“Wanneer gaan we dat spelletje weer doen?” vraagt de derde klas.
“Als we tijd hebben, ” zeg ik. ‘Maar de studiewijzer laat ons niet veel ruimte.”
“U moest toen vreselijk lachen. ”
Sterker nog, ik snikte van het lachen. Ik denk liever niet aan die vrolijke-janboel-les terug, aan die snedige opmerkingen  en vooral niet aan die slappe lach.  Die van mij.
“Als we nu heel hard aan onze oefeningen gaan werken, mogen we het dan aan het einde van de les doen?”
“We zullen zien,” lieg ik. Geen haar op mijn hoofd die er aan denkt.
 
De slappe lach hoort bij een middelbare school als de geur van tienerzweet. Alleen hoort het plaats te vinden aan de andere kant van de onzichtbare muur. Een docent mag natuurlijk niet gieren van de lach. Docenten hebben de controle. Het moment dat ik mezelf niet langer in de hand had en begon te schateren, voelde zowel uiterst ongemakkelijk als onbedaarlijk vrolijk. Helaas waren de veiligheidskleppen die meestal ferm op hun plaats zitten, op onverklaarbare manier verdwenen. Om maar niets te zeggen van het professionele masker dat al decennia stevig op mijn gelaat geplakt zit.
 
Hoe is het mogelijk, vroeg ik mezelf naderhand af. Ik ben een ervaren docent nota bene. Maar misschien ben ik te ervaren. De laatste tijd merk ik een neiging bij mezelf op om de teugels te laten vieren. Professioneel bulderen en donderen heb ik geen zin meer in. Hoe ouder ik word, des te minder snel ik me in mijn autoriteit aangetast voel en ik het gevoel heb dat ik er bovenop wil zitten. Een heel verschil met die eerste vijf cruciale jaren toen ik nog druk bezig was mijn reputatie te vestigen en ik elke ordeverstoring meende aan te moeten pakken. Consequent zijn, hield ik mezelf voor.  Momenteel til ik daar beslist minder zwaar aan.
 
Het is logisch dat een docent met het klimmen van de jaren anders in zijn of haar vak gaat staan en anders met klassen omgaat. De leerlingen zijn tijdloos, het blijven voor eeuwig tieners, maar de leraar raakt langzaam steeds verder van hen in jaren verwijderd. Tel daar nog eens bij dat de functie inhoudelijk nauwelijks verandert , dat een eindeloze rij nutteloze onderwijsvernieuwingen een onvermijdelijke BOHICA- attitude oproepen (Bend Over, Here It Comes Again)  en voor je het weet ben je een krasse eigenwijze knar die een schooldirectie liever kwijt dan rijk is.
 
Pech voor de schoolbestuurders dat het overheidsbeleid er momenteel op gericht is om de oudere en duurdere leraren met vaste banen op te gebruiken tot hun laatste snik, zodat de jonge en goedkope leraren ontslagen dreigen te worden. Volgens een artikel van de Volkskrant van afgelopen donderdag hebben schooldirecties daar inmiddels wat op gevonden: maak het de oudere docent onmogelijk te functioneren en ontsla hem of haar dan wegens niet functioneren. Een ideale manier om een 58-plusser te lozen.
 
Zelf ben ik ook een van de docenten die tot ver tot na mijn 65ste les zal moeten geven. Vervroegd pensioen, BAPO- regeling, het zit er allemaal niet meer in. Moet ik me zorgen maken over mijn vermeende houdbaarheidsdatum? Twee dingen spreken in mijn voordeel: ik ben nog lang geen 58, dat duurt nog minstens een aantal kabinetsperiodes , en de derde klas zeurt elke les dat ze dat leuke spreekvaardigheidsspelletje weer willen doen, dat door mij hinnikend voortijdig werd afgebroken. Wie weet ben ik niet te oud maar voor eeuwig jong en kan ik nog heel lang mee.
 
Artikel Volkskrant: Oudere leraar belandt op zijspoor.
 
Nooit te oud om te leren, maar wel te oud om te doceren? Wat is jouw mening? Vul de poll hier rechts in of geef je reactie.

2 Reacties op “De houdbaarheidsdatum van een docent”

  1. Christien van Gool zegt:

    Bapo: het is mij nog steeds niet duidelijk of de bapo nu m.i.v. komend schooljaar wordt afgeschaft of niet – ik heb nu een halve bapo – komt er een overgangsregeling voor mensen die al in de bapo zitten of niet?

    Ouder worden: ik herken je verhaal wel over losser worden – ik denk dat het ermee te maken heeft dat je al zo’n automatisch gezag hebt, dat het niet zo gauw meer uit de hand loopt. Verder vond ik het ook anders worden toen mijn kinderen ouder werden: je ziet dan om je heen hoe die pubers zijn en je voelt je meer moeder dan docent soms.

  2. Margreet Feenstra zegt:

    Ik heb geen idee hoe het met de BAPO zit. Volgens mij moet de Tweede Kamer er nog een besluit over nemen. We wachten af.

Reageer


1 − een =