Algemeen

Op het moment dat Koningin Victoria in 1837 de troon besteeg, kende Groot-Brittannië een inwonersaantal van ongeveer 15 miljoen. Bij haar dood was dat aantal gegroeid tot 40 miljoen. De industriële revolutie zorgde voor een verandering in sociale omstandigheden en tegelijkertijd hadden er ook belangrijke politieke veranderingen plaats. Democratie breidde zich uit. De Reform Bills van 1832, 1867 en 1884 gaven meer politieke macht aan het volk. Onderwijs voor vrouwen kwam steeds meer onder de aandacht.

De Victorian Age was vooral een periode van proza, met name de roman. Deze populariteit was te danken aan aan de vooruitgang die gemaakt was in het onderwijs. Steeds meer mensen leerden lezen. Victoriaanse schrijvers schreven lange romans waarin de grote vragen van hun tijd behandeld werden in concrete, realistische situaties.

Victorian Novels

De belangrijkste Victoriaanse romanschrijvers waren Charles Dickens (1812-1870), William Makepeace Thackeray (1811-1863), George Eliot (1819-1880), Thomas Hardy (1840-1928) en de gezusters Charlotte (1816-1855) en Emily (1818-1880) Brontë.

Charles Dickens groeide op in een arme familie. Als kind moest hij in een fabriek werken. Hij vond dat niets en werd hulpje van een advocaat. Ook dat werk beviel hem niet en hij werd journalist. In 1837 publiceerde hij in de vorm van een serie The Pickwick Papers. Deze werden in heel Europa populair. Het werk van Dickens bestaat veelal uit personen die meer een karikatuur lijken dan echte personen. Ze worden daardoor vaak komisch. Door zijn realistische en levendige dialogen, heeft hij veel lezers aan zich weten te binden met boeken als Nicholas Nickleby (1839), Martin Chuzzlewit (1844), A Christmas Carol (1843), David Copperfield (1950) en Great Expectations (1865).

William Makepeacce Thackeray was van rijke komaf, maar na de dood van zijn vader raakte hij zijn fortuin vrij snel kwijt. Net als Dickens was hij journalist en gaf zijn romans uit in de vorm van een serie. Ook illustreerde hij zelf. Zijn bekendste werk is Vanity Fair (1847), waarin de hoofdpersoon geen man is, maar twee vrouwen, Becky Sharp en Amanda Sedley. Het boek is een satire op de heersende moraal en laat de leegheid van materieel succes zien.

George Eliot was een pseudoniem voor Mary Ann Evans. Ze was de eerste romanschrijver die haar werk baseerde op een filosofie: het leven wordt gezien als een reeks van oorzaak en effect en een geleidelijk proces van evolutie. In haar romans Adam Bede (1861), The Mill on the Floss (1860) en Silas Marner (1861) probeert ze een gedetailleerde realistische beschrijving te geven van de werking van de hersenen. Als haar beste werk wordt Middlemarch (1872) gezien. Het heeft als ondertitel ‘A Study of Provincial Life’. Het gaat daarbij niet alleen om wat mensen in het plaatsje Middlemarch meemaken, maar met name om wat er in in hun hoofd omgaat.

Latere Victorianen gaven uiting aan hun pessimisme. De drang om steeds sneller te ontwikkelen werd als een van de donkere kanten van de nieuwe eeuw gezien. In het werk van Thomas Hardy komt dit sterk naar voren. Hij zag lijden als iets essentieels voor de mens. Als zijn beste werk wordt The Return of the Native (1878) gezien. In zijn poëzie komt het keerpunt van de Victoriaanse tijd naar de 20e eeuw nog meer naar voren. Zijn poëzie zal dan ook in een volgend tijdperk besproken worden.

Als romanschrijfsters hebben Emily en Charlotte Brontë een plaats in de Engelse literatuur zeker gesteld. De eerste roman van Charlotte was een flop, maar haar tweede roman, Jane Eyre (1847, was direct een succes. In dit boek staat ze voor vrijheid en onafhankelijkheid van de vrouw in de door mannen gedomineerde Victoriaanse maatschappij.

Emily schreef het onnavolgbare werk Wuthering Heights (1847).

The Pickwick Papers – tekst
The Pickwick Papers – audio
The Pickwick Papers – BBC tv-serie (1985)
A Christmas Carol – Animatie
Vanity Fair – tekst
Vanity Fair – audio
Middlemarch – tekst
Middlemarch – audio
The Return of the Native – tekst
The Return of the Native – audio
Jane Eyre – tekst
Jane Eyre – audio
Jane Eyre – BBC tv-serie (2006)
Wuthering Heights – tekst
Wuthering Heights – audio
Wuthering Heights – verfilming uit 1992

eeeee
Victorian Poetry

Victoriaanse poëzie had voornamelijk religie en sociale en politieke vragen als onderwerp. Het is minder persoonlijk dan de poëzie uit de romantiek. De twee grootste Victoriaanse dichters waren Alfred Lord Tennyson (1809-1892) en Robert Browning (1812-1829)

In het werk van Alfred Tennyson komen alle aspecten van het Victoriaanse tijdperk naar voren. Tennyson schreef een groot aantal gedichten over Koning Arthur en de Ridders van de ronde tafel, waarbij hij geïnspireerd was door gedichten van Thomas Malory uit de 15e eeuw. Daarnaast hebben zijn gedichten zijn visie op vooruitgang in de wereld en het sociale leven als thema.

Op de universiteit van Cambridge raakt Tennyson bevriend met Arthur H Hallam. Naar aanleiding van diens dood in 1833 schreef Tennyson het gedicht In Memoriam, dat pas zeventien jaar later werd gepubliceerd. Het beschrijft de geleidelijke overgang van Tennysons verdriet over het verlies van zijn vriend naar berusting en uiteindelijk vreugde in de zekerheid dat hij zijn vriend weer terug zal zien in het hiernamaals.

De poëzie van Robert Browning laat ons gewone scènes uit het dagelijks leven zien. Hij woonde, samen met zijn vrouw dichteres Lizabeth Barrett, in Italië en schreef veel over Italiaanse thema’s. Browning schreef dramatische monologen. Dit zijn monologen waarin vragen en/of opmerkingen van zijn toehoorders duidelijk worden door wat de spreker zegt. Een van de bekendste voorbeeld hiervan is My Last Duchess (1842). Ook komt hierin zijn interesse in psychologisch realisme naar voren. De Italiaanse hertog, die de monoloog houdt, laat geleidelijk aan zijn egoïsme, hebzucht en wreedheid zien.

In Memoriam A.H.H – tekst
In Memoriam A.H.H – audio
My Last Duchess – poetry reading