Het woord komt van ‘pieds-tanques’, de voeten tegen elkaar aan. Zo wordt het spel ook gespeeld op de lommerrijke dorpspleinen, meestal door mannen. Het spel met de metalen ballen komt uit Zuid-Frankrijk en wordt daar dan ook nog naar hartelust beoefend.

Iedereen kan het leren, dus ook de Nederlanders die op de camping of op het speelveldje of marktplein in zijn nieuwe woonomgeving een balletje willen gooien. Het is een ontspannen manier om de mensen beter te leren kennen. Wie het spel onder de knie heeft gekregen kan ook meedoen aan toernooien. Men moet dan wel lid zijn van een club.

Dat kleine houten balletje heet een but (zeg buut) of cochonet(te). Het is de bedoeling dat vanuit de werpcirkel met de metalen ballen zo dicht mogelijk tegen die but wordt gegooid. Het spel wordt met twee teams gespeeld, meestal bestaande uit twee of drie personen (doublettes of triplettes). Met twee personen speelt men met drie ballen en met drie personen met twee. De teams gooien niet om beurt, maar het team waarvan de boule het verst van de but verwijderd is, gooit net zolang door tot er een dichterbij ligt dat de dichtstbijzijnde van de andere partij. De punten: een punt per bal van hetzelfde team die het dichtst bij de but ligt. Winnaar is het team dat het eerst 13 punten heeft behaald.

Veel gebruikte termen:

pointer – de bal vanuit de cirkel zo dicht mogelijk tegen het but te plaatsen
tirer – met de eigen bal andere ballen proberen weg te ketsen om zo dichter bij het but te komen.