Buurlanden en buurvolken hebben altijd wel veel invloed op elkaar. Een paar dingen hebben we als Nederlanders van onze Oosterburen overgenomen.

“stinkende moffen, narrige Pruisen en Westfaalse indringers”

In de negentiende eeuw kwamen veel Duitsers werk zoeken in Nederland. De Vreemdelingwet van 1849, waaraan een flinke discussie voorafging, maakte dit mogelijk. In het begin werden de Duitse immigranten als stinkende moffen, narrige Pruisen en Westfaalse indringers beschouwd.

De Duitsers vormden toen de grootste groep immigranten, die naast Britten, Belgen, Zuid-Afrikanen of zelfs Polen of Russen naar Nederland kwamen. Men was bang voor een leger van armoedzaaiers, maar er zaten in werkelijkheid ook rijkere Duitsers met goede opleidingen tussen, aldus dr. Marlou Schrover, die onderzoek deed naar de integratie van deze Duitsers.

Warenhuizen

Deze Duitsers brachten een aantal gewoonten en tradities mee, die hier nieuw waren. Warenhuizen bijvoorbeeld. In Utrecht opende de Duitsers Michael Anton Sinkel de grote Paleiswinkel Winkel van Sinkel (tegenwoordig een grand café). ” In de kranten werd dit omschreven als het achtste wereldwonder. Het was nieuw dat je zomaar goederen uitgestald zag en dat je daar vrijblijvend naar kon kijken. Voor die tijd kocht je alles altijd aan de toonbank.”

Het café

Ook het café komt van onze Oosterburen. “Vroeger waren er wel tapperijen, waar je jenever kwam drinken. Door de Duitsers werd de kroeg een sociaal trefpunt waar je met het hele gezin kwam.” aldus Schrover.

De kerstboom

Niet alle gebruiken werden gewaardeerd. De Kerstboom bijvoorbeeld werd aanvankelijk als een heidens symbool gezien, dat niet paste in het christelijke geloof.

Het ziekenfonds

In de Tweede Wereldoorlog bezetten Duitse troepen grote delen van Europa en ook ons land. Een periode van ongelofelijk veel leed brak aan. De bezettingsmacht bracht echter ook het ziekenfonds naar Nederland. Voor de oorlog betaalde iedereen zelf de doktersrekening, met als gevolg dat mensen met weinig geld niet altijd de nodige medische hulp  konden betalen. Het ziekenfonds werd een verplichte, maar betaalbare ziektekostenverzekering.

Bronnen o.a.:

  • Christiaan Weijts: “Duitse import: kroeg en kerstboom. Historica wint prijs voor regionale geschiedenis.” in Mare, Leids Universitair Weekblad, 04.12.2003
  • Dr. Marlou Schrover: “Een kolonie van Duitsers. Groepsvorming onder Duitse immigranten in de negentiende eeuw.” Aksant, Amsterdam 2002.