen koopt. Misschien zijn dat wel spullen die je nooit zou kopen. Of die ergens anders veel goedkoper zijn. Want vooral voor dure merken wordt veel reclame gemaakt. Laat de reclame niet bepalen wat jij koopt. Stel jezelf de volgende vragen voordat je iets gaat kopen:

  • Wilde ik dit (al langere tijd) echt hebben?
  • Is dit een gunstige prijs?
  • Gaat dit product voor extra kosten zorgen? Zo ja, kan ik die betalen?
  • Waar ga ik het opbergen?
  • Zal ik de aankoop twee weken uitstellen? Misschien hoef ik het na twee weken al niet meer.

3. Op=op

Geef niet meer geld uit dan je hebt. Als je je daar aan houdt, kom je niet in de problemen.
Keuzes maken, is niet altijd gemakkelijk. Daarom kiezen mensen er soms voor om geld te lenen.
Lees meer hierover bij ‘Lenen en schulden’.