Foto:  Marcel van den Bergh / De Volkskrant
Afgelopen week, op 23 september 2010 om precies te zijn, heeft de Tweede Kamer ingestemd met de nieuwe voorstellen voor de zak/slaagregeling. Ongemerkt zijn de voorstellen aangenomen – ik heb weinig gehoord van protesten uit het onderwijsveld. Betekent dat een instemming?

Ik citeer uit het ANP bericht: ‘We moeten af van de zesjescultuur in Nederland, weg van de terreur van de middelmaat. Door de exameneisen strenger te maken leggen we de lat hoger en dat is een goede zaak’, aldus Van Bijsterveldt. Veel Kamerleden waren het met haar opstelling eens.

Komen we met deze voorstellen af van de zesjescultuur? Het LAKS, bij monde van Steven de Jong, denkt van niet. Het LAKS wil bevoegde docenten en ‘meer lessen in de kernvakken in de onderbouw, geen ophokuren meer, maar ook bijvoorbeeld minder maatschappelijke functies toekennen aan het onderwijs. De school is immers geen opvoedingsinstituut.’

Wat vinden docenten? Bemoeien die zich met dit soort zaken of zijn ze alleen met hun eigen vak bezig?

Artikel in Trouw
Artikel Nu.nl
Bericht VO-raad

4 Reacties op “Strengere exameneisen”

  1. Assepoester zegt:

    De zesjescultuur wordt vooral in stand gehouden door docenten die liever aardig zijn voor hun lln dan ze uit te dagen. Gewoon korte termijn winst. Niet te veel eisen stellen, en soepele schoolexamens opstellen. Zo houd je de meeste lln wel te vriend.

    Docenten die er wat harder aan trekken maken zich niet populair bij de leerlingen, en op nogal wat scholen ook niet bij het management. Pas achteraf zijn je lln blij als je wel eisen hebt gesteld. Tja, hoe ver wil je gaan? Waar stop je nog energie in, als je al teveel op je bordje hebt liggen?

    Gelukkig komt de discussie over dit soort zaken nu goed op gang. Kijk maar op de sites van BON en LIA. Daar zie je dat docenten naast hun eigen vak ook met hun beroep bezig zijn.

  2. Toon van der Ven (@TvenLT) zegt:

    Hmm, ik zou de school best een opvoedingsinstituut willen noemen hoor, maar niet uitsluitend en niet het enige. Verder heeft het LAKS groot gelijk dat je dit soort stoere praat in de praktijk waar moet maken met precies de maatregelen die Steven de Jong noemt. De nullijn voor docenten waar de kamer onlangs, met steun van PVV, mee ingestemd heeft, helpt niet om het beroep aantrekkelijker te maken.

    En docenten die zich alleen met hun eigen vak bezighouden, worden op een dag wakker om vast te stellen dat dat vak ineens afgeschaft is: onderwijs staat of valt bij individuele vakexperts die samen een team vormen.

  3. Marieke zegt:

    Ik ben het erg eens met de twee reacties hierboven.

    Niets dan lof voor het LAKS. Zij hebben goed in de gaten dat er van een verhoging van de exameneisen geen sprake kan zijn wanneer het onderwijs niet verbetert. Door het systeem waarbij de norm pas wordt vastgesteld nadat het examen gemaakt is kan het gebeuren dat een leerling voor een 5,5 dit jaar minder hoeft te presteren dan voor een 5 vorig jaar.

    Van “de lat hoger leggen” kun je pas spreken als er te vergelijken valt met het jaar daarvoor. Van “afrekenen met de zesjescultuur” kun je al helemaal nog niet spreken.

    Goed dat het LAKS dat doorziet, spreekt van symboolpolitiek en in plaats daarvan gewoon beter onderwijs eist. Goed ook dat lerarenorganisaties als BON en LIA hetzelfde doen.

  4. Jan van de Velde zegt:

    Wat vinden docenten? Bemoeien die zich met dit soort zaken of zijn ze alleen met hun eigen vak bezig?

    Zesjescultuur los je nooit op. Ga 7′s eisen en je krijgt vanzelf een zeventjescultuur. Maar dat hoeft ook niet het doel te zijn.

    Waar het om gaat is wat je eist aan kennis en vaardigheden in ruil voor dat zesje of zeventje. Dát maakt de waarde van een diploma.

    Dat eisenpakket staat voor elk examenvak redelijk nauwkeurig omschreven in een hele lijst met ‘eindtermen’.(1)

    Die eindtermen worden dan getoetst in een schoolexamen(2) en een centraal examen(3).

    In de correctievoorschriften (4) van dat centraal examen wordt dan bepaald wat nog wel of niet meer als “goed” beoordeeld mag worden en hoeveel van de toekenbare punten mogen worden toegekend. Ten slotte wordt dan, na een steekproef uit de landelijke resultaten een normering (5) vastgesteld die de toegekende punten vertaalt naar een cijfer op 10 zoals we dat gewend zijn.

    Al deze punten (1) tot en met (5) zijn van véél grotere invloed op de waarde van een diploma dan de vraag of er een 5, een 6 of een 7 op de eindlijst staat.

    Laat de zesjes voor wat ze zijn.
    Op mijn lagereschoolrapport stond destijds een lijstje met “betekenis der cijfers”. Een 6 betekende “voldoende”. Vrij vertaald: “voldoet aan de eisen”.

    Maar eis er dan gewoon meer voor dan tegenwoordig regelmatig gebeurt. Of gééf anders gewoon iedereen bij de geboorte een drs-titel. Dan kan er pas serieus op onderwijs bezuinigd gaan worden.

Reageer


− drie = 2