Vandaag een verhaaltje over een goede collega. Het is een aanklacht, een soort biecht, dat past wel bij Aswoensdag vandaag.

Het is iemand die over een jaar met FPU gaat, die jarenlang met veel plezier heeft lesgegeven, dat goed en gedegen deed maar nu toch een beetje gefrustreerd raakt zo aan het eind van zijn carrière. Mijn collega wil stoppen met het vrijwilligerswerk dat naast het lesgeven werd gedaan:

“Wat betreft mijn wens om terug te treden als bestuurslid: ik loop daar al langer mee rond. Kernvraag: waarom zou ik mij inzetten voor collega’s die het vak geen ‘roeping’ meer vinden maar een plicht, en dan vaak een plicht die komt na huwelijk, partner, kinderen, vrije tijd, en vakantie. Buitenlandse reizen? Geen tijd. Bezoek aan de schouwburg? Kan het niet op school? Ik erger mij af en toe groen en geel aan de verzoeken om materiaal op de lerarensites: heppu nog ff snel wat spul foor mijn? Ik moet dagelijks al achter een hoop dingen aan bij leerlingen (tot en met de eindexamenklas), dus om dan ook nog achter collega’s aan te moeten gaan? Nee, dank u wel! Nederland krijgt het onderwijs dat het verdient: hooguit middelmaat!!’

‘Een ander voorbeeld van collegialiteit. Ik ben hoofdgebruiker van lokaal 4. De lokalen 1 t/m 9 zijn nog geen vier jaar oud. De muren van lokalen 1 t/m 3 zijn al twee keer voor de Open Dag schoongemaakt en geschilderd vanwege de meest afschuwelijke teksten. Die van mijn lokaal zijn nog schoon op een paar streepjes na. Maar nu ik minder les geef, wordt het lokaal meer door anderen gebruikt, dus balpenvullingen steken in het plafond, banken zijn af en toe beschreven, de tafels en stoelen zijn een chaos als ik er een dag niet in heb gezeten. De directie zegt dat ik de collega’s maar moet aanspreken! Ammenooitniet!!
Zo kan ik nog even doorgaan. Men maakt er een potje van.’

Klopt dit beeld? Wat vinden met name onze jongere collega’s van dit verhaal?

10 Reacties op “Onderwijsfrustratie”

  1. Joan zegt:

    Deze man heeft helemaal en 120 % gelijk! Ik heb exact dezelfde ervaringen. Helaas moet ik nog wat langer dan 1 jaar deze ergernis verbijten. Het komt zelfs voor een jonge collega voorzieningen in mijn lokaal bewust molt om populair te zijn bij het volkje. En vervolgens zijn verbazing naar mij uitspreekt dat er ‘blijkbaar’ iets fout gegaan is. En of ik dat als handige piemel niet weer kan repareren. Over mentaliteit gesproken!
    Een al wat oudere collega.

  2. Albert zegt:

    Dat van het lokaal herken ik. Ik ben als docent ‘digitale zaken’ (laat ik het zo maar even noemen) als beheerder van het computerlokaal aangesteld. Prima. Dan kan en mag ik het lokaal beheren zoals ik het graag wil. Netjes opgeruimd. Met zorg gebruik maken van de dure spullen die aan je toevertrouwd worden, eruit halen wat erin zit en leerlingen die de computernerd uithangen terugfluiten. Tot zo ver niets aan de hand.
    Maar… Ik werk drie dagen per week. Op de andere dagen wordt het lokaal ook gebruikt. Da’s logisch, want je laat die dure apparatuur niet verstoffen. Er zijn meer dan voldoende toepassingen op alle vakgebieden waarbij de computer, en vooral internet, ingezet kan worden. Als ik op woensdag en vrijdag, na een dag afwezig te zijn geweest, kan ik er vergif op innemen dat er een paar computers aan zijn blijven staan, dat de mislukte prints rond de printer slingeren en niet in de oudpapierdoos liggen, er een halfvol, gedeeltelijk ingedroogd kopje koffienaast mijn toetsenbord staat en dat er in de uithoeken van het lokaal flink gesnoept is, zonder dat de chipsresten, koekkruimels, kauwgumresten, colavlekken en verpakkingsmaterialen zijn opgeruimd. Er zitten balpenstrepen en sleutelkrassen op de tft-schermen en de toetsen plakken van de lipgloss aan elkaar. Muizen hebben een gecoupeerde staart of zijn verdwenen. En altijd constateer ik dat vóór de eerste les, nadat ik een dag afwezig ben geweest.
    Natuurlijk gebeurt er tijdens mijn lessen ook wel eens wat. Ik heb geen ogen in mijn rug en 30 leerlingen zijn één docent per definitie te snel af. Komt er schade, dan probeer ik de schade zo snel mogelijk te herstellen of ik meld het bij de conciërge of systeembeheerder. Waarom kunnen mijn collega’s dat niet? Waarom vervangen zij die defecte koptelefoon niet? Of de batterijen in de afstandsbediening? Denken ze dat ik dat wel zal doen? Tot nu toe hebben ze gelijk, maar ik weet niet hoe lang dat nog duurt…

  3. Frank Jongbloed zegt:

    Ik vind het een flutstukje.

