Het werkwoord ‘to do’ is een onregelmatig werkwoord. Dat betekent dat het zich niet houdt aan de regels voor het maken van de verleden tijd of het voltooid deelwoord:

hele werkwoord

verleden tijd

voltooid deelwoord

betekenis

to do

did

done

doen

Ook als je het werkwoord gaat vervoegen, dus gaat kijken welke vorm er bij welke persoon hoort, volgt het niet de regels:

I do
You do
He/She/It does
We do
You do
They do

In de verleden tijd en bij het voltooid deelwoord blijven de vormen bij de personen hetzelfde. Alle personen gebruiken ‘did’ in de verleden tijd of ‘done’ voor het voltooid deelwoord.

De functies van ‘to do’

In bovenstaand overzicht heeft ‘to do’ een betekenis in de zin. Je kunt het vertalen met ‘doen’:

What is he doing? Wat is hij aan het doen?

In dit geval is doen een zelfstandig werkwoord. Het geeft de betekenis mee aan de zin. Er zijn ook gevallen waarin ‘to do’ geen betekenis heeft, maar helpt de zin een bepaalde bedoeling te geven:

Do you go out every Friday evening?
Hier helpt ‘do’ de zin vragend te maken.
She doesn’t have any brothers or sisters.
Hier helpt ‘do’ de zin ontkennend te maken.
Don’t walk on the grass.
Hier helpt ‘do’ een gebod te benadrukken (zeggen dat iets niet mag of juist wel moet – (= gebiedende wijs).
You like to play the guitar, don’t you?
Hier helpt ‘do’ het werkwoord ‘play’ te vervangen in een aangeplakte vraag
“She sings well.” “Yes, she does.”
Hier helpt ‘do’ het werkwoord ‘sing’ te vervangen in een korte zin waarin met iets ingestemd wordt.
“You eat too much.” “No, I don’t.”
Hier helpt ‘do’ het werkwoord ‘eat’ te vervangen in een korte zin waarin niet met iets ingestemd wordt.
He likes to play computer games and so do I
Hier helpt ‘do’ het werkwoord ‘play’ te vervangen in korte toevoegingen
“Did you see him?” “No, I didn’t.” of “Yes, I did.”
Hier helpt ‘do’ het werkwoord ‘see’ te vervangen in kort antwoorden.

In het kort

To do is een onregelmatig werkwoord:

tegenwoordige tijd

verleden tijd

voltooide tijd

Enkelvoud (1 persoon)

I do

I did

I have done

You do

You did

You have done

He/She/It does

He/She/It did

He/She/It has done

Meervoud (meerdere personen)

We do

We did

We have done

You do

You did

You have done

They do

They did

They have done

dus: he/she/it does in de tegenwoordige tijd. Bij alle andere personen blijft de vorm hetzelfde: do in de tegenwoordige tijd, did in de verleden tijd en done als voltooid deelwoord.

To do wordt gebruikt als:

zelfstandig werkwoord: I’m doing my homework.

hulpwerkwoord voor het maken van vragende zinnen: Do you work on Saturdays?

hulpwerkwoord voor het maken van ontkennende zinnen: I don’t know the answer.

hulpwerkwoord voor de gebiedende wijs: Do work a little harder.

hulpwerkwoord om een eerder genoemd zelfstandig werkwoord te vervangen.