Can is een hulpwerkwoord dat gebruikt wordt om (1) toestemming, (2) mogelijkheid of (3) vaardigheid mee aan te geven. Het is een werkwoord dat nooit alleen in de zin staat en wordt altijd gevolgd door het hele werkwoord zonder ‘to’.

(1) You can’t eat your sandwiches here.
= je hebt geen toestemming om je sandwiches hier op te eten.
(2) You can ski on the mountain.
= het is mogelijk om op de berg te skiën.
(3) Can you type?
= Ben jij vaardig in typen?

 

De vormen van ‘can’

tegenwoordige tijd

verleden tijd

voltooid deelwoord

betekenis

can

could

kunnen, mogen

Zoals je kunt zien, kent can geen vorm voor het hele werkwoord. In de tegenwoordige en verleden tijd zijn de vormen voor alle personen gelijk (het krijgt dus ook geen -s bij he/she/it in de tegenwoordige tijd). Ook bestaat er geen voltooid deelwoord van can.

Dat betekent dat can alleen maar voor kan komen in de tegenwoordige en verleden tijd. Moet er een andere tijd gebruikt worden, dan wordt can vervangen door

(1) allow of permit
I’ve been allowed to eat my sandwiches here.
(2) it will be possible
It will be possible to ski on this mountain
(3) be able
I’ve been able to type since I was sixteen.

Can of could?

In de gevallen waar can de betekenis van toestemming heeft, kunnen can en could in de tegenwoordige tijd door elkaar gebruikt worden. Could is dan een beleefdere vorm.

Als je iemand een vraag wilt stellen, dan

Can I ask you a question? – Mag ik je een vraag stellen?
–> als je de persoon kent
Could I ask you a question? – Mag ik u een vraag stellen?
–> als je de persoon niet kent