De huidige bondskanselier, de christen democrate Angela Merkel.

De huidige bondskanselier, de christen democrate Angela Merkel.

“De politiek” is in Duitsland veel regionaler dan bij ons. Duitsland is een federale republiek met als staatshoofd een president. Het land telt geen provincies maar 16 behoorlijk zelfstandige deelstaten en 16 evenzo trotse minister-presidenten en parlementen. Duitsers zijn gemiddeld meer in politiek geïnteresseerd dan veel Nederlanders.

Politieke Streitkultur

Duitsers gaan principiëler met elkaar om in de politiek. Dat heeft ook met hun Streitkultur te maken. In discussies zijn ze niet zozeer op zoek naar het gemeenschappelijke maar naar de verschillen. Compromissen worden vaker negatief dan positief gezien. In het nationale parlement, de Bondsdag, zijn de debatten dan ook vaak wat spannender dan het “tut tut, ho ho en nou nou”-sfeertje in de meestal gezapige Tweede Kamer bij ons. In Duitsland valt er gerust een zin als “U bedriegt de kiezers al jaren!“. Net als in het Britse parlement (“yeah yeah!” roepen ze daar, als ze het met een spreker eens zijn) laten parlementsleden hun goedkeuring en afkeuring vaak ook luidkeels blijken.

De grote Duitse partijen en hun aanhang

  • SPD
    De sociaal-democraten (SPD) hebben hun aanhang vooral in het Westen en dan met name in de stedelijke gebieden. De taditionele achterban van de SPD is de gewone man, de arbeider. Je zou de partij met de Nederlandse PVDA kunnen vergelijken.
  • CDU en CSU
    De christen-democraten (CDU en CSU) hebben hun aanhang ook vooral in het Westen, maar dan op het platteland. De CSU bestaat alleen in Beieren en trekt daar ook steevast het grootste deel van alle stemmen. De tradtionele achterban van de CDU en CSU zijn christelijke burgers, boeren en kleine zelfstandigen. De CDU zou je kunnen vergelijken met het Nederlandse CDA. De CSU een beetje met de Christen Unie.
  • FDP en Bündnis 90/die Grünen
    De liberalen en de Groenen zijn sinds jaren nog maar kleine partijen, maar hun aanhang is bijna alleen maar in het Westen te vinden, vooral in Baden-Württemburg. De FDP zou je kunnen vergelijken met de Nederlandse VVD. Bündnis 90/die Grünen met Groen Links.
  • Die Linke
    Deze vrij nieuwe partij is voortgekomen uit een afsplitsing van de SPD en de opvolger van de communistische partij in Oost-Duitsland, de PDS. De PDS werd door Oostduitsers vaak ook uit een protestgevoel gekozen vanwege de moeilijke situatie in Oost-Duitsland en de manier hoe politici afkomstig uit de “oude” Bondsrepubliek daarmee omgingen.

Verkiezingen voor de Bundestag

De Bundestag, de Bondsdag, is het Duitse parlement, de “Tweede kamer” van Duitsland. Elke vier jaar wordt er een nieuwe Bundestag gekozen. Elke kiezer brengt dan twee stemmen uit:

  • de eerste stem is op een kandidaat uit de plaatselijke kieskring
  • de tweede stem is op een politieke partij

Een kandidaat kan op twee manieren in de Bondsdag gekozen worden:

  1. Via een “Direktmandat” als hij in zijn kieskring de meeste eerste stemmen wint. Per kieskring is maar één de winnaar. Of zijn partij de kiesdrempel van 5% haalt speelt in dat geval geen rol. 299 leden van de Bondsdag, de helft van het aantal Bondsdagzetels (598) wordt op deze manier in 299 kieskringen gekozen.
  2. De andere helft van de Bondsdag wordt via de tweede stemmen, op de Landeslisten van de partijen, samengesteld. Het aantal tweede stemmen van een partij bepaalt hoe groot een partij in de bondsdag wordt: Deze stemmen worden per partij landelijk opgeteld en naar verhouding in het aantal bondsdagzetels omgezet.

“Sperrklausel” van 5 %

Een partij moet landelijk wel 5% van het aantal tweede stemmen verworven hebben om in het parlement te komen. Dit is gedaan om versnippering van het parlement en radicale splinterpartijen te weren. Een uitzondering hierop is de regeling, dat een partij met minimaal drie direct gekozen kandidaten (dus via de Erststimmen, de Direktmandate dus) wel in de Bondsdag kan komen. Maar ook dan geldt dat het aantal Zweitstimmen bepaalt hoe veel groter de partij eventueel nog kan worden.

