[In de gast column is deze week Johan Splinter aan het woord, docent klassieke talen in het VO en community-manager voor dat vak]

Good governance
De gemiddelde scholengemeenschap begint steeds meer op een commercieel bedrijf te lijken. De ouders zijn de consumenten en de geslaagde examenleerlingen zijn het product van onze arbeid. Zij ondergaan in onze werkplaats een al dan niet door henzelf gewenste behandeling, zodat de ruwe materie die in de brugklas is aangeleverd door de consument na een aantal jaren als glanzend eindproduct weer kan worden afgehaald. 
Dat de school een bedrijf wil lijken, komt naar voren in de naamgeving van bepaalde functionarissen (managers) en de soorten reclame bij de leerlingenwerving (catchy reclamefolders, promotiefilmpjes). Het blijkt ook uit meer inhoudelijke dingen, zoals de manier waarop de school bestuurd wordt.

Wat is er de afgelopen jaren op veel scholen veranderd?
Het bestuur werkt op grotere afstand als een raad van toezicht. De directie is uit de inspirerende, directe omgeving van het onderwijs weggehaald om strategisch beleid te ontwikkelen en heeft de beslissingsmacht, die het bestuur vroeger had. Het salaris stijgt met het leerlingenaantal mee. De schoolleiding per locatie heeft een taakstelling op financieel gebeid, managers moeten doelmatig en controlerend opereren.
De docenten geven les, worden beoordeeld op het aantal leerlingen met een onvoldoende resultaat en bemoeien zich weinig of niet met het algemeen beleid, zoals ooit in de docentenvergadering gebruikelijk was. Als docenten dat wel willen doen en ideeën willen inbrengen, gaat de communicatie vaak via te veel lagen. Men heeft niet eens meer zin om te reageren: het kost veel moeite en geduld, duurt allemaal heel lang. Van de ingebrachte ideeën in sectie jaarverslagen, vergaderingen of gesprekken hoor je voorlopig niets meer, als je er al een reactie op krijgt.

Laat dan maar zitten verder!
Deze traagheid en bureaucratie hebben een verlammend effect op veel docenten. Ze raken hun binding met hun school langzamerhand kwijt en ook een gedeelte van hun beroepstrots. De school lijkt hiermee op een bedrijf uit vervlogen jaren. Moderne bedrijven hebben een veel plattere structuur en daardoor veel snellere communicatie.
Het grappige is, dat de overheid momenteel op twee tegengestelde manieren met deze problematiek bezig is: via de wet good governance en het convenant leerkracht. In deze wet (die in de maak is) wil men, naar verluidt,  het bovenbeschreven Raad van Toezicht model opleggen met alle vervreemdende gevolgen van dien. Nu maar hopen dat dit niet waar is.

Convenant Leerkracht
In het Convenant Leerkracht is door de minister met VO-raad en bonden afgesproken, dat ze een professioneel statuut ontwikkelen, waarin een grotere zeggenschap van de docenten wordt vastgelegd:
“Een sterkere positie van de leraar in de school begint bij de erkenning dat de leraar in de dagelijkse onderwijspraktijk over professionele ruimte moet beschikken om zijn werk goed te kunnen doen. Sociale partners en de minister van OCW onderschrijven dat beginsel en spreken af dat de positie van de leraar in de school wordt versterkt door deze professionele ruimte – de interne zeggenschap van de leraar ten aanzien van het ontwerp en de uitvoering van het onderwijskundig en kwaliteitsbeleid van de school – onderdeel wordt van de zorg van het bevoegd gezag voor goed bestuur. Professionele ruimte behelst tevens rekenschap geven over de kwaliteit van het werk.”

Nu maar hopen dat dit wel waar is.

4 Reacties op “Gast column 9 Good governance?”

  1. John Spijker zegt:

    Helemaal mee eens. En:laten we de professionals nu eens gewoon hun professionele gang laten gaan en laten de bestuurders en leidinggevenden (tussen aanhalingstekens natuurlijk)nu eens gewoon ondersteuning gaan bieden, want een goed opgeleide professional weet heus zelf wel genoeg over het hoe en wat. Good governance is in de eerste plaats: ondersteunen, faciliteren en samenwerken.

  2. Henk zegt:

    Alhoewel veel schooldirecties het zo voorstellen, en -zo vrees ik- veel MR’s er met open ogen intrappen, zal de wet Good Governance het RvT-model hoogstwaarschijnlijk niet dwingend voorschrijven. Voor info: http://beteronderwijsnederland.net/node/4913#comment-41089

    Goed stuk, overigens. Complimenten.

  3. Christien van Gool zegt:

    @Johan
    Wat in het Convenant staat klinkt mooi maar wie moet dat gaan afdwingen als het bevoegd gezag in gebreke blijft? De docent die allang is afgehaakt? De MR die op veel scholen weinig voorstelt?? Papier is geduldig…

  4. Johan Splinter zegt:

    Nou Christien, over de MR ben ik veel positiever. Veel medezeggenschapsraden zijn behoorlijk kritisch en actief. Docenten kunnen een zwakke MR ook aan het werk zetten door de openbare vergaderingen te bezoeken en door naleving van de regelgeving(zoals het professioneel statuut) te eisen. Ik stel me zo voor, dat het statuut de vorm krijgt van een contract tussen de onderwijsinstelling en de professional en onderdeel wordt van de akte van benoeming. Dat lijkt mij een voldoende verankering.
    Maar goed: het is allemaal nog in de maak en veel hangt af van de slagkracht van de vakbonden. Ik hoop dat je te pessimistisch bent en heb natuurlijk ook wel mijn twijfels, gezien de wollige formulering van het een en ander.