In Duitsland is de fiets een soort sporttoestel òf een soort vervoersmiddel voor arme mensen, zo lijkt het wel eens. Fietsen in Duitsland lijkt soms op maatschappijkritiek of lokt vragen uit als: “Is je auto soms kapot?“. Hoe dan ook: Je bent daar al snel een alternatieveling als je de fiets als dagelijks vervoersmiddel gebruikt.

De laatste jaren hebben ze bij de Oosterburen de Tour de France ontdekt. Sindsdien wordt de Tour ook daar rechtstreeks op TV uitgezonden. Heel blij waren de Duitsers toen wielrenners

als Erik Zabel en Jan Ullrich veel succes hadden. Ullrich won zelfs de Tour de France. Maar net als veel andere wielrenners werden ze later verdacht van doping. Erik Zabel [plaatje] bekende dat hij doping had gebruikt en bood zijn excuses aan. Jan Ullrich ontkent dat hij doping heeft gebruikt.

.

Fietsen in de steden

De Duitse steden zijn niet op fietsers gebouwd, en nieuwbouwwijken krijgen ook maar mondjesmaat de voorzieningen die wij al vele jaren gewend zijn: een breed fietspad, eigen tunnels voor fietsers, eigen stoplichten enz.

Nee, dan in een gemiddelde Duitse stad. Je deelt de stoep met voetgangers op een zogenaamde Radwanderweg (een “fietswandelpad”). Dat klinkt naar een prima oplossing, maar het houdt gewoon in dat men de stoep in twee smalle stroken heeft geknipt, soms keurig voorzien van elk een eigen kleur. Dat betekent dat elke partij 50 centimeter krijgt, eventueel nog te delen met de afvalbakken, die op de stroken geparkeerd worden. Die 50 centimeter is ruim voldoende, mits je niemand tegenkomt. En die kans is redelijk…

Fietsen op het platteland

Ook op het platteland is het niet eenvoudig. Mooie geasfalteerde fietspaden en bewegwijzering tussen dorpjes en steden zijn er maar weinig. Er fietst ook gewoon niemand van dorp naar stad. De afstanden zijn daarvoor al snel veel te groot en in grote delen van Duitsland is het heuvelachtig.

In Midden- en Zuid-Duitsland heb je door alle gebergten en hoogteverschillen eigenlijk een goede mountainbike en een helm nodig. Ook moet je daar vaak op de 80 of 100-km wegen naast de auto’s fietsen. Geen pretje. De fietsers die je daar aantreft zijn dan ook compleet uitgerust met helm, kaarten en kompas. Voor fietstochten kun je de Duitsers overigens wel warm krijgen. Volgens de ADFC (Allgemeiner Deutscher Fahrrad-Club) doen meer dan twee miljoen Duitsers jaarlijks een fietsvakantie. Het meest geliefd zijn Nordrhein-Westfalen, Bayern, Niedersachsen en Schleswig-Holstein.

Veel fietsen

En toch barsten de Duitsers van de fietsen, ze hebben er minstens zo veel per hoofd van de bevolking als Nederlanders. Maar ze gebruiken de fiets in het dagelijks leven meestal hooguit voor een fietstochtje op zondag of in de vakantie, of voor een kleine boodschap vlak in de buurt. Er gaan niet zo veel mensen met de fiets naar hun werk.

Dat doen vooral studenten. Scholieren gaan meestal toch met de (school)bus of ander openbaar vervoer, zeker op het platteland. Een moeder die op de fiets de kinderen (een voorop, een achterop) naar het basisschooltje brengt, zul je in Duitsland niet snel tegenkomen. (Het idee alleen al, lééévensgevaarlijk!). En als de kleine kids fietsen, dan voor de veiligheid met zo’n fraaie, maar altijd te grote, helm op het hoofdje.

De Duitse fiets

De gemiddelde Duitse fiets bestaat niet. Net zomin als de gemiddelde Nederlandse. Daarvoor is het fietsenaanbod gewoon te groot. Wel zie je veel fietsen met aluminium spatborden en zo’n typisch metalen mandje (“Korb”, zie pijl) erop, dat vaak met een fluthangslotje tegen grijpgrage handen beveiligd wordt.  De sturen van die fietsen zijn meestal recht. Heb je een fiets, die lijkt op een klassiek Nederlands model, dan heb je in Duitsland een Hollandrad.