Kijk wat deze mensen aan het doen zijn:

They are dancing. He is cycling. He is cooking.
He is driving his car. She is drinking. She is shopping.

Deze mensen zijn op dit moment allemaal iets aan het doen. Als je wilt praten over iets dat nu aan de gang is, gebruik je daarvoor de present continuous (het zit al in het woord ‘countinuous’, dat vertaald kan worden met het Nederlandse woord ‘continu’, dat ‘onafgebroken’ betekent). Het wordt ook wel de -ing-vorm of doe-vorm genoemd.

Hoe maak je de present continuous?

am/is/are + werkwoord+ing

- I am working.
- She is singing.
- We are dancing.

Je kunt in deze zinnen ook de verkorte vorm gebruiken:

- I’m working.
- She’s singing.
- We’re dancing.

In het kort

De present continuous (-ing-vorm) wordt gebruikt als iets nu aan de gang is.

Je maakt de present continuous met am/is/are + werkwoord+ing