Dit keer een bijdrage van Albert van der Kaap, community-manager Geschiedenis, over de problemen met digitaal materiaal in de loop der jaren.

Frustranet
Ooit, in de prehistorie van het commerciële internet, ben ik begonnen met het aanleggen van een verzameling links. Ik was zeker niet de enige en sommige van die verzamelingen verschenen zelfs in boekvorm (sic!). Mijn verzameling historische links was keurig geordend op periode, land, onderwerp, persoon en alfabet. Ik dacht dat ik er collega’s en leerlingen een plezier mee zou doen. Ze zijn nog steeds beschikbaar op Histoforum.

Maar helaas, toen ik er enkele duizenden had verzameld, bleek al spoedig dat websites  sneller van internet verdwijnen dan modewinkels uit het straatbeeld.

Desalnietemin startte ik, niet veel later, met het maken van webquests, waarbij de bronnen grotendeels van internet afkomstig zijn. Bij het zoeken van websites lette ik erop dat – in ieder geval de belangrijkste – bronnen afkomstig waren van gerenommeerde instanties, bijvoorkeur van .edu sites. De opdrachten staan nog steeds op Histoforum.

Maar helaas, ook deze instellingen verwijderen nogal eens inhoud of reorganiseren de website waardoor links niet meer werken. Oké, ze zijn dan nog wel te vinden, als je tenminste weet hoe je moet zoeken, maar de meeste leerlingen haken af als meer dan één link niet werkt. En neem het hen maar eens kwalijk. Zij hebben niet om de opdracht gevraagd.

Toen besloot ik me te werpen op informatievaardigheden. Als websites zo vaak verdwijnen of van url veranderen, is het misschien beter leerlingen te leren hoe zij zelf efficiënt en effectief moeten zoeken. Een vaardigheid die hen in dit informatietijdperk sowieso goed van past komt. Uit allerlei onderzoek blijkt namelijk dat leerlingen veel minder informatievaardig zijn dan docenten vaak denken.

Toen ik mij verdiepte in het maken van multimediaal lesmateriaal en een opdracht maakte over Brugge in de late middeleeuwen, kon ik het toch weer niet laten. Ik gebruikte weer links. Als het zoeken geen doel op zich is en je effectief gebruik wilt maken van je lestijd en de huiswerktijd van de leerling moet je wel. Bovendien wilde ik gebruik maken van bepaalde filmpjes waarin antwoorden te vinden waren, dus had ik geen keus. Maar ik was vol goede moed. Filmpjes zouden toch wel niet zo snel verdwijnen.

Helaas, helaas. Een aantal jaren geleden startte Teleblik met het verknippen van langere uitzendingen in korte, hapklare brokken. Bijzonder handig voor het onderwijs, vooral ook omdat de website een prima zoekfunctie heeft. Vanwege de rechten op deze fragmenten, moesten scholen inloggevens aanvragen om gratis van Teleblik gebruik te kunnen maken.

Onlangs werd ik onaangenaam verrast toen bleek dat Teleblik alle korte fragmenten van de website had verwijderd en had overgeplaatst naar de betaal-website Ed-it. Blijkbaar heeft/krijgt men onvoldoende financiële middelen om de gratis dienst in stand te houden. Maar hierdoor is mijn lesmateriaal deels onbruikbaar geworden al kreeg ik van Teleblik nog wel de tip dat het nog steeds mogelijk is zelf  fragmenten te knippen. Dat betekent echter opnieuw uren werk. 

Gelukkig blijft Beeldbank wel gratis en zullen de korte fragmenten, zo werd mij verzekerd, op deze website wel beschikbaar blijven. Althans, een deel slechts tijdelijk. Bij elk filmpje op Beeldbank staat namelijk vermeld tot welke datum het beschikbaar blijft, ook weer in verband met rechten. Sommige filmpjes kennen geen tijdsrestrictie, maar andere zullen op korte of lange termijn ook van deze website verdwijnen.

Ik had over deze beperking heen gelezen en ben blij met de tip, maar al met al wordt het er niet gemakkelijker op om internet te gebruiken voor het ontwikkelen van lesmateriaal. Internet wordt zo eerder een frustranet. 

