Wat is er gebeurd? Was Nederland niet het land waar je onverbiddelijk een kopje kleiner werd gemaakt als je het hoofd boven het maaiveld uitstak? Nu staan we al een dikke week in een Olympische medailleregen en excelleren we in het ‘speedskating’. In de krant lees ik paginalange verklaringen voor dit onbekende fenomeen  en wordt er angstig voorbeschouwd: Wordt het schaatsen niet onmiddellijk afgeschaft nu het podium oranje kleurt? En onze calvinistische levensbeschouwing weet met enige zekerheid te voorspellen dat over vier jaar de onvermijdelijke val na de hoogmoed komt.
 
Kunnen en willen we in Nederland excelleren zonder dat we er nachten van wakker liggen? Ja zeker, zegt de regering in Den Haag, graag ook op het onderwijsvlak. De politiek wil dat we tot de top vijf van de wereld gaan horen op de Olympische Spelen van het onderwijs, genaamd PISA (Programme for International Student Assessment), die elke drie jaar wordt gehouden. Dit grootschalig internationaal vergelijkend onderzoek geeft inzicht in de prestaties van 15-jarige leerlingen in 65 landen. Deelname aan dit onderzoek zal, als het wetsvoorstel wordt aangenomen dat nu bij de Tweede Kamer ligt, binnenkort verplicht zijn voor scholen.
 
Hoe deed Nederland het op het onderwijsvlak?
 
Plaats Nederland in de PISA wereldranglijst
2009
2012
Wiskunde
11e
10e
Leesvaardigheid
10e
15e
Natuurwetenschappen
9e
14e
 
Geen goud, zilver of brons voor ons volgens de PISA 2012 cijfers die in december 2013 werden gepubliceerd, maar een gemiddeld  dertiende plaats voor het Nederlandse onderwijs en een licht dalende lijn. Het PISA onderzoek keek ook naar het aantal excellente leerlingen per land. Nederland heeft minder excellente leerlingen, maar ook minder extreem zwakke leerlingen dan vergelijkbare landen. We excelleren blijkbaar in het opleiden van de middenmoot. Als we het Nederlandse onderwijsprestaties vrij interpreteren naar de woorden van de filosoof Jeremy Bentham "it is the greatest happiness of the greatest number that is the measure of right and wrong", dan is dat helemaal niet verkeerd.  
 
Bij schaatsen lees ik dat onze excellentie te danken is aan een aantal zeer goed geoutilleerde en gesponsorde teams met toptalenten en ervaren coaches die elkaar ophitsen zodat we van de ene na de andere ‘sweep’ kunnen genieten. Een situatie onvergelijkbaar met het onderwijs. Ik zal wel een middenmoter zijn, een exponent van die door de politiek vermaledijde zesjescultuur maar ik kan alleen maar mijn schouders ophalen over die 13e plek.
 
Sven Kramer en Jorrit Bergsma kunnen dan specialisten op de lange afstanden zijn, kunstrijders zijn ze niet. Daar zijn ze niet op getraind. Gaan wij onze leerlingen door middel van (diagnostische) toetsen klaarstomen op bepaalde gebieden voor een plekje ergens hoog in de internationale ranglijst? Zodat we brons, zilver of zelfs goud behalen ter meerdere glorie van het vaderland? Ik niet. Naar mijn mening wordt er al teveel in het onderwijs met cijfers gegoocheld, meten is niet weten en ik betwijfel ten zeerste of onderwijs in het licht van competitie kan worden gezien.
 
Meer over PISA:

Reageer


twee × 3 =