Eduard Jan Bomhoff (Amsterdam, 30 september 1944) is een Nederlandse econoom en hoogleraar, die minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport was in het eerste kabinet Balkenende.

Bomhoff volgde het gymnasium te Amsterdam en na een universitaire studie wiskunde promoveerde hij tot doctor in de economie en ging monetaire economie doceren aan de Nederlandse Economische Hogeschool. Na hoogleraar in de monetaire economie geweest te zijn aan de Erasmus Universiteit (1981 – 1994), werd hij opeenvolgend directeur van de Rochester Erasmus Executive MBA-opleiding (1986 – 1989) en hoogleraar financiële economie aan de Universiteit Nyenrode (1994 – juli 2002). In 1995 richtte hij het onderzoekinstituut NYFER op, als antwoord op het Centraal Planbureau, dat naar zijn idee te strakke rekenmodellen hanteerde. Sinds 1989 is hij als columnist verbonden aan het NRC Handelsblad.

Op 22 juli 2002 werd hij vicepremier en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van Kabinet-Balkenende I voor de Lijst Pim Fortuyn. Dit was een opmerkelijke stap omdat hij tot 2002 lid was van de PvdA en als PvdA-econoom bekend stond. Zowel in zijn functie van directeur van NYFER als in zijn columns in het NRC had hij meermaals gepleit voor een miljardeninvestering in volksgezondheid. Als minister kreeg hij de verantwoordelijkheid voor die sector, maar met een budget dat nauwelijks hoger was dan in het voorafgaande Kabinet Kok II.

In het kabinet kwam hij in conflict met minister van Economische Zaken Herman Heinsbroek, door zijn pogingen om overleg binnen de LPF dat volgens hem te lang duurde af te breken door in zijn handen te klappen en -later- door met een belletje te rinkelen. Het conflict met Heinsbroek liep zo hoog op dat op 16 oktober 2002 eerst Bomhoff en vervolgens Heinsbroek uit het kabinet traden. Dezelfde middag nog werd, als gevolg van de LPF-crisis, het aftreden van het voltallige kabinet bekend gemaakt.

Bomhoff schreef over zijn tijd als minister een boek: “Blinde Ambitie”. Het boek werd als controversieel gezien omdat hij in het boek redelijk letterlijk het overleg in de ministerraad citeerde en daarmee het “geheim van het Kabinet” schond. Na zijn politieke carrière werd hij in 2003 opnieuw hoogleraar (in micro- en macro-economie) maar dan aan de Universiteit van Bahrein waar hij tot januari 2004 werkte. Momenteel is hij hoogleraar economie aan de Azië Universiteit van Kuala Lumpur (Maleisië) (gelieerd aan de Universiteit van Nottingham, Verenigd Koninkrijk), en decaan van de faculteit sociale wetenschappen aldaar.

Externe link