Deze column (en anderen) is ook te vinden op Histoforum

3 Reacties op “Gastcolumn 13: Frustranet”

  1. John Daniëls zegt:

    Het is inderdaad frustrerend te moeten constateren dat je met veel moeite bijeen gesprokkelde weblinks na verloop van tijd zijn verdwenen of tegen betaling kunnen worden geopend. Zo gaat er veel bruikbaar onderwijsmateriaal verloren. Ik denk dat de digitale vaklokalen uitkomst kunnen brengen, ook buitenlandse, zoals http://www.schoolhistory.co.uk/. Daar is van alles vrij te downloaden, zoals: 650+ downloadable worksheets, »80+ PowerPoint presentations en »Latest resource additions. Ik vertrouw erop dat de Engelse collega’s geschiedenis controleren of de url’s nog valide zijn. Tja, maar Engels? Dat hoort toch thuis in het taallokaal? Ik denk het niet. Met hulp van de taaldocenten raadplegen leerlingen vreemdtalige bronnen voor de exacte- en zaakvakken. Waarom WebQuests maken in het Nederlands? Er zijn er heel veel in de schooltalen. Zie voor Engels en Frans: http://www.internetonderwijs.net/Levende%20Talen/LTM2010/LTM2010.htm en voor Duits: http://www.internetonderwijs.net/Levende%20Talen/LTM2011/LTM2011.htm. En docenten geschiedenis die toch liever hun leerlingen Nederlandstalige bronnen laten raadplegen, kunnen ze sturen naar het uitstekende Histoforum van de columnist, Histotheek http://www.histotheek.nl/, Geschiedenisweb http://www.geschiedenisweb.nl/ met meer dan 1000 te raadplegen websites. Dan is er ook nog geschiedenis.nl. Ik denk dat al deze bronnen samen een goed beeld en dus lesmateriaal kunnen opleveren van de wereldgeschiedenis.Ik denk ook dat het een taak is van de vakmensen van de slo om in werktijd al deze bronnen te inventariseren en op onderwerp en niveau in een database te zetten naast of op het reeds bestaande leermiddelenplein. Met programma’s als Webcopier of HTTrack kunnen alle websites worden gedownload. Daaruit wordt dan het digitaal lesmateriaal ontwikkeld dat op den duur leerboekvervangend kan zijn. Dit moet niet door docenten in hun vrije tijd zonder vergoeding worden gedaan. We hebben ook nog pedagogische centra die kunnen helpen, CINOP en wat al niet meer aan instituten zich met onderwijsondersteuning bezig houden. Maar welk instituut gaat beginnen? Leerlingen moeten de zekerheid hebben dat als ze aan een internetopdracht beginnen de te raadplegen bronnen er ook echt zijn. In een WebQuest zijn het er bijna nooit meer dan tien. Dat die allemaal niet meer bereikbaar zijn, ligt niet zo voor de hand. Zo niet, dan moeten de url’s worden verwijderd, zodat leerlingen niet voor niets klikken. Albert van der Kaap heeft gelijk: dan haken ze af.

  2. John Daniëls zegt:

    Ik had in mijn reactie ook geschiedenisweb.nl genoemd waar ik deze tekst had gezien: Bladeren op geschiedenisweb…De database van geschiedenisweb bevat meer dan 1000 websites over geschiedenis. Via deze pagina is het mogelijk op onderwerp door het bestand te bladeren. Klik op de beginletter om een onderwerp te vinden. Klik op het onderwerp zelf om gegevens over dit onderwerp te bekijken.
    A B C D E F G H I J K L M N O P R S T U V W Y Z
    Maar ik had nog niet gebladerd door de letters van de database. Toen ik dat later wel deed, was ik teleurgesteld, want met een klik op de N waar ik dacht allerlei informatie over Napoleon te vinden, vond ik maar een woord: naaimachines. Onder de S veronderstel je Stalin te vinden, onder de M van plaatsnamen: Moskou. Niets van dit alles. De schoenmaker moet ook bij zijn leest blijven. Met excuses aan de echte historici!

  3. Eus van Hove zegt:

    Het onderhouden van weblinks kost tijd. In de vakantie heb ik de links in de Webquests Microbiologie bijgewerkt. Dat heeft mij 6 uur tijd gekost.

Reageer


7 − = twee