    Docenten die klagen dat andere docenten klagen. De pot verwijt. Ik durf te wedden dat er aardig wat docenten zijn die haast smullend het lokaal betreden om te aanschouwen wat er nu weer onder toeziend oog van een collega verloren is gegaan.

    Natuurlijk snap ik dat er niets kapot gemaakt mag worden, maar om het eenvoudigweg aan de laksheid van de jongere collega’s te wijten (of aan collega’s in het algemeen), dat vind ik een zeurderig staaltje struisvogelpolitiek. Docenten die communicatief vaardig genoeg zijn om hun mening te spuien op een onderwijssite moeten dat toch ook kunnen richting hun collega’s?

  4. albert zegt:

    Natuurlijk breng ik mijn ongenoegen over de gang van zaken ter sprake, bied oplossingen aan (logboekje op het bureau). Iedereen belooft beterschap, maar ik word er soms zo moe van….

  5. Rob zegt:

    Misschien kan je in plaats van te klagen ook wel uitgaan van het principe ‘Wat je zaait zul je oogsten’.
    Blijkbaar is het ergens in het verleden fout gegaan en de gevolgen komen nu naar boven.

  6. Paul zegt:

    Elke docent altijd een eigen lokaal en leerlingen gaan zich vanzelf gedragen als gasten bij een gastheer in plaats van als bezoekers van een bushokje. Als je het maar het vanzelfsprekende van ze opeist. Misschien is een eigen lokaal gezien het aantal parttimers lang niet altijd haalbaar, maar dat is mijn ervaring.

    En daarnaast geldt dat je in je werk altijd meer zorgvuldige en professionele collega’s hebt en mindere…

  7. Christien van Gool zegt:

    @Frank
    Ik denk dat de situatie in het basisonderwijs waar jij lesgeeft heel anders is dan in het voortgezet onderwijs: hier komt de schaalgrootte om de hoek kijken.
    Ik zit zelf weleens in een lokaal (een van de vele) waar ook altijd rotzooi was (tafels bekrast etc) – na navraag bij de conciërge bleek dat het lokaal ‘s avonds werd gebruikt door iemand die ik helemaal niet ken – het lokaal werd verhuurd. Het is dan lastig om zo iemand zelf aan te spreken!
    Ik wil maar zeggen: soms weet je niet eens wie er in het lokaal voor jou heeft gezeten en als jij er maar één keer in de week komt, weet je ook niet wie de ‘dader’ is.
    @Rob
    Leerlingen hebben een consumentenhouding: als je ze wijst op rotzooi die ze achterlaten, wijzen ze vaak op de schoonmaker. Of het schoolgeld dat ze betalen. Taak van ouders om ze hier beter in op te voeden, en voor ons als docenten om dat te ondersteunen. Maar soms vraag je je af hoe die leerlingen zich thuis gedragen… Het automatisme om iets in een prullenbak te gooien, hebben veel kinderen niet van huis uit meegekregen!

  8. Marieke zegt:

    Het verdwijnen van het verschijnsel ‘eigen lokaal’ (ik weet niet of het aan de parttimers ligt. Toen ik fulltime wilde zwierf ik ook als een nomade van lokaal naar lokaal en van gebouw naar gebouw) is hier inderdaad deels debet aan. Mensen voelen zich minder verantwoordelijk voor een lokaal waar ze wekelijks maar 1 uurtje zijn. Dat heeft niet alleen gevolgen voor het toezicht op vernielingen, maar ook voor de mate waarin een lokaal wordt ‘bijgehouden’. Heb je een of twee vaste lokalen, dan nodigt dat uit om er eens wat nieuwe posters op te hangen of iets aan de aftandse prikborden te doen. Zit je wekelijks in vijftien, twintig verschillende lokalen, dan komt zoiets minder snel in je op.

  9. Marieke zegt:

    En wat de frustratie over “collega’s die het vak geen ‘roeping’ meer vinden maar een plicht, en dan vaak een plicht die komt na huwelijk, partner, kinderen, vrije tijd, en vakantie” betreft:

    Je hebt natuurlijk zowel onder oudere als onder jongere docenten collega’s die zich meer en minder inzetten. Iedereen kent daar voorbeelden van. Maar om in algemene termen te spreken: ik denk dat met de HOS een beweging is ingezet naar het leraarsberoep als ‘bijbaan’. Sindsdien is het beroep minder aantrekkelijk voor kostwinners, voor mannen en vrouwen die de hele week beschikbaar zijn. Het is meer iets geworden dat je parttime doet, naast je studie, naast je gezin, naast je andere baan. Dat heeft zijn consequenties: “getrouwd zijn met de school” wordt steeds meer iets van het verleden.

  10. Rob zegt:

    @ Christien van Gool

    Je hebt gelijk dat enkele leerlingen wijzen naar de schoonmakers en dan hebben ze pech.
    Ze krijgen dan een lesje hoeveel tijd een schoonmaker heeft per lokaal en wat ze verdienen.
    Daarna laten mijn leerlingen het over het algemeen wel uit hun hoofd om hierover te beginnen.

    Mijn ervaring is wel dat je consequent moet zijn en als je onregelmatigheden ziet de leerling hierop aanspreken of indien nodig straffen.
    Maar we moeten ook zeker niet vergeten om het goede gedrag te benoemen en leerlingen hiermee complimenteren. Zo creëer je voorbeeldgedrag, maar stiekem weten we dit allemaal best.

Reageer


− drie = 1