Duitsers staan erom bekend dat ze hard willen en kunnen werken. Ze staan vroeg op en gaan ook vroeg naar bed. En als je dan goed je best doet, word je inderdaad een van de belangrijke economische landen in Europa en in de wereld. Na de Tweede Wereldoorlog gingen de Duitsers er hard tegenaan, met hulp van de Amerikanen werkten ze zichzelf uit de ellende. Het “Wirtschaftswunder”, de ongekende economische opleving die daarop volgde, was een feit en gaf de Duitsers vooral nieuw zelfvertrouwen. Het zorgde er ook voor dat ze sindsdien erg hechten aan hun eigen munt, de D-Mark. De komst van de Euro werd met argusogen bekeken…
Industrieel land

Anders dan Nederland (diensten, distributie) is Duitsland vooral ook een industrieel land. Enkele belangrijke industriegebieden zijn het Ruhrgebiet, het gebied rond Hannover, rond Stuttgart, rond Leipzig en Dresden/Chemnitz. Waar vroeger de kolen en staalindustrie een grote rol speelden, zijn het tegenwoordig vooral de machinebouw, de auto-industrie, de chemische industrie, elektrotechnische bedrijven en de dienstensector.

.
Topper: de auto-industrie

De Duitse auto-industrie met merken als de Volkswagen-groep (Volkswagen, Audi, Seat, Lamborghini, Bugatti), BMW, Porsche, Opel en Daimler-Chrysler (o.a. Mercedes-Benz, Smart) is werkgever van bijna 800.000 werknemers. Bijna elke 7e baan in Duitsland is met de auto-industrie verbonden.


.
Export

Het totale inkomen van Duitsland (bruto nationaal product) wordt voor 30 % bepaald door de export. 75% van die Duitse export gaat naar Europese landen, 12 % naar Amerika, en nog eens 12% naar Aziatische landen. Dit zijn de goederen die het meest geëxporteerd worden (stand: 2003):

Export top 5 Aandeel in de totale uitvoer
1. (vracht)auto’s en onderdelen daarvoor 19,5 %
2. machines 13,8 %
3. chemische producten 12,4 %
4. apparatuur om electriciteit op te wekken 4,8
5. electrische onderdelen 4,7

.
Grondstoffen

Duitsland heeft maar weinig bodemschatten, maar vooral steenkool en bruinkool zijn in ruime mate aanwezig. Ongeveer 20 procent van het totale verbruik aan aardgas wordt in Duitsland gewonnen. Zout en kali zijn vooral in de buurt van Hannover en Hildesheim en bij Bad Hersfeld te vinden. Ongeveer tien procent van de zoutproductie ter wereld komt uit deze gebieden.
.
Werkgelegenheid

Ook in Duitsland wordt de arbeidsmarkt geleidelijk flexibeler. “Flexwerkers”, tijdelijke contracten en uitzendbureau’s kom je steeds vaker tegen. In het begin waren de vakboden erg tegen flexibel werken, omdat ze vonden, dat dit ten koste van het aantal vaste banen zou gaan.

De werkloosheid in Duitsland is met 4,6 miljoen mensen (stand: januari 2003) al een aantal jaren een groot probleem. Na de Duitse hereniging in 1990 werden veel mensen in Oost-Duitsland ontslagen, omdat talrijke bedrijven daar niet levensvatbaar bleken en bovendien hun traditionele afzetmarkt in Oost-Europa kwijtraakten. Daarnaast waren er veel Westduitse bedrijven die Oostduitse bedrijven voor een vriendenprijs opkochten, om ze daarna te sluiten of vrijwel te sluiten. “Abwickeln” heette dat in die tijd. Daarnaast zorgt in heel Duitsland de toenemende automatisering en de harde concurrentie voor veel ontslagen.

Veel Oostduitsers werden werkloos. Voor velen waren de ABM (Arbeitbeschaffungsmaßnahmen, een soort werk zoals in Nederland banenpoolers, ID-Banen) de enige kans om nog iets te blijven doen.

In totaal waren er in januari 2003 11,1 procent werklozen in Duitsland. In de westelijke deelstaten is dit gemiddeld bijna tien procent, in de oostelijke deelstaten zo’n twintig procent. Maar vanwege allerlei speciale projecten om mensen aan de slag te houden is de werkelijke werkloosheid daar wellicht zo’n 25 procent.

