De woorden ‘parking’ en ‘cycling’ zien er uit als een werkwoordsvorm (werkwoord + -ing), maar zijn het niet. Het zijn werkwoorden die gebruikt worden als zelfstandig naamwoord. In dit geval zijn (het) parkeren en (het) fietsen verboden. Dit gebruik van een werkwoord als zelfstandig naamwoord wordt de ‘Gerund’ genoemd.

De gerund maak je dus door middel van hele werkwoord + -ing.

Wanneer gebruik je de gerund?

Na een voorzetsel:
I’m not good at saving money.
I’m worried about taking my exams.
Na:
can’t stand: I can’t stand looking at that picture.
can’t help: I can’t help laughing so much.
it’s no use / no good: It’s no use trying to get it work.
worth: It’s worth studying for your exams.
Na sommige werkwoorden. Hieronder vallen onder andere:
admit (toegeven): He admitted stealing the money
avoid (vermijden): I always avoid travelling during rush hour.
enjoy (genieten van): I enjoy watching football.
hate (haten): I hate waiting in the rain.
like (leuk vinden): I like playing computer games.
love (houden van): I love swimming.
start (beginnen, starten): I started swimming when I was four.
stop (stoppen): I can’t stop laughing!
finish (eindigen): I usually finish working at 5 o’clock.
prefer (voorkeur geven aan): I prefer drinking tea.
begin (beginnen): We began working at 8 o’clock this morning.
remember (herinneren): I remember being afraid of the dark as a young child.
keep (doorgaan met): He kept complaining.
Als onderwerp van de zin:
Reading a book at night always helps me go to sleep.
Learning English is sometimes very difficult.
Hieronder valt ook het voorbeeld in het verbodsbord: no cycling