Laatst zat ik in een restaurant in afwachting van het voorgerecht hongerig om mij heen te kijken. Iedereen behalve ik en mijn disgenoot was uitgebreid brood in de alioli aan het dopen. Blijkbaar waren wij in de brood-uitdeel-ronde overgeslagen. Wat te doen? De ober aanschieten? Op beleefde toon vragen of we vergeten zijn? Niets zeggen en onderhand andere klanten het brood uit de mond kijken? Maar in elk geval, zo nam ik mij knarsetandend voor, dit restaurant totaal afkraken bij vrienden en bekenden.

Mijn tafelgenoot vertelde me dat ons broodloze lot in de commerciële branche wordt aangeduid als een zogenaamde ‘dissatisfier’: de aanwezigheid van het brood wordt als volstrekt normaal ervaren maar leidt niet tot meer klanttevredenheid, de afwezigheid echter vindt de klant uitermate irritant en kan reden zijn tot afhaken. Oorspronkelijk komt de term ‘dissatisfier’  uit onderzoek naar werktevredenheid van Frederick Herzberg. Satisfiers en dissatisfiers zijn factoren die elk een verschillende rol spelen bij motivatie en werktevredenheid. Als dissatisfiers worden vervuld, ontstaat er een neutrale situatie (dus geen ontevredenheid), maar de aanwezigheid van dissatisfiers kan leiden tot serieuze ontevredenheid. Als satisfiers daarentegen niet worden vervuld, dan wordt de afwezigheid niet opgemerkt en leidt niet tot ontevredenheid, maar indien ze vervuld worden, kunnen ze substantieel bijdragen tot werktevredenheid.

De rekentoets die zo uitgebreid en vooral negatief de laatste tijd in het nieuws is geweest is het typisch geval van zo’n dissatisfier: iedereen is het er min of meer over eens dat het misschien niet zo’n gek idee is, en als hij zou functioneren, zou je er niemand over horen. Maar aangezien scholen niet bij de totstandkoming ervan zijn betrokken, is het weer zo’n onpraktisch gedrocht geworden waar we in de laatste jaren er al zoveel van hebben voorbij zien komen.

Aan satisfiers waag ik me niet in deze laatste weken van het schooljaar. Bij de dissatisfiers staat bij mij met stip op nummer 1 het concept Onderwijsvernieuwingen maar bij mijn overige persoonlijke dissatisfiers verlies ik mij in de details:

• Het feit dat het in de zomer in het klaslokaal altijd minstens 5 graden warmer is dan buiten. Zouden ambtenaren bij het Ministerie van Onderwijs ook geen airco in hun kantoren hebben?
• Ruzie met een klas hebben en niet zien hoe je er uit moet komen.
• Computers, beamers en andere technische hulpmiddelen die het bij voortduring niet doen.
• Gezeur over cijfers (hier spreekt de laatste-weken-blues)

Wat zijn jullie (persoonlijke) dissatisfiers in het onderwijs?

2 Reacties op “I can’t get no satisfaction”

  1. Mw. Nijmeijer zegt:

    Ik ben zeker wel tevreden over de rekentoets. De rekentoets gaat over onderwerpen uit het dagelijkse leven. Ook oefent het goed hoofdrekenen. Vanaf de introductie heb ik praktische ervaring in het onderwijs m.b.t. de rekentoets.
    Heel duidelijk wordt nu dat het niveau van veel leerlingen veel te laag is.

    Ik ervaar wel een ander probleem. Namelijk dat OnderwijsNederland het normaal en goed vindt dat een minister/het ministerie kan beslissen dat voor het halen van een VWO of HAVO-diploma het cijfer 1 voldoende is.
    Of dat het ministerie niet in staat is te beslissen waar het rekencijfer op de eindcijferlijst moet komen.

    Daarbij komt dat ik als docent in de praktijk mijn leerlingen moet motiveren om gedurende het schooljaar met deze leerstof bezig te zijn. Wetende dat één vraag beantwoorden genoeg is.

    Daarbij heb ik het nog niet over continue veranderende regels t.a.v. slagen, herkansingen, niveau, noodzaak van tussenantwoorden, etc.

    Mijn advies: blijf deze rekentoetsen gebruiken en maak voor het VWO een aparte, iets moeilijker set.

  2. Marcel Oosting zegt:

    Basisvaardigheden zoals rekenen worden aangelegd op de basisschool. Het woord zegt het al. Maar dat is niet het geval. Rekenvaardigheid als onderdeel van het curriculum op de basisschool is al lang afgeschaft. Een dissatisfier. Rekenen moet terug naar de basisschool, waar men acht jaren de tijd heeft om de kinderen voor te bereiden op het voortgezet onderwijs. Opdat zij die daar lesgeven hun leerlingen op de daaropvolgende onderwijsfase kunnen voorbereiden. Iedereen terug in zijn hok.

Reageer


6 − = drie