Deze week is het de week van het onderwijs. Veel aandacht in de media deze week voor onderwijs. Het begon 1 oktober met de verkiezing van de leraren van het jaar 2011. Drie collega’s die een jaar lang ambassadeur voor het onderwijs zijn en vandaag op de Dag van de Leraar bij onze minister-president op de koffie mogen komen.

Onze minister van onderwijs Marja van Bijsterveldt zagen we zondag 2 oktober in Buitenhof (zie uitzendinggemist.nl). Haar boodschap: de lat moet omhoog!  Hoe gaan we die lat omhoog brengen: meer rekenen en taal, meer zorgleerlingen in de groep opvangen, meer leerlingen in de klas, meer gaan toetsen. Maar om het niveau echt omhoog te brengen zijn het dit keer vooral de ouders die de zwarte piet krijgen van onze minister (docenten de schuld geven van slecht onderwijs kan natuurlijk niet in zo’n mooie week van het onderwijs). Ouders doen niet genoeg en daardoor zijn de prestaties van leerlingen te laag. Ze moeten meer gaan voorlezen, huiswerk overhoren en ontbijt aan hun kinderen geven. Het onderwijs zelf hoeft alleen maar meer te gaan toetsen.

Op maandag 3 oktober was er de Avond van het Onderwijs (zie ook uitzending gemist). Hier stonden ook de ouders centraal en dan met name de kloof tussen ouders en scholen (vooral in voortgezet onderwijs en mbo). Er is onderzoek gedaan door de Radboud Universiteit waaruit blijkt dat ouders bezorgd zijn over het stijgend aantal zorgleerlingen in de klas: de oplossing volgens dit onderzoek - meer specialisten in de school. En ouders vinden dat er een vaste plek op school moet komen om informeel met leraren te kunnen praten. Leerlingen zijn hier overigens minder enthousiast over volgens het onderzoek: “ouders moeten niet teveel op ‘hun terrein’ komen. Zij willen thuis en school liever gescheiden houden.”

De discussie in de Avond van het Onderwijs ging helaas niet echt over onderwijs – ik hoorde nogal wat deskundigen praten, er waren leuke stellingen bedacht die over en weer mochten worden verdedigd maar het raakte me niet echt: het format was te star om tot echte discussie te leiden. De leraren van het jaar werden ook nog even gepresenteerd, met de nadruk op even: ze zaten gezellig gedrieën op een rijtje, de namen werden genoemd en de eerste docent mocht één zin zeggen en weg gingen we weer naar leuke muziek of de volgende stelling. 

Gelukkig kwam de mbo leraar van het jaar Susanne Winnubst in NRC Handelsblad inhoudelijk beter aan haar trekken op dinsdag 4 oktober. Een klein citaat: ‘Hoe meer rust, orde en structuur je biedt, hoe meer je lessen gewaardeerd worden.’

In de Volkskrant van vandaag legt Ferry Haan de vinger precies op de zere plek: ‘Het onderwijs telt te veel niet-productieven.’ En een ander bericht sluit daar bij aan over een onderzoek naar de Voorschool. De conclusie Voorschool werkt niet. Wat is de reden volgens de onderzoekers: ‘De manier van lesgeven en de kwaliteit van de leerkrachten en leidsters blijkt bepalend voor het effect van de vroeg-/voorschool.’

Alles staat of valt dus met een goede docent: een docent die moet kunnen lesgeven. De beste leraar staat voor een rustige klas. Veel plezier vandaag!

PS Mijn school heeft goed gekeken naar het logo van de Leraar van het Jaar: wij worden vandaag getrakteerd door onze directie op appels en roze koeken (gelukkig niet alleen appels maar roze koeken??)

Reageer


5 × = vijfenveertig