Enige dagen terug schreef ik over een Diploma van Waarde. Over de beeldvorming: leerlingen kennen en kunnen niks meer. En de onmiddellijke reactie van de politiek: het onderwijs moet beter, de lat moet hoger etc.
Een verhelderend artikel kwam ik onlangs tegen in Levende Talen Tijdschrift (vakblad voor talendocenten) geschreven door Helge Bonset ’Spelling in het Onderwijs: hoe staat het ermee en hoe kan het beter?’ (hieronder staat de link naar het artikel)
Zijn conclusies:
Er wordt heel wat aandacht aan spelling besteed, zowel in het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs, maar het gaat mis in de toepassing. Als er een toets wordt gegeven, kunnen leerlingen die redelijk foutloos maken, maar als ze vervolgens een vrije opdracht krijgen of de regels bij andere vakken moeten toepassen, dan maken ze fouten. Ze kennen de regels dus wel maar passen ze niet toe.
Wat is de verklaring hiervoor volgens Helge Bonset:
  • Leerlingen zien de zin van correct spellen niet in: ze hebben geen ‘spellinggeweten’ (de wil om foutloos te spellen) en daardoor geen ‘spellingbewustzijn’. Ze realiseren zich niet dat hun spelfouten hen in formele situaties zwaar worden aangerekend. Ze zijn gewend aan allerlei informeel taalgebruik en realiseren zich niet dat er een groot verschil is tussen schrijftaal en spreektaal of smstaal.
  • Ze kunnen geen twee dingen tegelijk: én nadenken over de inhoud én letten op de spelling. Ze zijn gewend door sms en email en reacties op internet om snel te tikken c.q. schrijven en daar is het volledig geaccepteerd om fouten te maken. Ze moeten dus leren om te reviseren.
  • Ze gebruiken de aanwezige hulpmiddelen niet: bijvoorbeeld de spelling- en grammaticacontrole van Word of het Groene Boekje (logisch als je de zin er niet van inziet).
  • Leerlingen kennen de regels onvoldoende en gaan intuïtief te werk: ze baseren zich op woordbeelden die ze hebben opgedaan uit gelezen teksten en dan speelt frequentie een rol (gebeurd komt vaker met een ‘d’ voor dan met een ‘t’).

Vooral het eerste punt is erg belangrijk en wordt onderschat in het onderwijs. Verder denk ik zelf dat het gebrek aan leesvaardigheid een sterke rol speelt: leerlingen die weinig lezen, hebben weinig geheugen waar ze uit kunnen putten en als datgene wat ze lezen fout is gespeld (via sms of op internet) dan worden woorden fout ingeprent in het geheugen.

Dat het op de basisschool wel meevalt, ook zelfs in vrije schrijfopdrachten, wordt beschreven door Jannemieke van de Gein in Onze Taal van september 2010. In het basisonderwijs wordt dus voldoende aandacht besteed aan de regels en kunnen leerlingen ze ook toepassen. Van de Gein stelt dat het pas mis gaat in het voortgezet onderwijs. Dit ondersteunt de visie van Bonset dat het vooral gaat om dat spellinggeweten: naarmate leerlingen ouder worden, vinden ze het minder belangrijk om goed te spellen.

Niet het onderwijs maar de leerlingen zijn veranderd! We kunnen daar wel iets aan doen natuurlijk maar dat vereist dan een andere beleidslijn bij veel vakken.

Jaren geleden is er namelijk vanuit allerlei geledingen op gehamerd dat we vaardigheden moesten scheiden: literatuur mocht niet meer getoetst worden in een mondeling waar de spreekvaardigheid tevens werd beoordeeld (bijvoorbeeld bij de Moderne Vreemde Talen), bij Geschiedenis ging het alleen om de inhoud en niet om hoe het werd geformuleerd – van hogerhand zijn dit soort zaken opgelegd: het is dan onterecht om docenten aan te wijzen als schuldigen (ze leggen de lat niet hoog genoeg!).

Om inzicht te krijgen in de problematiek t.a.v. spelling heeft De Tweede Kamer dan ook meer aan bovengenoemde artikelen dan aan het eerdergenoemde rapport van de Onderwijsraad.

SpellingLTT Helge Bonset

2 Reacties op “Een diploma van waarde 2”

  1. Paul zegt:

    Zwartepieten lost sowieso niets op. Verder is het mij allemaal te zwart/wit gesteld: “Leerlingen zien de zin van correct spellen niet in”. Er staat telkens “Ze dit” en “Ze dat”. Voor mijn gevoel is de werkelijkheid complexer. Ik zie dat leerlingen wel degelijk een verschil maken tussen privé-spellen (vriendjes onderling) en “echt” spellen, voor school bijvoorbeeld. Dat dit niet zo handig is, beseffen veel leerlingen niet natuurlijk. Het heeft zich ook ingesleten door het computeren, typen in kleine schermpjes enz. Als er een spellingcontrole op een computer is, LIJKT zelf kunnen spellen ook minder belangrijk. Net als hoofdrekenen en de aanwezigheid van rekenmachines. Het LIJKT allemaal minder belangrijk, want er is toch een oplossing bij de hand.

    In elk geval onderschrijf ik zeker het beeld dat van hogerhand spelling veel minder belang toegekend werd dan voorheen, en dat terrein moet nu moeizaam terug veroverd worden…

  2. Christien van Gool zegt:

    @Paul
    Zwartepieten: in Sinterklaastijd wel toch?

    Wat terugveroveren betreft: jij vindt dat dit wel moet gebeuren? Dus bijvoorbeeld bij andere vakken spellingsfouten als fouten meetellen?

Reageer


× acht = 56