Je ziet hier een overzicht van de hoofdtelwoorden in het Engels.

0 zero 21 twenty-one
1 one 30 thirty
2 two 31 thirty-one
3 three 40 forty
4 four 41 forty-one
5 five 50 fifty
6 six 51 fifty-one
7 seven 60 sixty
8 eight 61 sixty-one
9 nine 70 seventy
10 ten 71 seventy-one
11 eleven 80 eighty
12 twelve 81 eighty-one
13 thirteen 90 ninety
14 fourteen 91 ninety-one
15 fifteen 100 a/one hundred
16 sixteen 101 one hundred and one
17 seventeen 1,000 a/one thousand
18 eighteen 10,000 ten thousand
19 nineteen 100,000 one hundred thousand
20 twenty 1,000,000 a/one million

Vanaf 21 worden de cijfers geschreven met een – tussen het tiental en het cijfer wat je aan wilt geven: 25 = twenty - five.

Bij de duizendtallen wordt in het Engels een , geschreven om dat duizendtal aan te geven. In het Nederlands wordt daar een . geschreven. Dit kan nog wel eens wat verwarring geven omdat een komma in het Nederlands wordt gebruikt om decimalen aan te geven. Daar waar in het Nederlands een komma geschreven wordt, schrijft men in het Engels een punt. Schrijft men in het Nederlands een punt, dan is dat in het Engels een komma. Precies omgekeerd, dus:

Those apples cost £ 2.25 a pound. Die appels kosten £ 2,25
That diamond necklace costs £ 24,995. Die diamanten ketting kost £ 25.995

Met de dikgedrukte woorden is in de spelling iets aan de hand:

15 fifteen – let op de f en geen ve
18 eighteen – slechts één t
40 forty – alleen een o en geen ou
50 fifty – een f en geen ve
80 eighty – slechts één t