Hoe leer je spreken?

  • … door het te DURVEN en gewoon te DOEN!
  • Het is een waarheid als een koe, maar het moet gezegd: Spreken leer je alleen door veel te spreken. Veel leerlingen bereiden bijvoorbeeld een spreekbeurt of een gesprekje voor het examen “zwijgend” voor. Ze schrijven hele verhalen en gesprekken uit, zonder dat ze de taal daarbij uitspreken!
  • Ga dus spreken, al is het in jezelf! Vertel gewoon wat je wilde zeggen en let niet voortdurend op jezelf of alles precies goed is of niet.
  • Zoek op wat je nog niet kunt zeggen en schrijf het op. Herhaal telkens weer!

Ik maak zoveel fouten, dat ik meestal maar niks zeg

  • Spreken is voor een groot deel een kwestie van durven. Nou heeft niet iedereen even veel moed, maar er zijn wel truukjes om je zelfvertrouwen een beetje op te krikken:
  • Fouten maken mag! Bedenk dat veel foutjes voor het begrijpen van iemand niet zo belangrijk zijn. Duitsers letten daar zeker niet op (die willen je begrijpen) en je leraar als het goed is ook niet. Alleen fouten die er voor zorgen dat je elkaar niet begrijpt zijn grotere fouten!
  • Als je een perfectionistisch iemand bent: Accepteer dat je nog maar een paar jaar Duits als vreemde taal leert. Je kunt niet wachten tot je alles in een keer helemaal foutloos doet. Blijf dus praten en let niet telkens opjezelf!
  • Bedenk dat Nederlanders meestal een vrij goede Duitse uitspraak hebben, als je het vergelijkt met andere landen.
  • Bedenk dat Duitsers zelf dolblij zijn als ze Nederlanders tegenkomen die Duits kunnen spreken. Ze zijn niet op zoek naar foutjes,waarderen het enorm en je krijgt al snel complimenten!

Ik kom niet uit mijn woorden – wat nu?

  • Probeer het met andere, eenvoudigere woorden te omschrijven. In een vreemde taal zul je in het begin niet alles zo mooi en precies kunnen zeggen als in het Nederlands. Accepteer dat, maar probeer het wel steeds beter te krijgen!
  • Wijs aan, beeld met gebaren uit wat je bedoelt, gebruik plaatjes
  • Gebruik soms stopwoordjes om jezelf wat denktijd te gunnen. Zoals “Moment mal…” of “also... [= nou]“. Dat doe je in het Nederlands immers ook als je even naar woorden zoekt.
  • Vergroot je woordenschat. Alleen als je een goede basiswoordenschat hebt kun je veel zeggen. Zie ook de tips voor woordjes leren.

TIPS voor een spreekbeurt

  • Zoek je een onderwerp voor een spreekbeurt? Kijk dan eens hier
  • Als je over een onderwerp (een boek of een thema) moet vertellen, wat je kunt voorbereiden, doe dat dan met bijv. rijtjes Duitse trefwoorden. Probeer aan de hand van maximaal 10 trefwoorden het onderwerp te vertellen.
  • Oefen thuis twee keer zo lang als nodig lijkt te zijn. Tijdens het moment zelf ben je in de klas of tijdens de toets een stuk zenuwachtiger. Wat thuis allemaal soepel ging, gaat nu opeens slechter. Oefen dus voor 200% en stop niet zodra je het “net” kunt onthouden.
  • Vertel daarmee zoveel mogelijk in je eigen woorden, al klinkt het jou allemaal misschien heel erg steenkolerig!
  • Pas op met het overnemen van Duitse zinnen uit teksten of websites. Voor je het weet heb je “schrijftaal” en geen spreektaal te pakken. Schrijftaal is vaak lastig te volgen en te onthouden door moeilijke woorden en lange zinnen. Spreektaal bestaat juist een kortere, eenvoudige zinnen.
  • Ga niet proberen om zinnen na te spreken die je kort daarvoor nog opgeschreven had. Dat is voor je publiek vaak saai en moeilijk te volgen, omdat je door je zenuwen vaak nog sneller gaat en gaat “ratelen”. Voorkom dat je hele zinnen gaat opschrijven en die gaat proberen te onthouden. Dat lukt je ten eerste niet en bovendien ben je na één vraag van een ander uit je verhaal.
  • Oefen persé hardop. Spreken leer je niet door te zwijgen! Sluit je desnoods op en praat in jezelf, maar zoek – nog beter – een slachtoffer op, op wie je jouw Duits loslaat. Geschikt zijn: je teddybeer, je vader of moeder, je kleine broertje enz.
  • Oefen vele malen. Je mond moet wennen aan de uitspraak, jij moet wennen aan de opbouw van je verhaal. Ook moet je goed kijken welke trefwoorden echt nuttig zijn en welke niet. Daarom moet je vaker oefenen!