Duitsland is zo groot, dat niemand in Europa er omheen kan. Je zou denken dat zo’n groot land vanuit de hoofdstad Berlijn geregeerd wordt. Dat mag de Bondskanselier misschien wel willen en vaak klopt dat ook, maar in veel gevallen ook weer niet, want Duitsland is een uitgesproken federaal land. En dat willen alle regeringen van de 16 Duitse deelstaten graag zo houden! In Duitsland hebben de
provincies veel meer te zeggen dan in Nederland!

.

Berlijn – een “Mini”-hoofdstad?

Eigenlijk zijn de grote Duitse steden te klein in verhouding tot de grootte van het land. Zelfs Berlijn – toch zo groot als onze hele provincie Utrecht – is een kleine hoofdstad, met zijn 3,5 miljoen inwoners. Ter vergelijking: Parijs heeft er met zijn voorsteden 10 miljoen, op 56 miljoen Fransen. London telt bijna 7 miljoen inwoners op 57 miljoen Engelsen.

Dat heeft veel te maken  met de geschiedenis van Duitsland. Pas in 1871, erg laat, in vergelijking met bijvoorbeeld Frankrijk en Engeland, werd Duitsland min of meer één land. Het land Duitsland bestond het weliswaar al sinds de middeleeuwen, maar geen enkele koning of keizer slaagde erin, alle macht naar zich toe te trekken. De vele vorsten, graven, bisschoppen enz. hebben elk eeuwenlang hun eigen, kleine gebied succesvol verdedigd tegen de invloed van vijandige vorsten. Ze hadden dus ieder voor zich ook minder geld om hun “eigen” hoofdstad van pracht en praal te voorzien. Zo konden de steden ook niet buitensporig groeien.

In 1995 verpakte de Franse kunstenaar Christo het toen nog voormalige en toekomstige parlementsgebouw, de Rijksdag (Reichstag).

.

Federale bondsstaat

Ook nu nog is “de macht van de provincie” terug te zien in het politieke bestel van het land. De centrale regering, de Bundesregierung, regeert weliswaar het hele land, maar de 16 provincies, Bundesländer geheten (enkelvoud: Bundesland), hebben elk hun eigen regering en parlement.

Bepaalde bevoegdheden (bijvoorbeeld cultuur en onderwijs) zijn Ländersache, een zaak van de deelstaten. Daar mag de landelijke regering zich nauwelijks mee bemoeien. Daarmee is Duitsland een federale bondsstaat.

Voor ons Nederlanders iets vreemds: Het idee dat er 16 regionale ministers van onderwijs rondlopen, en ook nog een landelijke. Of dat er 16 ministers-presidenten zijn en een landelijke, de Bundeskanzler.

Natuurlijk kunnen de Bundesländer de wensen van de landelijke regering en parlement (Bundestag) niet zomaar negeren. Ook mogen zij geen eigen buitenlandse politiek of  defensiebeleid voeren. Maar op bepaalde gebieden, zoals bijvoorbeeld veiligheid, onderwijs en cultuur, gaat hun invloed heel ver. Ook kunnen ze wetten eventueel tegenhouden of wijzigen via de Bundesrat, want in deze Duitse “eerste kamer” zijn zij direct vertegenwoordigd.

Zo heeft Duitsland een – voor ons – dubbel gezicht. Aan de ene kant een centrale regering, aan de andere kant sterke “provincies”. Hierdoor ontstaan soms verschillen, die voor ons Nederlanders vreemd overkomen. Het komt bijvoorbeeld wel eens voor, dat bepaalde diploma’s van Bundesland X, niet zonder meer in Bundesland Y erkend worden. Of dat bepaalde wetten van deelstaat tot deelstaat kleine of zelfs grotere verschillen vertonen.

Heimat

De gemiddelde Duitser voelt zich meer verbonden met zijn stad, dorp of “Land” (men bedoelt dan “Bundesland“) dan met de nationale politiek. Daar waar je je echt thuisvoelt, dat noem je in het Duits, je “Heimat”. Dat is je geboortegrond, waar je geboren en getogen bent. Mensen die het daar voortdurend over hebben worden spottend “Lokalpatrioten” genoemd. Eén Bundesland laat duidelijk merken, dat ze zélf wel uitmaken, wat ze doen: de “Freistaat Bayern“, Beieren in het Nederlands. De Beieren gelden als aartsconservatieve katholieken, die veel gevoel voor traditie hebben. Veel Duitsers spotten dat Beieren niet in Duitsland ligt, maar zijn aan de andere kant wel jaloers op de economische successen van dit Bundesland en waarderen vooral ook het Beierse dialect.

Tradities: van jodelen tot techno

De verschillen tussen de Bundesländer gaan verder dan de politiek. Aan de ene kant vind je veel Duitsers – vaak ouderen – die gek zijn op provinciale gewoonten, nostalgie en tradities (klederdrachten, schutterijfeesten, liederen van vroeger enz.). Aan de andere kant zijn er veel mensen, die meer het moderne, snelle stadsleven aanspreekt. Dat soort verschillen heb je in Nederland natuurlijk ook, maar in Duitsland zijn de verschillen groter, ook omdat de afstanden groter zijn. Er zijn daar grote gebieden nog “echt” platteland, terwijl je in Nederland om elke hoek toch wel weer een stadje hebt. In Nederland is iets ook sneller een landelijke trend, omdat men gewoonweg dichter bij elkaar woont en dingen dus nog sneller bij iedereen bekend zijn.