Een aantal jaar geleden nog wees een goede vriendin naar een vierkanten apparaatje in haar hand en sprak plechtig: “Dit heeft mijn leven veranderd.” Toen glimlachte ik beleefd en dacht: ja hoor. Nu ik zelf ook iEmand ben, weet ik beter. De smartphone is in mijn leven gekomen. Maar is het onderwijs zoals ik dat tot nu toe geef essentieel anders geworden? Nee.
 
Maar dat is wel de bedoeling. En het liefst zo snel mogelijk. Eigenlijk moet de toekomst nu gebeuren, als ik het Trendrapport 2014-2015, Technologiekompas voor het onderwijs lees. Het toverwoord is ‘onderwijs op maat’ en het toverstafje is de tablet. Het gepersonaliseerd leren zou mogelijk moeten maken “dat elke leerling onderwijs krijgt dat past bij zijn individuele talenten, leerkenmerken en mogelijkheden.” Als docent zou ik de leerling meer centraal moeten stellen, leerresultaten goed monitoren en het onderwijsaanbod daarop aanpassen. Met andere woorden, ik moet differentiëren.
 
Nu vind ik differentiëren lastig. In de huidige klassikale context betekent het dat ik extra tijd moet vinden om extra materiaal te zoeken of te maken, dat ik extra moet nakijken en extra tijd moet vinden om het in te zetten. Bovenop mijn reguliere taken als lesgeefster, ordehandhaafster, toetsenmaakster, wandelende encyclopedie c.q. woordenboek en vergadertijger. Met goed interactief lesmateriaal zou ik al een stuk geholpen zijn maar een bezoekje aan een digitale leermiddelenbank laat zien dat veel van de leermiddelen nog van papier zijn, dat wil zeggen het is lesmateriaal in een WORD of pdf-document, vaak zonder antwoordmodel.
 
In de onderwijs-op-maat-context waarin elke leerling zijn eigen individuele leerlijn uitzet, en er een rijkdom aan interactieve leermiddelen voor handen zou zijn, is differentiëren wellicht wel mogelijk. En kan zowel de zwakke als de hoogbegaafde leerling op zijn wenken bediend worden. Maar hoe moet ik het voor me zien? Gaat de interactiviteit van het klaslokaal worden ingeruild voor een een-op-een relatie met het tablet? En wat is de rol van de docent? Is hij nog wel iEmand? Of is hij alleen nog een data-verzamelaar die van achter zijn dashboard legio leerlingen begeleidt bij hun uiterst individuele leerlijnen? 
 
Een tablet lijkt me een middel, niet een doel. Klassen zouden beter kleiner gemaakt kunnen worden zodat docenten meer tijd hebben om aan de verschillende behoeftes van leerlingen tegemoet te komen. Zodat leerlingen zich gezien voelen, door de docent en niet door de data-verzamelaar. Want is dat niet veeleer het toverstafje?
 
Interessante links:

4 Reacties op “Klassiek klassikaal”

  1. Christien van Gool zegt:

    Helemaal mee eens! Het grote probleem met computergestuurd onderwijs is dat het nog een grote afhankelijkheid met zich meebrengt van mc toetsen / materiaal. Een open toets kan een computer niet nakijken (boekentoets, essays) – je bent ook bij oefenmateriaal gebonden aan voorgekookte antwoorden en dat werkt niet zo bij een taal. Ik heb zelf altijd een bloedhekel aan al die enquêtes die je toegestuurd krijgt en waar je alleen ja of nee kunt antwoorden terwijl je geen nuances kunt geven. Iets is niet altijd zwart of wit, goed of fout. Juist die persoonlijke toevoeging, die is belangrijk in het onderwijs (van de docent of van de medeleerling). Leerlingen gaan toch ook naar school voor het sociale contact? Misschien is dat nog wel het allerbelangrijkste? Niet om alleen op een scherm te staren. Dat doen ze al genoeg ;-)

  2. Margreet Feenstra zegt:

    Ik heb me inderdaad ook lopen afvragen hoe ze dat willen gaan oplossen, in de bovenbouw havo/vwo zijn open vragen de enige manier te toetsen of leerlingen over het abstracte denken beschikken dat ze voor een vervolgopleiding nodig hebben, maar afgaande op wat ik bij het IPON heb gezien en opgevangen, willen ze wel naar volledig gedigitaliseerde toetsen. Het lijkt me ook een onmogelijkheid. We zullen het zien.

  3. Frank Knol zegt:

    Op zich is het differentieren geen probleem. Je kunt dat namelijk op verschillende manieren doen:
    Tempo
    Verschillende type opdrachten
    Hogere moeilijkheidsgraad
    Het belangrijkste is dat de leerling het niet ziet als extra werk. Er zijn maar heel weinig leerlingen die extra werk leuk vinden. Je zorgt dus dat het een vervangende opdracht is. Om er voor te zorgen dat de vervangende de stof beslaat, controleer dan de leerdoelen die bij de paragraaf of hoofdstuk staan. Als de leerdoelen terugkomen in de vervangende opdracht dan is die geschikt.
    Of er een tablet nodig is, niet perse. Mijn ervaring is dat er hooguit 6 a 7 leerlingen zijn die voor andere leerroute kiezen. De rest wil zekerheid en kiest voor de methode want dat zijn zij gewend. Het beste is om 4 a 5 computers in een klaslokaal te zetten. Dit valt wat makkelijker te overzien, of men wel echt aan het werk is. Daar wringt nu echt de schoen. Er is geen geld voor dit soort investeringen. De meeste scholen komen geld te kort en kunnen dus geen investeringen doen in computers of tablets.
    Digitale toetsen ik zou mij er niet aan wagen. Dit is namelijk erg fraudegevoelig en het systeem wat dit ondersteund is vaak niet goed beschermd.
    Kortom de docent zal blijven bestaan , alleen je moet het vooral zien als extra hulpmiddel om leerlingen naar hoger platform te krijgen.

  4. Margreet Feenstra zegt:

    Je slaat de spijker op zijn kop: alles is mogelijk als er maar geïnvesteerd wordt. Mijn probleem is dat ik niet zie waar ik al dat vervangend materiaal vandaan zou moeten halen, dan zou ik een eigen leermiddelendatabase moeten aanleggen ;)

Reageer


zes + 2 =