Duitsers zijn – meer dan Nederlanders – naturverbunden. Dat wil zeggen dat ze een sterke band hebben met de natuur. Niet voor niets dankt de politieke partij Die Grünen – tegenwoordig Bündnis 90/Die Grünen geheten – haar ontstaan mede aan de grote invloed van de milieubeweging begin jaren ’80 van de vorige eeuw. Dat is niet zo vreemd. Anders dan in het dichtbevolkte en verstedelijkte Nederland is er ook gewoon veel meer natuur om tussen te leven en om je zorgen over te maken. Ons Nationaal Park Hoge Veluwe is vergeleken met veel Duitse bossen een volkstuintje.

Afvalscheiding

Duitsers zijn zeer milieubewust en wereldkampioen in het scheiden van afval.

Je hebt hem vast wel eens op een verpakking zien staan, een groene pijl met daarboven Der Grüne Punkt. De Duitse overheid richtte in 1990 das Duale System Deutschland op, een speciaal bedrijf dat er voor zorgt, dat afval zoveel mogelijk ingezameld, gesorteerd en zo weinig belastend als mogelijk voor het milieu verwerkt wordt. Dit wordt betaald met een heffing op verpakkingen. Bedrijven en consumenten moeten dus meebetalen aan de kosten om het afval te verwerken. Iedereen kent behalve de papierbak, de glasbak, de groene zak voor groente en tuinafval ook de gele zak voor verpakkingen van en met plastic, aluminium en metaal. Op veel Duitse stations staan vuilnisbakken die maar liefst vier keuzes bieden: glas, papier, natuurlijk afval en restafval.

De laatste jaren komt er meer twijfel op of het systeem – wat bij de consument natuurlijk ook niet altijd even goed gaat met al die soorten afval – nog wel van deze tijd is en of het niet goedkoper kan. De afvalverwerkingstechniek is inmiddels ook een stuk verder. Machines kunnen immers nu veel meer soorten afval automatisch onderscheiden en scheiden dan vroeger.

Dosenpfand – de gekte met het statiegeld

Sind 2003 geldt er in Duitsland een regeling voor statiegeld, die bij niets vermoedende Nederlanders de wenkbrauwen doet fronsen. Koop je langs bijvoorbeeld de snelweg een blikje fris, dan betaal je daar statiegeld voor. Je kunt het blikje na afloop alleen met een een speciaal bonnetje, muntje of gestempelde kassabon en vaak ook alleen bij die ene winkel(keten) weer inleveren om je statiegeld terug te krijgen.

Het is allemaal het gevolg van een afspraak uit 1991. De industrie moest ervoor zorgen dat er minder verpakkingsafval zou zijn, zo vond de overheid. Toen in 2002 bleek dat dit niet gelukt was werd – ondanks diverse rechtszaken – een ongelofelijk ingewikkelde regeling van kracht. Mede omdat de drankenindustrie het niet eens kon worden over een gemeenschappelijke statiegeldregeling, is het teruggeven van statiegeld-verpakkingen zo ingewikkeld.

Bier, bronwater en frisdranken met koolzuur hebben sindsdien verplicht statiegeld. Vruchtensappen, melk, wijn en Sekt (mousserende wijn) en sterke drank niet. Mixdrankjes als Alsterwasser echter weer wel, ze bevatten immers een deel bier. Maar Wodka/Lemon-mixdrankjes weer niet omdat ze sterke drank bevatten. En zo zijn er nog een aantal onduidelijke uitzonderingen. Niemand is er echt gelukkig mee. De Duitse regering kondigde een paar jaar later een vereenvoudiging van de regelingen aan. De Europese Unie onderzoekt intussen of Duitsland hiermee de buitenlandse concurrentie bemoeilijkt.

Het Duitse bos

De toestand van het bos, der deutsche Wald is voor Duitsers een emotionele zaak. De minister van landbouw Künast verklaarde dit in 2004 met het gevoel dat een bos “iets heel oorspronkelijks heeft”, maar ook “rust en geborgenheid geeft”. Bovendien is het Duitse Bos ook de wieg van de Deutsche Eiche, de Duitse eik, een boom die symbool staat voor Duitsland en waarvan nog steeds op de achterkant van Euromunten een takje met eikenloof te zien is.

Maar zo oorspronkelijk zijn de bossen in Duitsland natuurlijk niet meer. Vrijwel alle bossen worden al zo’n 250 jaar professioneel aangeplant en beheerd. Veel bossen waren er vroeger niet eens. Het Bundesland Brandenburg was in de 17e eeuw bijvoorbeeld een boomloze steppe. Tegenwoordig gebeurt dit beheer door Forstämter, vergelijkbaar met ons Staatsbosbeheer.

Waldsterben

Sinds 1984 stelt de regering jaarlijks het Waldschadensbericht op. Dat is een rapport waarin de toestand van de Duitse bossen beschreven wordt. Steevast is die toestand “zorgelijk” of “slecht”. Het Duitse bos gaat al zo’n 30 jaar dood, waardoor inmiddels vrijwel niemand meer van dit nieuws opkijkt en veel mensen denken “zo’n vaart zal het wel niet lopen”.

Het probleem van het bos is, dat het verval langzaam en niet op een spectaculair zichtbare manier gebeurt. De media besteden er daarom nauwelijks meer aandacht aan, want altijd hetzelfde nieuws is voor hen geen nieuws. Begin jaren ’80 van de vorige eeuw was dat wel anders, toen stonden de kranten vol met artikelen over de gevolgen van zure regen en het grote Waldsterben.

In 2004 was nog maar 28% van de bomen gezond, volgens het Waldschadensbericht. Warme zomers, hoge ozon-waarden, verzuurde grond en luchtvervuiling zijn de boosdoeners. Vooral de loofbomen als beuken en eiken hebben het zwaar te verduren. De minister riep op om meer hout uit eigen bossen te verbruiken, zodat de bossen verjongd zouden kunnen worden.

Critici verwijten de minister dat ze daarmee de bossen juist niet helpt. De professioneel beheerde bossen zijn in de afgelopen eeuwen tot industriële hout-plantages geworden, die vaak uit slechts uit een mono-cultuur (één boomsoort) bestaan, tegelijk en in zodanige afstanden van elkaar geplant dat ze makkelijk gekapt en met machines uit het bos gehaald kunnen worden. Goed voor de productie, slecht voor het bos. Een fikse storm heeft in zo’n bos vrij spel. Hetzelfde geldt voor ongedierte en ziektes. Zo’n bos is ook slecht bestand tegen lucht- en bodemvervuiling.

De oplossing is volgens veel boswachters het “ongelijksoortige, ongelijktijdige bos”. Daarin staan veel verschillende boomsoorten door elkaar en zijn de bomenvan verschillende leeftijden. De bossen zijn daardoor minder kwetsbaar, zo is de verwachting. Bossen hebben een lange termijn geheugen, volgens de deskundigen. Ook al zijn veel bosbeheerders nu al zo’n 10 jaar geleden met dit nieuwe type “oerbos” begonnen, we zullen dus pas over vele tientallen jaren weten of deze maatregelen het bos konden redden.

Bronnen:

  • Cordula Eubel, “Nur jeder vierte Baum ist gesund” en “Wald ohne Halt”, in: Der Tagesspiegel, 09.12.2004
  • Andreas Austilat: “Der Wald vor lauter Bäumen”, in: Der Tagesspiegel, 09.12.2004
  • http://de.wikipedia.org/wiki/Dosenpfand