Überhangmandate

Het definitieve aantal zetels in de Bondsdag ligt niet precies vast. Het uitgangspunt is 598. Dit komt door de zogenaamde Überhangsmandate“. Een ingewikkeld systeem om recht te doen aan de werkelijke verhoudingen tussen de partijen:

  • voorbeeld 1
    Als een partij bijvoorbeeld door de Erststimmen 50 Direktmandate heeft, betekent dat voor hen in elk geval 50 Bondsdagzetels, bezet door de diverse gekozen districtskandidaten. Maar het totale aantal Bondsdagzetels van de partij wordt bepaald door het aantal tweede stemmen. Als die partij daardoor bijvoorbeeld landelijk op 10% van alle stemmen komt, betekent dat, dat de partij recht heeft op 10% van de 598 Bondsdagszetels = 59,8 oftewel 60 zetels. Dat betekent dat er behalve de 50 Direktmandate nog 10 personen extra van de Landeslisten (de tweede stemmen) in de Bondsdag plaats mogen nemen.
  • voorbeeld 2
    Maar het kan natuurlijk ook omgekeerd voorkomen: Een partij haalt via de Erststimmen 50 Bondsdagzetels, bezet door de diverse gekozen districtskandidaten binnen. Bij de Zweitstimmen echter blijkt dat de partij maar 5% van het totale aantal stemmen weet binnen te halen. Dat betekent, dat die partij in principe 5% van 598 = maar 30 bondsdagzetels zou mogen hebben. Toch mogen alle 50 direct gekozen districtskandidaten hun zetel in dat geval behouden. Hun zetels worden “Überhangmandate” genoemd.

De eerste kamer: Bundesrat

De Bundesrat kun je een beetje vergelijken met de Nederlandse Eerste Kamer. Volgens de grondwet “werken door middel van de Bundesrat de deelstaten mee bij de wetgeving en het bestuur van het land en de Europese Gemeenschap“. De Bundesrat moet instemming verlenen, als de Bundesregierung wetten wil aannemen, die de bijzondere belangen van de deelstaten betreffen. Worden Bundesrat en Bundesregierung het niet eens, dan wordt er een bemiddelingscommissie aan het werk gezet. In de praktijk probeert elke regering het niet zover te laten komen.

De Bundesrat bestaat uit 69 leden van de regeringen van de deelstaten. Elk Bundesland mag – afhankelijk van het aantal inwoners – drie tot zes personen afvaardigen. Elk jaar kiest de Bundesrat een nieuwe voorzitter. De zittingen zijn in principe openbaar. De Bondsregering heeft wettelijk het recht – en indien gevraagd de plicht – om de vergaderingen bij te wonen en de Bundesrat van alle gewenste informatie te voorzien.

Taken van de Bondskanselier

De Bondksanselier kun je min of meer vergelijken met onze minister-president. Volgens de grondwet bepaalt de Bondskanselier (Bundeskanzler) de richtlijnen van de nationale politiek en draagt daarvoor ook de verantwoordelijkheid. Binnen die richtlijnen bestuurt elke minister zijn of haar departement echter onafhankelijk en onder eigen verantwoordelijkheid. Alleen het bureau voorlichting van de Bundesregierung en de staatsminister voor cultuur zijn direct verantwoording schuldig aan de Bondskanselier.

Sinds juli 2004 is Horst Köhler de Duitse Bondspresident

De Bondspresident

Duitsland is een republiek en heeft daarmee een president als staatshoofd. Hij of zij wordt gekozen voor een ambtstijd van vijf jaar door de “Bundesversammlung“. Dat gezelschap komt speciaal voor de verkiezing van de Bondspresident bijeen en bestaat uit de leden van Bondsdag en een zelfde aantal leden die de Bundesländer afgevaardigd hebben. De samenstelling moet overeen komen met de verkiezingsuitslag in die Bundesländer. Als de verkiezingen in een Bundesland bijvoorbeeld een grote winst voor partij X opleverde, kan die partij ook meer afgevaardigden sturen als er een Bondspresident gekozen moet worden.