Dat het in het Oosten van Duitsland gemiddeld niet geweldig gaat, blijkt ook uit aan het aantal mensen met torenhoge schulden. Van 1994 tot 1999 is hun aantal met 30% gestegen. Ca. 2,8 miljoen mensen kunnen hun schulden niet meer zonder hulp aflossen. De grootste stijging werd geregistreerd in de oostelijke deelstaten. Zie ook: welvaart en armoede

Op de kaart kun je de werkloosheid in percentages zien (stand: juli 2000) .

Trektocht naar het Westen

Gezien de hoge werkloosheid in Oost-Duitsland en het feit dat er in West-Duitsland meer en beter betaald werk te krijgen is, pakken de laatste jaren duizenden mensen hun koffers op weg naar het Westen. In 1998 waren het er 180.000, in 1999 195.000. Sinds de hereniging nu in totaal zo’n 2 miljoen. Het meest geliefd zijn de zuidelijke Bundesländer Bayern, Baden-Württemberg en Hessen, waar de behoefte aan goed opgeleide krachten groot is. Menig arbeidsbureau in Oost-Duitsland werkt hier aan mee, bij gebrek aan een alternatief voor de werklozen in hun eigen regio. Aan de andere kant zijn – mede door de verhuizing van de regeringszetel van Bonn naar Berlijn – duizenden mensen naar het oosten gekomen.

.
Hervorming pensioenstelsel, de “Rentenreform”

De Duitse regering voerde – na lange discussies – vanaf 2001 een herziening van het pensioenstelsel door. Even ter vergelijking: In Nederland worden de pensioenbijdragen van de werkgevers- en werknemers belegd in (bedrijfs)pensioenfondsen. Daarnaast is er de AOW en sparen mensen zelf voor aanvullende pensioenen, soms om hun “pensioengat” te dichten.

In Duitsland bestonden pensioenfondsen niet, ook bedrijfspensioenen komen niet vaak voor. Het pensioen bedraagt 70% van het laatsteverdiende netto salaris en worden geheel gefinancierd uit de bijdragen van de jongere werknemers. Het wordt uitgekeerd door de overheid. Omdat er echter steeds minder jongere werknemers zijn en gepensioneerden steeds ouder worden, zijn deze bijdragen niet meer voldoende. Het systeem dreigde onbetaalbaar te worden. Daarom is in 2001 besloten dat het pensioen voortaan (geleidelijk) naar 67% van het laatst verdiende loon zal dalen. Ook worden – net als in Nederland – particuliere spaarvormen en bedrijfspensioenen gestimuleerd.
.
De rijkere en de armere Bundesländer: de “Finanzausgleich”

Niet in elke provincie gaat het in Duitsland even geweldig. Ook voor de val van de muur dreigden er soms grote verschillen tussen de welvaart in de diverse Bundesländer te ontstaan. Om dat enigszins te voorkomen, werd bij de wet het principe vastgelegd, dat de rijkere Bundesländer een deel van hun inkomsten moesten afstaan aan de armere: de “Finanzausgleich”. “Arm” is hier trouwens een relatief woord, gezien het feit dat ook de armere deelstaten nog zeer welvarend zijn vergelijken bij bijvoorbeeld landen in Oost-Europa.

De rijkere Bundesländer staan die inkomsten overigens niet altijd van harte af. Provincies die goed met hun geld omgaan en een goed economisch beleid voeren, worden daarvoor gestraft vinden ze; terwijl de armere provincies met die subsidies niet voldoende gestimuleerd worden om hun economisch beleid aan te passen.

De rijkere Bundesländer zijn al jaren Hessen, Baden-Württemberg, Beieren, Hamburg en Nordrhein-Westfalen. De armere provincies zijn de provincies in Oost-Duitsland en Saarland, Niedersachsen, Rheinland-Pfalz en Schleswig-Holstein.
.

Bijstand & werkloosheid.

85% van de bijstandsuitkeringen wordt in West-Duitsland uitkeerd. Het grootste deel (78%) aan Duitsers, 22 % aan buitenlanders. (Bron: Statistisches Bundesamt) Het is de bedoeling dat de loketten van de Arbeitsämter (arbeidsbureaus) en Sozialhilfe (sociale diensten) samengevoegd worden. Werklozen kunnen – zo hoopt men – op die manier beter aan een baan geholpen worden.
.

Bronnen: o.a. Angst vor dem Abstieg.  In: Der Tagesspiegel, 28.11.2004