Hier kun je de handigste en meest voorkomende zinnen opzoeken en oefenen. Met welk lesboek je ook werkt: je zult ze altijd weer tegenkomen, op school en natuurlijk “in het echt”!

Tip voor docenten

Laat uw leerlingen eens zelf dialogen en scenes bedenken en spelen, waarin – als “wedstrijdje” – zoveel mogelijk van de onderstaande zinnen gebruikt moeten worden!

Zo kun je je jezelf overhoren:

  • Houd je muis even stil op de zin, dan zie je de Duitse vertaling!
  • Bedenk eerst voor jezelf het antwoord, zeg het hardop
  • Controleer dan pas of je het goed had!
  • Schrijf de zinnen die je het moeilijkst vindt op en herhaal ze!

Meningen, voorkeuren, oordelen

Dat is leuk / stom.

Dat was leuk / vreselijk.

Dat doe ik het liefst!

Ik vond het niks.

Dat maakt me niet uit.

Dat weet ik niet.

Ik heb geen zin om te werken.

Dat is een goed idee!

Ik heb er nog even over nagedacht.

Precies!

Graag!

Natuurlijk!

Prima!

Ik vind dat te duur / te goedkoop / te gevaarlijk enz.

Ik wil graag

Wat vind jij / vindt u??

Hoe bedoel je dat?

Ben je / Bent u het er mee eens?

Zal ik …. ?

Ik vind van niet.

Daar ben ik het niet mee eens!

Nee, dat wil ik niet.

Vertellen, beschrijven

Wat heb je gisteren / eergisteren gedaan?

Eerst heb ik boodschappen gedaan en toen …

(wel/niet) accoord gaan met iets

OK!

Afgesproken!

Mee eens

Nee dank u.

Geven en bedanken

AlstublieftDank u wel

Je verontschuldigen

Sorry!

Het spijt me!

Iemand feliciteren

Gefeliciteerd!

Gefeliciteerd met je verjaardag!

Iemand iets wensen

Ik wens je / u …

Beterschap!

Veel sterkte en geluk!!

Veel succes!

Prettige vakantie!

Vrolijk pasen!

Prettige kerst en een gelukkig nieuw jaar!

Om inlichtingen of hulp vragen / hulp aanbieden

Ik heb een probleem.

Kunt u / kun jij mij helpen?

Kunt u / kun jij mij zeggen waar, hoe, wanneer … ?

Weet u / weet jij waar ik … ?

Help!

Kan ik u helpen?

Een afspraak maken

Ik wil graag een afspraak maken.

Heb je zin om naar de bioscoop te gaan … ?

Zal ik … ?

Kun jij op woensdag?

Kunt u in het weekend?

‘s ochtends | ‘s middags | ‘s avonds | ‘s nachts

om half acht | kwart over twaalf | tien voor zes

iets eerder / later

Iemand waarschuwen

pas op / kijk uit!

let op!

wees voorzichtig!