Het constitutioneel hof: Bundesverfassungsgericht

De hoogste autoriteit op het gebied van de rechtspraak is sinds 1951 het “Bundesverfassungsgericht” (BVG), het constitutioneel hof in Karlsruhe. Officieel is de taak van het hof de “Einhaltung des Grundgesetzes”, oftewel het waken over de goede uitvoering van de grondwet. De rechters in hun rode “Roben” zijn uitsluitend op het gebied van de grondrechten – de eerste artikelen van de grondwet – aktief. Burgers en organisaties kunnen geschillen rechtstreeks aan het BVG voorleggen.

Alle handelingen van de staat, de rechtspraak en de burgers zijn gebonden aan de grondwet. Komt het daarbij tot onenigheid en zijn de grondrechten in het geding, dan beslist het BVG. Als het hof een bepaalde wet voor “verfassungswidrig”, oftewel ongrondwettelijk verklaart, heeft de politiek een groot probleem en zal de wet niet – of niet in die vorm – ten uitvoer gebracht mogen worden. Maar het BVG is daarmee nog geen politieke organisatie, in tegendeel. Alleen de grondwet is het uitgangspunt.

In ruim vijftig jaar heeft het BVG een behoorlijk aantal opmerkelijke uitspraken gedaan. Een paar voorbeelden

In 1956 verboden zij bijvoorbeeld de KPD, de West-Duitse communistische partij. Bijzonder was ook het geval van Erich Lüth. Deze Senatsdirektor van de stad Hamburg had opgeroepen tot een boycot van Veit Harlan, de regisseur die voor de nazi’s de antisemitische film “Jud Süß” gemaakt had. Lüth werd door een rechtbank veroordeeld omdat hij de regisseur met zijn oproep economisch beschadigd zou hebben. Het hof vernietigde het besluit van de rechtbank: de vrijheid van meningsuiting ging in dit geval voor economisch gewin. Deze BVG-uitspraak zette de trend voor de rechtspreking die daarop zou volgen. De eerste artikelen van de grondwet over de individuele grondrechten van de burger werden daarmee tot het uitgangspunt van de waarden en normen over hoe de Bondsrepubliek maatschappelijk er uit zou moeten zien.
In 1983 verklaarde het hof dat burgers zelf over hun persoonlijke gegevens mogen beschikken en verklaarde daarmee de geplande volkstelling – een soort uitvoerige bestandsopname van alle Duitsers – van 1987 tot ongrondwettelijk. Uit deze uitspraak zou een uitvoerig “Datenschutzgesetz” ontstaan: een wetgeving die de burgers tegen het willekeurig omgaan met privacy-gevoelige informatie beschermt.
In 1995 brak er een rel uit door het zogenaamde “Kruzifix-Urteil”. Een ouderpaar in Beieren had geprotesteerd dat hun kind in elk klaslokaal tegen een sterfkruis van Jezus Christus moest aankijken. De school weigerde de kruizen te verwijderen omdat het hiertoe verplicht was door de onderwijswetgeving in Beieren. Het hof verklaarde deze regeling op basis van de vrijheid van geloof en geweten voor ongrondwettelijk. Vervolgens kreeg de rechtbank een golf aan kritiek te verwerken, de Beierse regering gaf aan dit besluit niet uit te willen voeren. De kern van de kritiek was volgens veel mensen de vraag, of een “intolerante minderheid” (de mensen die moeite hebben met een kruis) een meerderheid mocht voorschrijven wat er wel of niet mocht. Bovendien zagen veel critici met een dergelijke uitspraak de scheiding tussen kerk en staat in gevaar.

.

Ondanks deze soms omstreden besluiten is er in Duitsland grote overeenstemming over de autoriteit en het nut van het Bundesverfassungsgericht. Het hof heeft door aan te tonen dat de grondrechten tot in elk ander rechtsgebied doorwerken voor gezorgd dat de Duitsers hun grondwet hebben leren koesteren.
.
Bronnen: o.a.  Artikel “Auf die Plätze” – Der Tagesspiegel, 15.08.2001 / “Im glanze der irdischen Gerechtigkeit” in: Der Tagesspiegel, 28.09.2001 / “In bester Verfassung” in: Der Tagesspiegel, 27.09.2001 / Bijlage “Thema Duitsland” in: NRC, 22.09.2002 / “Spitzentreffen” in: Der Tagesspiegel 03.02.3003